Laatste nieuws

Joop Donkervoort

Quality Time / Slider / 23 april 2022

Hij heeft de leiding over Donkervoort Automobielen uit handen gegeven, maar houdt zich nog wel bezig met toekomstige modellen. Een gesprek over elektrische auto’s, Audi’s vijfcilinder, heftrucks en de toestand in de wereld.

Verdorie, het bordje ‘Joop Donkervoort, Automobielfabrikant’ hangt scheef. In de loop der jaren ben ik vele malen over de Nieuw-Loosdrechtsedijk gereden en keek ik altijd even naar links, vlak voor het blauwe bord dat de bebouwde kom van Boomhoek aangeeft. Daar hebben zich vele jaren de fabriek en het woonhuis van Joop Donkervoort bevonden. Ook toen de bedrijfsactiviteiten lang en breed naar Lelystad waren verhuisd waren, keek ik altijd nog even naar links, want wellicht stond er een prototype of was Joop het gras aan het maaien en kon ik even zwaaien of stoppen voor een praatje. Nooit heeft dat bordje scheef aan het poortmuurtje gehangen, dat lag niet in de aard van de altijd precieze en georganiseerde Joop.

Er is echter niets aan de hand, zo blijkt aan de koffietafel met Joop. Althans, niets verontrustends. Er gaan echter wel grote dingen gebeuren aan de Nieuw-Loosdrechtsedijk, want er gaat afscheid genomen worden van een stuk geschiedenis. De bedrijfshal, waar ooit vele Donkervoorts zijn ontwikkeld en gebouwd, moet plaats gaan maken voor woonruimtes. De Donkervoorts vormen een hechte familie en ze hebben een mooie stek daar bij de Loosdrechtse Plassen, daar gaan ze nu anders gebruik van maken. “Het gaat hier een soort van compound worden, met drie woningen, een voor mijn vrouw en ik plus twee aparte woningen, een voor onze zoon Denis en een voor onze dochter Amber. Er is ruimte genoeg hier om zelfstandig maar toch dichtbij elkaar te wonen. We kunnen hen mooi helpen met de kleinkinderen en zij kunnen aan onze kant een oogje in het zeil houden”, aldus Joop, die zich al geruime tijd tot de 70-plussers mag rekenen.

Donkervoort heeft een heel bijzondere prestatie geleverd. In zijn eentje heeft hij in 1978 in Tienhoven een nieuw automerk op wielen gezet en dat is er dik 40 jaar later nog steeds, alive and kicking, zoals dat heet. In al die tijd heeft hij zo’n 1500 Donkervoorts gebouwd.

‘Paefgen was bijzonder gecharmeerd van de auto’s die Joop bouwde en heeft hem toegang verschaft tot Audi’s potente vijfcilinder’

Velen hebben geprobeerd ook een eigen merk op wielen te zetten, weinigen zijn er zo succesvol in geweest als Joop Donkervoort. Kijk naar Spyker, het nog steeds met de comeback worstelende TVR, en naar de vele kleine merkjes die met een spannend concept de autobladen hebben gehaald en waarvan je vervolgens weinig tot niets meer hoort. Velen zijn ten onder gegaan tijdens het homologatieproces of worstelen daar nog steeds mee, terwijl hun schatkisten langzaam maar zeker leegbloeden. Joop weet er alles van, kent alle hindernissen, maar heeft die met succes overwonnen. Als geen ander kent hij de weg die kleine fabrikanten moeten gaan door de wereld der keuringsinstanties. Hij vertelt: “In de loop der jaren ben ik tientallen keren benaderd door kleine fabrikanten die om hulp vroegen, soms met heel leuke en originele ideeën. Die kon ik toen niet helpen, ik had het veel te druk met mijn eigen auto’s – nu heb ik er wel de tijd voor en ben beschikbaar om hen met raad en daad bij te staan.”

Met het nastreven van lichtheid voor zijn auto’s – met een nauwelijks te evenaren snelheid als prettige bijeenkomst – is hij altijd bezig geweest. Dat heeft geleid tot allerlei experimenten met nieuwe materialen, zoals bijvoorbeeld bij de heel fraaie D8 GT, de eerste en enige Donkervoort met een gesloten ‘harde’ kap, die een kunstwerk op zich is, door de kleine carbonfiber delen waaruit hij heel nauwkeurig is samengesteld. Met zijn slechts 650 kilo was het indertijd de lichtste GT op de markt. Dat dak heeft Joop veel hoofdbrekens gekost. “Het bestaat uit een binnen- en buitenschaal van carbonfiber waar we schuim tussen spoten om zo een heel sterke sandwichconstructie te komen. We stuitten echter op flinke problemen. Als je purschuim in een spouwmuur spuit, expandeert het. Dat moet ook, maar dat doet het alleen als er voldoende lucht bij komt. Bij ons, in die kleine delen, ging dat niet helemaal goed. Als de auto in de zon stond, zette het schuim uit, in de kou kromp het. Dat was duidelijk niet wat we zochten. We vonden het heel vreemd dat er nog geen goed proces bestond om zo sandwichdelen te maken”, vertelt Joop. “Dat expanderen in de zon heeft ons echter wel op een idee gebracht, we hebben er een jaar of tien over gedaan om het uit te werken maar uiteindelijk is daar een nieuw en inmiddels gepatenteerd proces uit voort gekomen dat we Ex-Core noemen en dat het mogelijk maakt ultralichte en heel sterke carbondelen te maken, in allerlei vormen, zonder dat er een oven nodig is. Eenvoudig gezegd komt het erop neer dat we carbonfiber matten in een mal leggen, deze vullen we met een gepatenteerd schuim, vervolgens verwarmen we het geheel met elementen die in de mal zijn geïntegreerd. Door binnenin de mal een druk te genereren tussen 2 en 8 bar persen we de vezels tegen de mal aan, zodat ze precies de gewenste contouren volgen. Zo kunnen we ongelooflijk sterke onderdelen maken in allerlei vormen, waarbij niet of nauwelijks materiaal verspild wordt en zonder dat er veel energie voor nodig is”, aldus Joop. Voor lezers die het naadje van de kous willen weten: op de website van Ex-Core is een filmpje te vinden dat laat zien hoe het in zijn werk gaat.

‘We kregen een immense hoop reacties op Ex-Core, vijf F1-teams hebben ons benaderd, en ook fabrikanten van vliegtuigen en van drones’

Donkervoort bleek met dat proces een goudader te hebben gevonden. Joop: “We zouden er mee naar JEC World gaan in Parijs, dat is een leidende, jaarlijkse expositie die helemaal gewijd is aan compositiematerialen. We stonden in de aankondiging van de beurs, met een korte uitleg wat we ontwikkeld hadden, en daarop alleen al hadden we onmiddellijk een immense hoop reacties, onvoorstelbaar zoveel. Ze kwamen vooral van hi-tech bedrijven, vijf Formule1-renstallen hebben ons benaderd, maar ook fabrikanten van vliegtuigen en van drones. Die laatste vonden Ex-Core heel interessant om lichte en sterke propellers te maken. Aan de vraag die op ons af kwam, konden we als klein bedrijf natuurlijk niet voldoen, een order voor tussen de 2.000 en 10.000 stoelen, dat konden we niet aan, en dat wilden we ook niet. We willen auto’s blijven bouwen. Daarom gaan we Ex-Core in een apart bedrijf onderbrengen van waaruit we de producten maar vooral technologie gaan verkopen zodat anderen deze kunnen gebruiken. De mogelijkheden zijn zo groot, die overstijgen ons eigen bedrijf. De delen die je ermee kunt maken zijn heel geschikt voor auto’s, niet alleen omdat Ex-Core zo licht is, ook de absorptie van NVH (Noise, Vibration and Harhsness, red) is heel goed. Je kunt er dus veel lichtere elektrische auto’s mee bouwen, want heel belangrijk kan zijn om de doelen te halen die de auto-industrie zijn opgelegd.”

Het spreekt voor zich dat Donkervoort de Ex-Core technologie voor de eigen auto’s gebruikt. Je vindt er veel van in de GTO-JD70, het afscheidscadeau van Donkervoort Automobielen aan zijn oprichter. Joop heeft zich ongetwijfeld zelf terdege met die auto bemoeid, hij is nu eenmaal niet een man die zich gemakkelijk iets uit handen laat nemen.

De carrosserie is zo veel als maar mogelijk (95%) van verschillende typen koolstofvezel, afhankelijk van de functie. Een heel groot deel daarvan draagt de naam Ex-Core, zoals ondermeer de panelen op de flanken, die doen heel veel goeds voor de torsiestijfheid van het chassis en de bestendigheid tegen een aanrijding. Ex-Core is ook gebruikt voor het schutbord en voorruitstijl, zelfs de scharnieren van de ongelooflijk lichte – maar toch enorm sterke – deurtjes zijn met het proces gemaakt. Ze wegen nog geen kilo maar kunnen een kracht van 1500 kilo weerstaan, vertelt Joop.

De GTO-JD70 is een sportauto van zeer hoog niveau, rijk aan nieuwe technologie. Hij weegt slechts 720 kilo en heeft een vermogen van 420 pk, waardoor de prestaties op supercar-niveau liggen. Hij heeft een top van 280 km/h en heeft zoveel grip dat hij een dwarsversnelling van 2,05 G aankan. Alles eraan is doordacht en elk oppervlak wordt gebruikt om luchtstromen te geleiden en downforce te creëren. Zelfs de cycle wings helpen daarbij.

Donkervoort Automobielen is altijd een familiebedrijf geweest. Joop en zijn vrouw Marianne zijn er altijd actief in geweest. Ze hebben hun kinderen Denis en Amber echter ruim de gelegenheid gegeven de wereld elders te verkennen, maar uiteindelijk hebben deze allebei voor het ouderlijk bedrijf gekozen. Amber doet de marketing en de PR en Denis heeft al enige tijd het stuurwiel van Donkervoort Automobielen in handen. Hij is nu officieel directeur van het bedrijf, maar in de praktijk had hij al een decennium de dagelijkse leiding en is door zijn vader geschoold in elk aspect van de business.

Joop: “Denis is niet zo’n techneut als ik ben, maar daar maak ik geen enkele zorg over, we hebben nu mensen in dienst die daar heel goed in zijn, zoals Jordi Wiersma en Jan-Willem Schoenmakers die de nieuwe ontwikkelingen leiden en Leon Vergunst die de productie voor zijn rekening neemt. Indien nodig maken we gebruik van externe experts zoals Paul Fickers, die heel waardevol is bij het ontwikkelen van chassis en wielophangingen. Van zijn hand ga je nog wat zien als we met een opvolger van de D8 GTO komen. Denis is ook heel goed in marketing, wat nooit een sterk punt van mij is geweest. Zijn kwaliteiten liggen meer op het commerciële vlak, daar is hij veel beter in dan ik. Denis richt zich op het uitbouwen van het merk, in Duitsland, Frankrijk, België en Zwitserland zijn we al geruime tijd aanwezig, hij is nu bezig met Israël en de USA.”

Als zoon Denis zijn vader niet had willen opvolgen, had Joop waarschijnlijk moeten besluiten zijn bedrijf te verkopen. Er zijn meerdere partijen geweest die aan de deur hebben geklopt, uit onverwachte hoeken zelfs – namen noemt hij niet. Belangrijk is altijd de goede relatie geweest die Joop had met Frans-Josef Paefgen, de man die in 1980 bij Audi in Neckarsulm ging werken, in 1987 naar Ingolstadt verhuisde en daar in 1991 de leiding over Audi’s produktplanning kreeg. Paefgen klom steeds verder op in de organisatie, hij werd bestuursvoorzitter van Audi om later de leiding over Bentley en Bugatti over te nemen. Paefgen was bijzonder gecharmeerd van de auto’s die Joop bouwde en heeft hem toegang verschaft tot Audi’s potente vijfcilinder, die nu nog altijd in de Donkervoorts te vinden is. Ook heeft hij een overname door Audi gesuggereerd, dat in combinatie met een mogelijke deelname door PON.

Joop heeft echter de voorkeur gegeven aan zelfstandigheid, mede door wisselingen in het bestuur van de Duitse fabrikant en de nieuwe managers en inzichten waarmee hij wellicht te maken zou krijgen. “Van de mensen met wie ik bij Audi te maken had en wier sympathie we hadden, is er nu niemand meer, Paefgen niet en ook Bram Schot niet. En door de transitie naar elektrisch is het zwaartepunt van de interesses in Ingolstadt heel ergens anders gaan liggen”, aldus Joop.

Dat leidt tot de vraag of en hoe lang hij Audi’s vijfcilinder – die nu het hart van de D8 GTO vormt – nog zal kunnen blijven gebruiken. En of hij een eventueel alternatief heeft. “Die vijfcilinder is een fantastische motor waar we heel veel aan hebben. Op de korte termijn zit het nog goed daarmee, Audi gebruikt hem zelf nog steeds in bijvoorbeeld de nieuwe RS3, maar er zal misschien een moment komen dat we naar een andere krachtbron moeten uitkijken. Dat is nog niet heel dichtbij, want een fabrikant is verplicht tien jaar onderdelen te blijven leveren voor modellen die uit productie zijn genomen. Bovendien acht ik het niet uitgesloten dat hij in de assortiment van Audi blijft, ter vervanging van een aantal zes- en achtcilinders.”

Zal er ooit een elektrische Donkervoort komen? In 2010 stelde journaliste Viola Robbemondt die vraag tijdens een interview voor het ter ziele gegane magazine Avanti. Dit antwoordde Joop toen: “De huidige elektromotoren hebben nog niet de emotie die de huidige benzinemotor kan overschaduwen. Zolang dat het geval is, komt er geen elektrische Donkervoort. Pas als je met een elektrische motor van 0 naar 200 kunt spuiten in twee seconden en een verbruik hebt van twee dubbeltjes op de 100 kilometer. Dat kan geen enkele benzinemotor. Maar als we met onze raceauto bij de pits staan bij de dikke GT4’s kan ik me niks bij die elektromotoren voorstellen. Een Aston heeft een bepaald geluid, een Lambo een ander en ook een Donkervoort heeft een heel eigen timbre. Die emotie, die kippenvelfactor is niet te evenaren. Dat zou hetzelfde zijn als naar een concert gaan van je favoriete band en dan sta je daar met z’n duizenden, en er komt alleen maar een soort gefluister uit. Dat gaat dus niet, geluid is heel belangrijk.”

Inmiddels zijn we twaalf jaar verder en heeft de politiek besloten dat er een klimaatprobleem is en dat de elektrische auto een deel van de oplossing is. Wat Joop betreft behoort een Donkervoort met een vorm van elektrische aandrijving of hybridisering nu zeker tot de mogelijkheden. “Aan de prestaties hoeft het niet te liggen”, zegt hij, “maar lichtheid is fundamenteel voor onze auto’s. We volgen nauwgezet wat er in de Formule 1 gebeurt. De verwantschap met onze auto’s is immers groot. Maar er is nu nog heel weinig tot niks in de F1 dat we zouden kunnen gebruiken en dat enigszins betaalbaar is. Maar we hebben er vertrouwen in dat er bruikbare ontwikkelingen komen, kijk naar Rimac, dat is nu al heel ver.”

‘Die focus op autonoom rijden, ik begrijp dat niet. ik denk dat niemand daarop zit te wachten’

En een Donkervoort met hulpsystemen? “Technisch is de wereld wat auto’s betreft niet veel vooruit gegaan. Ze zijn alleen maar veel zwaarder geworden, allemaal ter wille van de veiligheid. Bijna alle nieuwe ontwikkelingen zijn gericht op het marginaliseren van de rol van de bestuurder. Die focus op autonoom rijden, ik begrijp dat niet. Ik denk dat niemand daarop zit te wachten, behalve in de stad misschien. Ik vind het iets voor heftrucks in een magazijn, daar kan het handig zijn. Lane control vind ik ook verschrikkelijk om mee te rijden, zo dwingend en storend, om van active cruise control maar niet te spreken. Die ingrepen, die zijn vreselijk”.

Joop is beschikbaar als consulent voor kleine projecten, en blijft een adviserende rol spelen bij Donkervoort Automobielen. Achter de schermen blijft hij betrokken met de ontwikkeling van toekomstige modellen. “We blijven dezelfde lijn volgen, we gaan voor beleving en een laag gewicht, een hoge torsiestijfheid, mooie wielophangingen en heel hoge prestaties. De opvolger van de D8 is voor 80% klaar en reken erop dat daar een paar heel mooie verrassingen in zitten.” Donkervoort kijkt echter nog verder vooruit. “De opvolger van die nieuwe auto staat overigens ook al voor zo’n 20 procent in de steigers”, verklapt hij. “Ik heb immers geen andere hobby’s.”

‘De opvolger van de D8 is voor 80% klaar en reken erop dat daar een paar heel mooie verrassingen in zitten’

 

DE BIOGRAFIE

Voor diegenen die meer over Donkervoort willen lezen: er is een biografie, geschreven door de enthousiast Koos Woltjes, met volledige medewerking van Joop. Het boek gaat over, zo staat op de cover, ondernemerschap, tegenwind en heel veel pk’s. Het telt iets meer dan 200 pagina’s en is voor het eerst uitgegeven in 2014 door Haystack in Zaltbommel. Het is een heel lezenswaardig boek, waarin Joop veel aan het woord komt, niet alleen over zijn auto’s, maar ook over andere zaken als de Ferrari Berlinetta Boxer waarin Autovisie’s Ric van Kempen hem in de jaren ’80 liet rijden en over de Rolling Stones, waarvan hij een groot fan is. Ze zouden hem zelfs geïnspireerd hebben tot het motto ‘No Compromise’.

Het boek is te koop in de webshop (store.donkervoort.com) voor 29,50 euro.

 

DE STONES

Waarom heeft Joop hier zo’n pret? Dat zit zo. De laatste keer dat The Rolling Stones in Nederland optraden, had ik samen met enkele collega’s het immense geluk een korte meet & greet met de heren te hebben, die buitengewoon aardig en charmant waren. Daar is een foto van gemaakt, die ik nog altijd koester op mijn iPhone. Toen ik hoorde dat Joop een grote fan was, kon ik niet nalaten hem die te laten zien.

TR Joop, kijk eens naar deze foto, herken jij iemand daarop?

JD Ja, natuurlijk, dat zijn de Stones.

TR kijk eens goed, misschien herken je nog iemand anders…

JD Verrek, jij staat er ook bij. Ben jij dat echt…?

TR Ja, de Stones wilden mij graag een keer ontmoeten.

JD (lacht): Nee joh, dat kan niet waar zijn.

TR Dat is het inderdaad niet, ik had enorme mazzel, kreeg een uitnodiging van concertsponsor Alfa Romeo voor een meet & greet, vlak voor een optreden, het was geweldig.

JD Echt waar? Wow, ik zou er heel wat voor over hebben gehad daar bij te zijn.


Tags: , , , , ,



Frank Goedhart
Frank's interesse in klassieke auto's en autosport komt ruimschoots aan bod: samen met lezers zorgt hij voor nieuws op Instagram, Facebook, LinkedIn en de website van Octane.




Vorig bericht

Retro Bird

Volgend bericht

Denkend aan 1981





Bezoekers lazen ook


Meer historie

Retro Bird

Jacco Maters heeft een voorliefde voor open rijden over de B-wegen van Europa en een cabriolet met een dikke V8 aangeschaft....

22 April 2022