Laatste nieuws

Klein, maar een sportauto van formaat

Reportages / 5 oktober 2020
Telefoontje van Mike Kastrop: hij had net de restauratie van een A106 Mille Miles afgerond, of we zin hadden met deze bijzondere Alpine nader kennis te maken. De auto was ontdekt onder een afdak in de buurt van Monaco. Hij had daar jaren gestaan want de eigenaar had, zoals zo vaak het geval is, het plan de auto ‘ooit’ te restaureren. Op een gegeven moment had hij ingezien dat ‘ooit’ weleens ‘nooit’ zou kunnen gaan worden, en heeft hij ingestemd met de verkoop.

Het was een mooie buit want de A106 in kwestie was een originele Mille Miles. De geschiedenis daarvan is min of meer begonnen met de Mille Miglia. De A106 was in 1955 de eerste auto van Jean Rédélé die de fameuze naam ‘Alpine’ droeg, van polyester en met veel onderdelen van de Renault 4, zoals diens 737 cm3 vierpitter en een groot deel van de bodemplaat. In 1956 werd een extra rappe versie daarvan ingezet voor de Mille Miglia, bemand door Maurice Michy en Claude Galtier, die er de klasse mee wonnen voor auto’s met een cilinderinhoud kleiner dan 750 cm3. Ze deden 14 uur, 34 minuten en 55 seconden over de 1597 kilometer lange rit van Brescia naar Rome en terug. Ter vergelijk: winnaar Eugene Castellotti had er dat jaar in zijn enorm snelle Ferrari 290 MM Scaglietti 11 uur, 35 minuten en 55 seconden voor nodig. Een heel mooie prestatie dus voor de Alpine met zijn opgepepte techniek van de Renault 4.

Jean Rédelé reed die Mille Miglia zelf ook mee, in een Dauphine, maar is niet aan de finish gekomen. Renault was overigens goed vertegenwoordigd in die Mille Miglia, er kwamen vijf Dauphine’s aan de start, met mannen aan het stuur als Paul Frère en Maurice Trintignant. Geen een daarvan was overigens sneller dan de kleine A106, waarmee de kracht van de Alpine werd benadrukt.

De A106 werd normaliter geleverd met een tot 43 pk opgevoerde versie van de Renault’s 747 cm3 4CV motor. Er waren echter andere cilinderbussen en dergelijke beschikbaar om het slagvolume – en daarmee ook het vermogen – te vergroten naar 845 en zelfs 903 cm3. Die laatste was een speciale competitiemotor, enigszins verwarrend ‘1063’ genaamd.

Na het succes in de Mille Miglia kwam er meer autosporttechniek voor de A106 beschikbaar, wat tot de speciale versie ‘Mille Miles’ heeft geleid. Daartoe behoorden ondermeer dubbele dempers op de achteras, kleine kuipstoeltjes, méér pk’s en eventueel een peperdure en daardoor heel zeldzame vijfversnellingsbak. De pas door Classic Mike in gerestaureerde nieuwe Alpine is zo’n A106 Mille Miles, voor het eerst in Frankrijk geregistreerd op 10 oktober 1957. Hij tamelijk deplorabele maar vrij complete staat aangetroffen en in negen maanden terug in nieuwstaat gebracht door Mike Kastrop en zijn team in Zeewolde.

De kleine Alpine ziet er schitterend uit, niet alleen door de zorg waarmee hij gerestaureerd is, maar ook door zijn wonderlijk uitbundig kleurenschema, dat overigens origineel is, zo is hij ooit geleverd. De originele lakken waren niet meer beschikbaar, maar er zijn binnen de wereld van Alpine kenners alternatieven gevonden die hen zeer dicht benaderen, zijnde ‘Gris Iceberg’ van Renault en ‘Blue Zealand’ van Fiat. De white walls op de banden heeft Kastrop er met een printer op kunnen maken. Wit gerand rubber was populair in de jaren ’50 en later ook nog. Het maakt de A106 tot een enigszins kokette verschijning, alsof hij meer voor de Champs Elysées bedoeld is dan een snelle doorkruising van de Apennijnen. Hoewel een laag gewicht een hoge prioriteit had, is de Mille Miles van nog enkele versierinkjes voorzien, zoals de roostertjes op de neus en staart, die gesloten zijn en kennelijk alleen een decoratieve functie hebben. Opvallend is dat de motorkap geen handgreep heeft, de twee ontgrendelaars bevinden zich onder het polyester kapje en ja, je moet hem met twee handen openen.

De Mille Miles is uitgerust met een 903 cm3 motor, waarmee je zo’n 60 pk onder het pedaal hebt. John Bolster testte in 1959 een A106 met die motor voor het Britse Autosport en kwam toen tot een topsnelheid van 165 km/h en een acceleratie van 0 naar 60 miles per hour (95,5 km/h) in 11,4 seconden, wat verrassend rap is, maar zo’n A106 weegt dan ook nog geen 600 kilo. Overigens was de door Bolster geteste auto voorzien van een vijfbak, ‘ons’ exemplaar is ouder en heeft nog de driebak. In zijn conclusie noemde hij de Alpine een zeer aan te bevelen sportauto, buitengewoon geschikt voor continentale vakantietrips en dergelijke, niet in de laatste plaats omdat je ook bij een dealer van Renault terecht kunt in geval van een technisch ongemakje. Hij vond hem helaas wat duur in Groot-Brittannië, een gevolg van het feit dat er dubbele belasting op werd geheven, namelijk niet over de nettoprijs, maar over de prijs inclusief invoerrechten. Zijn advies: ga in Parijs wonen!

Het interieur is opvallend kaal, met een wit stuurwiel van bakeliet, dat qua kleur goed bij de rest van de auto past. Het is echter zo groot dat je het eerder in een Estafette zou verwachten dan in een sportauto. Veel bedieningsorganen zijn er niet op de pedalen, versnellingspook en een grote hendel op het stuurwiel na.

De instap vereist het vermogen om diep te bukken, maar als je eenmaal zit, zit je goed, al moet je af en toe een beetje bukken om goed door de zijruiten naar buiten te kijken. Links naast je, aan het dak, bevindt zich een kabeltje, met een vier bevestigingspunten. Hij is verbonden met een soort van rolgordijn achterin, waarmee je de radiateur kunt afschermen in koud weer.

De viercilinder is voorzien van een forse Solex en een mooi vierpijps uitlaatspruitstuk. Het normale luchtfilter van de Renault-motor, boven op de carburateur, paste niet in de motorruimte van de A106, maar daarvoor had Alpine oplossing: de aanzuigbuis werd ‘verbouwd’ en het filter werd naast de carburateur geplaatst. De motor slaat vrijwel onmiddellijk aan en maakt een lekker kernachtig geluid. Hij neemt goed gas aan, veel beter dan ik verwachtte, met zo’n grote carburateur kan de benzinetoevoer bij een laag toerental al gauw te veel zijn. Zonder problemen rijd je er mee weg, de koppeling is vriendelijk en zijn slag is zo klein en licht dat het bijna meer een schakelaar is dan een bedieningspedaal.

De Mille Miles wil onmiddellijk tempo maken, de viercilinder is heel energiek, klimt graag in toeren en maakt een heerlijk snerpend geluid. Het is echt verbazend hoeveel kracht erin in zo’n motor – of beter; hoeveel levenslust erin blijkt te zitten als hij weinig gewicht hoeft te verplaatsen. Het is even oefenen met de versnellingspook, de III is lastig te vinden, totdat je erachter bent dat hij zich heel ver naar rechts bevindt – aan de andere kant van de straat, bij wijze van spreken.

De bandjes zijn weliswaar smal, maar meer rubber dan dat heb je niet nodig bij zo’n laag wagengewicht

De Alpine is zo licht en luistert zo nauwkeurig dat je jezelf heel gauw op je gemak voelt. Ondanks het grote stuurwiel zijn de reacties snel en is hij heel beweeglijk. Hij accelereert goed door ook, de motor is lekker venijnig, blijft tot aan het rood trekken en veel eerder dan verwacht zit je royaal boven de 100 km/h. Je hebt dan nog meer dan genoeg toeren op de teller over om lang door te gaan, maar dan begint de A106 langzaam maar zeker wat meer tijd nodig te hebben.

De bandjes zijn weliswaar smal, maar meer rubber dan dat heb je niet nodig bij zo’n laag wagengewicht. Voor overstuur op vermogen heb je niks te vrezen en voor blokkerende remmen ook nauwelijks. Je kunt veel snelheid mee te bochten innemen, want de Alpine houdt zijn lijn, hij dartelt bijna door de curven, en er is genoeg paraat remvermogen om in te grijpen, als je een bocht verkeerd hebt geschat. De Mille Miles is net zoals sommige Abarths en andere kleine Italianen een typische stayer, zo’n auto die er ietsje langer over doet om een hoog tempo te bereiken, maar die snelheid, als hij die eenmaal heeft, heel goed vast kan houden. Dat verklaart waarom een A106 voor de Mille Miglia maar 2 uur en 57 minuten meer nodig had dan een 320 pk twaalfcilinder racer van Ferrari – in de kletterende regen overigens, wat in het voordeel van de Alpine was. Hij is weliswaar klein, maar het toch is een sportauto van behoorlijk formaat. Het moet een genoegen zijn met een A106 Mille Miles aan de Mille Miglia mee te doen. Vooral omdat je de ‘grote jongens’ kunt demonstreren dat je geen honderden pk’s hoeft te hebben om in hoog tempo 1600 kilometer onder je wielen door te jassen.

TEKST TON ROKS // FOTO’S PIET MULDER


Tags: , ,



Ton Roks
Na 25 jaar in de autojournalistiek vervulde Ton Roks in november 2012 een lang gekoesterde wens, hij begon een eigen autoblad: Octane, met een hoofdrol voor de klassieke auto – en een gezonde belangstelling voor interessante nieuwe auto’s.




Vorig bericht

Hereniging met het verleden

Volgend bericht

65 JAAR GELEDEN DEBUTEERDE DE DS





Bezoekers lazen ook


Meer historie

Hereniging met het verleden

De zoektocht naar de volledige historie van zijn Opel Kadett GT/E uit 1978 was voor Gert-Jan Davelaar doodgelopen – tot het moment...

4 October 2020