Laatste nieuws

La dolce vita met een Alfa Spider

Reportages / 13 september 2021

Roadtrippen met een oude Alfa Romeo kan prima, blijkt na de vijfduizend kilometer lange reis die Michael Oudman en zijn vrouw hebben gemaakt met hun Spider uit 1991.

Tekst en foto’s: Michael Oudman

“Als ik alle auto’s die ik ooit heb gehad bij elkaar optel, kom ik uit op vierentwintig stuks. Sommige met een zeer pragmatische reden – zo bezat ik ooit eens drie maanden een Volvo 850 T-5R omdat ik ging verhuizen – en sommige omdat ik er ooit eentje wilde hebben, zoals een Volkswagen Polo G40 en een Peugeot 106 Rallye. Weer andere kocht ik omdat ik er toevallig tegenaan liep, zoals mijn Volvo S90 Executive Level 2 die ik vervolgens wel vijf jaar heb gereden. De auto die echter al acht jaar en veertigduizend kilometer de mijne is en er voorlopig ook niet uitgaat is mijn Alfa Romeo Spider S4 uit 1991, Een auto om écht lekker mee te rijden en herinneringen te maken.

Mijn familie heeft een buitengewone voorkeur voor Italiaanse auto’s. Leren rijden heb ik in een Fiat Tipo en op feestdagen stond de straat vol met Lancia’s, Fiats en Alfa Romeo’s. Niet gek dat ik daardoor een lichte voorkeur ontwikkelde voor merken uit het zonnige zuiden. De revue gepasseerd zijn een Lancia Thema V6, een Lancia Kappa SW, een Alfa 155 2.0 16v Twin Spark Super en mijn huidige Alfa Spider. Met de Spider maken mijn vrouw en ik graag leuke ritjes in het binnenland, maar ook  langere road trips schuwen we niet. We zijn net terug van onze derde Europa-trip, een vijfduizend kilometer lange reis door Kroatië en Italië.

Als voorbereiding op de reis is er een nieuw dakje op gegaan en heeft Bella Macchina in Deventer een grote beurt uitgevoerd. Een motorflush zou misschien wel of misschien niet (toch niet, bleek uiteindelijk) het olieverbruik oplossen en ik moet maar eens gaan nadenken over een achterasrevisie. Met wat losse litertjes olie hier en daar verstopt in de auto zag ik het wel goedkomen. Over het algemeen is de Spider zo goed als probleemloos gebleken, dus waarom zou het nu niet goed gaan?

Onze roadtrips gaan zoveel mogelijk binnendoor. Het is niet echt leuk om met het dak open over de Autobahn te rijden, en met het dak dicht hadden we net zo goed met een andere auto kunnen gaan. Binnendoor dus, met de geur van dennenbossen, het gezang van vogels en soms een verdwaalde regendruppel op het voorhoofd. Onze vakantie begon met een geopend dak en een halflege tank zodat Luxemburg ons kon voorzien van goedkope V-Power.

In de Ardennen begint het stuurwerk leuk te worden, de vele Lotus- en Caterhamrijders die we daar tegenkomen lijken het met ons eens te zijn. Vanuit het verrassend leuke Luxemburg Stad rijden we via Frankrijk (regen, welkom nieuw dakje!) naar het schilderachtige Lago Maggiore. De rit er naartoe voert ons langs het meer van Génève, via de Simplonpas en door de uitlopers van de Italiaanse Alpen. Het blijft betoverend om door een steeds smaller en steiler dal ineens de eerste haarspeldbocht te ronden. De Simplon is wellicht niet de mooiste en meest uitdagende van de passen, maar het is wel een lekker opwarmertje. Onze weg binnendoor naar Cannobio vereist wat meer aandacht. Helemaal wanneer ik het gevoel heb er lekker in te zitten, en me tegelijkertijd verbaas over scheef hangende Panda’s 4×4 die nóg sneller en schijnbaar achteloos hetzelfde traject afleggen.

Vanwege de extreme saaite van de Po-vlakte brengt de Autostrada ons met 140 kilometer per uur naar ‘Wenen aan de Adriatische zee’. Triëst is fotogeniek, bruisend, beschaafd en zwoel. Voldaan van huiswijn en pizza slapen we diep, totdat onze wekker laat weten dat het tijd is om naar Kroatië te gaan. Ondertussen voelt de Spider zich op zijn gemak, neemt af en toe een slokje olie, ruikt eenmaal verdacht naar brandstof zonder te lekken en rijdt verrassend zuinig, met gemiddeld 1 op 14.

Het wondermooie en extreem schone Slovenië – zeker een aanrader voor een aparte trip – loodst ons richting Kroatië, plat, maar met een magistraal mooie kust. Wanneer je de kust van noord naar zuid afzakt, pak dan vooral de ferry naar het eiland Pag. Veerbootjes geven een vakantiegevoel, het maanlandschap op het eiland lijkt nauwelijks op dat van het vasteland en de vergezichten zijn prachtig. Na een zonovergoten dag is het wat ons betreft tijd voor pasta en een biertje in Zadar.

“Kijk, hier hebben we de auto geparkeerd” zeg ik tijdens onze avondwandeling trots vanwege het feit dat met mijn oriëntatie vermogen nog niets aan de hand is terwijl ik eigenlijk helemaal geen rode Alfa zie. Help?! Twee korte telefoontjes in verrassend goed Engels later hebben we relatief goed nieuws gekregen. De auto is niet gestolen, maar weggetakeld. We stonden namelijk op een invaliden-parkeerplek, zonder dat we dat doorhadden. Op acht minuten lopen blijkt hij weer op te halen na betaling van driehonderd Kuna. Mijn opmerking dat het om de hoek vol staat krijgt als antwoord een sardonische glimlach van de verder uiterst sympathieke wegsleepman. Gewiekst als ik ben, vraag ik of de auto een nachtje kan blijven staan. Dat mag niet.

Ondertussen hebben de chauffeurs ook in de gaten dat wij de moeilijkste niet zijn, en bovendien goed geluimd. Ze zijn in voor een praatje. Of de niet-Engels-sprekende reus even in de Alfa mag zitten, blijkt de vraag. Onze handelsgeest bloeit op, en onze voorwaarde voor een zitsessie is toch echt dat we tot 9.15 uur in de ochtend mogen blijven staan. Het parkeergeld is immers voldaan. Na kort beraad mag het, maar dan moeten we de auto wel in het hoekje naast de afgeschreven parkeerautomaten zetten. Omdat de sfeer er lekker in zit, mag de reus dat van ons doen. De eindstand is dat we voor 40 euro op een bewaakte parkeerplaats staan.

We verlaten Kroatië door bij Split de boot op te rijden naar Ancona. Het eten aan boord is niet zeer goed, maar verder is zo’n nachtferry ideaal transport. Wanneer we uitgerust aankomen in Italië maken we ons op voor een rit naar Napels door het prachtige Abruzzo waar de Apennijnen schitteren met hoogvlaktes en grillige pieken. Voor Napels moet je in de stemming zijn want het is een prachtige stad maar hij is ook intens chaotisch. De rit voert daarna via Toscane en na een lunch in Rome (en waarschijnlijk een boete omdat we – met oogkleppen op – de ‘ZTL’ in zijn gereden voor foto’s bij het Colosseum) gaan we richting Porto Santo Stefano, aan de kust. We kiezen voor een deel Autostrada om de reistijd iets te beperken. Daarnaast, de routes in het binnenland zijn soms adembenemend mooi, maar wanneer je achter een toeristenbus of trekker zit kan het ook strontvervelend zijn.

De volgende dag haasten we ons naar La Superba, Genua. Even rauw als Napels, maar daarbij vergeleken een oase van rust. En wat een prachtige rit er naartoe vanuit Cinque Terre. Jammer dat de vangrails overal voorkomen dat er te veel rode Alfaatjes op de foto gaan met het uitzicht. Wanneer je je best doet en over de vangrail heen kijkt is het uitzicht op Genua, dat dan nog 25 kilometer verderop ligt, magisch. Via het meest kronkelige weggetje op de kaart verlaten we de volgende dag Genua richting Lago Di Piano waar ik bijna een Panda 4×4 aanschaf, ware het niet dat de verkoper net zo goed te vinden is als de openingstijden van zijn zaak.

Daarna, wat een feest, we rijgen de Gotthardpas aan de Furkapas, en de Furkapas aan de Grimselpas. Mijn hemel, wat een landschap, wat een vergezichten, wat een bochten. Adembenemend. Op de top van de Furka eten we de duurste kaasfondue ooit en zetten verplicht hotel Belvédère op de foto. Ondertussen groeten we honderd bestuurders van klassiekers, youngtimers, cabrio’s en ander speciaal spul. Het pontje naar ons logeeradres biedt wat tijd om bij te komen. Wat een pracht en praal.

De laatste twee dagen van de reis zijn veelal saai – het noordelijke deel van Zwitserland is binnendoor nauwelijks de moeite waard – maar de Schwarzwaldhochstrasse maakt veel goed. We hebben de route verdubbeld door vanaf Triberg binnendoor te rijden naar Freudenstad, het startpunt van de Schwarzwaldhochstrasse. Aanrader is de L405 van Schenkenzell naar Freudenstadt; amper verkeer, grotendeels mooi asfalt en heerlijk meanderende bochten. Ondanks de vrij dikke bewolking en regendruppen rijden we voornamelijk met open dak over de hoogste kammen van het middelgebergte. Het uitzicht is minder buitenaards dan de Alpen, maar de vroegere mystiek rondom het Zwarte Woud is meteen voelbaar. Via Baden-Baden rijden we de snelweg op, onze tijd zit erop en het is fijn om niet diep in de nacht Deventer binnen te rijden.

Roadtrippen in een Alfa Spider. Het kan! En het is een feest. Verwacht geen verfijnd rijgedrag; vergeleken met een concurrent als een MX-5 is er weinig stijfheid en schakelen gaat hakerig en met lange slagen. Ook qua vermogen zijn er leukere auto’s te bedenken. Maar de charme, de blikken, de opgestoken duimpjes en de vreemden die met je auto op de foto gaan maken een hoop goed. In drie weken hebben we de teller van 163.037 kilometer naar 168.091 kilometer gereden. Vijfduizend kilometer in een dertig jaar oude cabrio. Comfortabel? Nee. Rugpijn? Beetje. Iets stuk gegaan? Deurpaneel. Olie verbruikt? Ja. Leuk? Intens! La Dolce Vita, dit moet ’t zijn!”

Michael Oudman

 


Tags: , , , , ,



Frank Goedhart
Frank's interesse in klassieke auto's en autosport komt ruimschoots aan bod: samen met lezers zorgt hij voor nieuws op Instagram, Facebook, LinkedIn en de website van Octane.




Vorig bericht

McLaren M8E, het gele gevaar

Volgend bericht

Een marathon met de 55 Coupé





Bezoekers lazen ook


Meer historie

McLaren M8E, het gele gevaar

Met zijn 870 pk en top van ver boven de 300 km/h was de McLaren M8E in het begin van de jaren ’70 de krachtigste raceauto...

13 September 2021