Laatste nieuws

Klassieker van morgen

Man & Machine / 7 juli 2022

Het is nog niet zo heel lang geleden dat Ton Roks in deze rubriek verklaarde dat zijn Alfa Romeo Giulia een blijver zou zijn. Maar het bloed stroomt waar het niet gaan kan en dat betekent dat er nu een BMW Z4 Coupé op de oprijlaan staat. 

Foto’s: Onno Blaauw

“Toen ik een Dolomite Sprint had en clubevenementen bezocht, keek ik daar weleens met een schuin oog naar een GT6. Ik vond het een stuk meer sportauto dan de Spitfire dankzij die zescilinder-in-lijn en welgevormde, fraai aflopende dak. De aanschaf van zo’n Triumph is er nooit van gekomen, maar wel van een andere coupé, de viercilinder MGB GT. Die is onlangs opgevolgd door een BMW Z4 Coupé, een 3.0si, met een zescilinder-in-lijn, net zoals die GT6 van toen.

De Z4 Coupé is een enigszins merkwaardige auto in het assortiment van BMW – hij werd gebouwd terwijl er al een Z4 Roadster was waarvoor nota bene een hardtop leverbaar was. Hij is er vermoedelijk toch mogen komen omdat iedereen bij BMW hem zo mooi vond. Ze hebben er kennelijk wel even over moeten nadenken, want de Z4 Coupé is vier jaar na de Roadster op de markt gekomen. Het ontwerp is binnen BMW in 2004 goedgekeurd, in 2005 is zijn komst officieel bekend gemaakt, in april 2006 stond hij op de New York Auto Show te glimmen en een maand later in menige dealer-showroom.

‘Met zijn lange motorkap en lage zit is het op en top een klassieke sportwagen, helemaal in de geest van de GT6’

In technisch opzicht is de Coupé een betere auto dan de Roadster want zijn carrosserie is meer dan tweemaal zo stijf: er is een kracht van 32.000 Nm nodig om één graad torsie te bewerkstelligen, bij de open versie is daar ‘slechts’ 14.500 Nm voor nodig. Die veel grotere stijfheid van de Coupé is natuurlijk excellent voor een veel beter weggedrag.

Fraaie details zijn de double bubbles in het dak, die niets met Zagato te maken hebben. Ze scheppen meer hoofdruimte in de cockpit en helpen de Z4 in aerodynamisch opzicht een handje. De sierlijk aflopende fastback leidt het oog naar een gespierde achterpartij, met mooi gevormde achterlichten, brede schouders en een kleine spoiler, die op een eendenstaartje lijkt en de achteras van downforce voorziet. De Z4 Coupé is net zoals zovele sportieve automobielen op zijn best als je hem driekwart van achteren ziet. Voor je het weet sta je hem dan ook alleen maar van achteren te fotograferen. Met zijn lange snuit en fraaie daklijn is hij een stuk beter geproportioneerd dan zijn voorganger, de Z3 Coupé, die ondanks zijn eigengereide en zelfs enigszins bizarre uiterlijk een toegewijde schare volgelingen kent.

‘Natuurlijk is de Z4M Coupé nóg begeerlijker, maar dat wil zeker niet zeggen dat je met de 3.0si niet goed wordt bediend’

De Z4 Coupé was niet te koop met de 2,0-liter viercilinder en 2,5-liter zescilinder van de Roadster – er was alleen keuze tussen een 3,0-liter zescilinder met 261 pk en de 3,2-liter zespitter van de M3, met nog 82 pk méér. Natuurlijk is de Z4M Coupé de aantrekkelijkste van de reeks, zijn lof is uitgebreid gezongen in editie 28 van Octane Magazine. Ik vond hem zelfs nog fijner en intenser dan de M3 van toen, en ik ben ervan overtuigd dat het een gezochte klassieker gaat worden. Dat zie je nu al aan de prijzen, voor een heel goede Z4M Coupé moet je tussen de 40 en 50 mille neertellen.

De 3,0-liter is overigens ook geen koopje, maar hij is in elk geval een stuk attractiever geprijsd. Het zal me niet verbazen als ook hij tot de klassiekers van morgen gaat behoren, temeer omdat BMW van de huidige Z4 geen echte coupé meer levert. Wat aantallen: van de eerste generatie Z4’s zijn 197.950 exemplaren geproduceerd en het aandeel Roadsters is overweldigend groot: 180.856 stuks. Dat betekent dat er maar 17.094 Coupés zijn gemaakt, slechts 8,6 % van de totale productie. Het is dus een relatief zeldzame auto, die je niet vaak tegenkomt.

Mijn 3.0si Coupé is van 2006 en is eerst in Duitsland geregistreerd geweest, om in 2011 naar Nederland de verkassen. Ik kocht hem met 133.000 kilometer op de teller, relatief weinig, zeker voor zo’n sterke en grote motor. Hij trok mijn aandacht doordat hij een handgeschakelde zesbak heeft, dat is wat mij betreft te prefereren in een sportwagen waarin je zo veel mogelijk zelf de controle wilt hebben. Toch zijn Z4 Coupés met de zestraps SMG-bak van ZF een stuk talrijker.

De auto stond niet meer op de originele lichtmetalen wielen, begrijpelijk na zestien jaar dienst, maar de vervangers staan hem uitstekend. Omdat de achterbanden ver versleten waren, heb ik hem rondom kakelverse Pirelli P Zero’s aangemeten en de wielgeometrie laten controleren en waar nodig corrigeren. Wil je een strak sturende en voorspelbaar reagerende auto dan is het verstandig om dat te doen – zeker als je niet weet hoe lang het geleden is dat zulks is gebeurd. Hij heeft meteen een grote onderhoudsbeurt gekregen door de firma Smink in Hoogland, gespecialiseerd in BMW’s. Daar zijn ook de remklauwen fris in de lak gezet, want die zagen er na zestien winters niet al te florissant meer uit. De grijsleren bekleding heb ik een schoonmaakbeurt gegeven, waardoor ook deze er meteen frisser uitziet.

De 29-TBV-5 loopt als een zonnetje en het is telkens weer een genoegen erin te stappen. Met zijn lange motorkap en lage zit is het op en top een klassieke sportwagen – helemaal in de geest van de GT6 – en hij stuurt geweldig goed. Je zit dicht bij de achteras, waardoor je uitgesproken goed voelt wat daar gebeurt. Hij heeft een multi-link achterwielophanging, een vooruitgang ten opzichte van de langsarmen van de Z3 Coupé.

Aan tractie ontbreekt het hem zeker niet, je kunt met veel gas bochten uitaccelereren, niet alleen door de grip van de brede Pirelli’s, maar ook door de lineaire opbouw van de trekkracht – er is niet ineens een destabiliserende klap vermogen, zoals soms bij moderne turbo-motoren.

Vering en demping zijn behoorlijk hard – op slechte wegen grenst het af en toe aan het oncomfortabele. Hij is wat dat betreft enigszins vergelijkbaar met de nieuwe M240i Coupé, die onlangs ter redactie vertoefde. Voordeel is dat hij echt als een kart op de weg ligt, hij roteert heel snel om zijn centrale as, luistert daardoor enorm goed naar het stuur, en de bochtsnelheden kunnen hoog liggen, zonder dat er een centje nervositeit inkomt. Je rijdt er voor je plezier alle vier de rondjes van klaverblad Hoevelaken mee. Ik durf de stelling wel aan dat hij qua dynamiek en wegligging niet of nauwelijks voor een Porsche Cayman onderdoet. Zeker als je de knop Sport hebt ingedrukt, die bij de 3.0si standaard is. De zescilinder reageert dan een stuk sneller op het drive-by-wire gaspedaal en de besturing wordt nog ietsje directer.

BMW heeft zijn best gedaan de Z4 niet al te veel zwaarder te laten worden dan de kleinere Z3 door de motorkap van aluminium te maken en het frame van de voorruit van magnesium. Sommige delen van de wielophanging zijn ook in lichtmetaal uitgevoerd.

Natuurlijk is de Z4M Coupé nóg begeerlijker, maar dat wil zeker niet zeggen dat je met de 3.0si niet goed wordt bediend. Hij heeft een begrensde topsnelheid van 250 km/h en kan volgens fabrieksopgave in 6,0 seconden van 0 naar 100 sprinten. Onder de motorkap ligt de N52, een prachtige zes-in-lijn met een blok van aluminium en een oliepan van magnesium. Hij is voorzien van VANOS, BMW’s systeem dat over het gehele toerenbereik de optimale lichthoogte- en timing van de kleppen kiest. De motor loopt daarmee heel mooi, helemaal tot aan de rode lijn bij 7000, en produceert daarbij een aanmoedigende, heel zuivere en sonore huil. Hij levert 315 Nm koppel vanaf  2750 min-1 en munt uit door souplesse, waardoor hij zich ook leent voor schakellui rijden. Als je echter doorhaalt naar de bovenste helft van de schaal, trekt hij een nieuw register open, enigszins vergelijkbaar met een VTEC van Honda, en gaat de Z4 er als een speer vandoor.

De spatiering van de zesbak is uitstekend, je hoeft zeker niet tot aan het rood door te trekken om niet in een ‘gat’ te vallen, ook als je eerder schakelt, heb je meteen een goed koppel te pakken en zet de zescilinder gretig een nieuwe aanval in, op naar de volgende curve. De motor klinkt overigens bescheidener dan menige hete hatchback van vandaag, maar dat zie ik als een kwaliteit: het geluidsniveau is altijd aanvaardbaar, ook op heel lange ritten, als je naar muziek of een podcast wilt luisteren. Een grote verrassing is het relatief lage verbruik. Bij 120 km/h in VI op de snelweg, rijdt hij warempel 1 op 11,6.

Voor mij heb je een auto pas helemaal beleefd als je er grote trips mee hebt gemaakt. Onlangs is de Z4 Coupé mee geweest naar de Ardennen en de Eifel, als begeleidingsauto van een lezersreis met Petrol & Wine. Binnenkort gaat hij mee heen en weer naar de Mille Miglia – en ik hoop onderweg naar Brescia een paar mooie bergpassen mee te pakken.”

Man & Machine

Ton Roks

BMW Z4 Coupé 3.0si


Tags: , , , , , ,



Frank Goedhart
Frank's interesse in klassieke auto's en autosport komt ruimschoots aan bod: samen met lezers zorgt hij voor nieuws op Instagram, Facebook, LinkedIn en de website van Octane.




Vorig bericht

Nieuwe helden in de FIVA Hall of Fame

Volgend bericht

Roadtrip Schotse Hooglanden





Bezoekers lazen ook


Meer historie

Nieuwe helden in de FIVA Hall of Fame

De FIVA (the Fédération Internationale des Véhicules Anciens) heeft aangekondigd dat er negen ‘automobiele helden’...

7 July 2022