Laatste nieuws

Lokaal product: Morris Minor Traveller

Octane Auto's / 23 september 2019

Op het Concours d’Elegance Paleis Soestdijk kwamen we in gesprek met Henk Bannink, die daar als vrijwilliger werkte. Toen duidelijk werd dat hij eigenaar is van een prachtige Morris Minor Traveller, hebben wij hem direct een plek naast onze stand aangeboden. Ook hebben we hem gevraagd om zijn verhaal met ons te delen. En dat doet hij onderstaand, met plezier!

“Omdat het me een mooi evenement leek, had ik mezelf aangemeld als vrijwilliger bij het productiebureau van het ‘Concours d’ Élégance’ om mee te helpen met allerlei klusjes. Als schildknaap was mijn belangrijke taak het beheren van de Soesterpoort op het middenterrein voor het paleis. Toen ik spontaan koffie, croissants en pizza aangeboden kreeg van de vriendelijke mensen van de aangrenzende stand van Octane Magazine kwam ik in gesprek met Ton Roks. Toen hij hoorde dat ik een Morris Minor Traveller bij me had, was zijn spontane reactie ’zet die maar op onze stand’.”

“En zo stond mijn eenvoudige Morris Minor Traveller opeens op het prestigieuze grasveld voor het paleis, in gezelschap van de meest dure en exclusieve concoursauto’s. Ik was er wel trots op dat er slechts één auto was welke als ‘lokaal product’ kon worden gekenmerkt: mijn origineel in Amersfoort geassembleerde  Morris.”

“Gedurende de drie dagen van het concours heb ik de blaren op mijn voeten gelopen, heel veel mooie auto’s gezien en nog meer leuke mensen gesproken. Ik kwam in gesprek met Willem Tersteege, met wie ik ooit nog een keer een laatste uittocht van Minors uit de oude ‘Morrishal’ in Jutphaas organiseerde. Hij was oprecht verrast dat ik de foto’s van de oude fabriek bij me had en dat ik aan belangstellenden rond mijn auto een korte uitleg gaf over de Nederlandse productiegeschiedenis van Morris. De locatie van het concours was extra speciaal gezien het feit dat autofabrikant J.J. Molenaar ooit persoonlijk een nieuwe MG B afleverde bij Prinses Irene op Paleis Soestdijk, waarna hij een koninklijk kroontje boven zijn merk ging voeren.”

“Deze Morris Minor Traveller is sinds 1992 in mijn bezit. Nadat ik er al jarenlang met veel genoegen in reed, gebeurde het dat de deuren zich spontaan openden als ik over een verkeersdrempel reed. Om dat soort gevaarlijke flexibiliteit te voorkomen, heb ik besloten om de Minor te restaureren. Een donorauto heb ik gevonden in Veendam, maar toen bleek dat dat een originele, Nederlandse Morris was heb ik de zaken omgedraaid en is mijn eigen, rechts gestuurde auto donor geworden. Er zijn genoeg Engelse Travellers op de wereld, maar er zijn niet heel veel Nederlandse ‘Molenaar Travellers’ en dus zag ik het redden van deze auto als het ‘behoud van nationaal erfgoed’!”

“De Traveller is uitgevoerd met ruiten van Staalglas en de kentekenplaten zijn voorzien van het specifieke molentje van Molenaar. De totale restauratie heeft zeven jaar geduurd, waarvoor  ik dankbaar gebruik heb gemaakt van de hulp van diverse betrokkenen en deskundige clubleden. Zij spraken mij ook geregeld moed in als ik weer eens opzag tegen het werk of bij een onverwachte tegenslag. De motor heeft een inhoud van 1.098 cm3 en is in het restauratieproces volledig gereviseerd en voorzien van een duplex distributieketting, een loodvrije cilinderkop en een nieuwe water- en oliepomp. Het typerende frame uit essenhout, deel uitmakend van de dragende carrosserie, was op enige latten onder de zijschuiframen na, solide genoeg om weer gebruikt te worden. Van de dakspanten van de donorauto heb ik zelf een bijpassende imperiaal gemaakt.”

“De aantrekkingskracht van de Morris Minor is zo sterk dat voor veel mensen het noemen van de naam direct nostalgische herinneringen oproept. Ik hoor vaak dat de Minor een ‘onderdeel van de familie’ was, of zelfs ‘een goede vriend’. De ‘Moggy’ heeft een hoog aaibaarheidsgehalte en zijn reputatie van betrouwbaarheid en duurzaamheid hebben de auto voor dagelijks gebruik een ongekende populariteit gegeven in het naoorlogse Engeland. Later is het een geliefde klassieker voor mensen zoals ik geworden. Voor puristen kan de restauratie van een Minor een uitdaging zijn, gezien de vele modellen, uitvoeringen en de productielocaties van de auto. De diversiteit in originele specificaties is heel groot en uiteindelijk zullen persoonlijke voorkeur en afgewogen compromissen de originaliteit van de auto bepalen. Er zijn nog steeds veel onderdelen eenvoudig verkrijgbaar en plaatdelen worden nog nieuw geproduceerd met behulp van de oorspronkelijke mallen. Ook worden door kleine ‘workshops’ in Engeland nieuwe essenhouten frames vervaardigd.”

“Elk jaar neem ik deel aan de National Rally van de Morris Minor Owners Club in het Verenigd Koninkrijk. Maandelijks probeer ik een evenement van de Morris Minor Club Nederland bij te wonen, omdat het heel leuk is om met gelijkgestemden bezig te zijn met hobby en passie. Bovendien vind ik het belangrijk dat mijn Traveller veel op de weg is. Mijn motto is dan ook ‘keep on MINORing’!”

De Nederlandse geschiedenis van de Minor

De ontwerper van de Minor, Sir Alec Issigonis, maakte al tijdens de Tweede Wereldoorlog de eerste schetsen. Dit ontwerp werd, na kritiek van William Morris, in gewijzigde uitvoering als Minor geïntroduceerd op de eerste naoorlogse Motor Show in Earls Court in 1948. De kleine Morris was de ster van de show. Op het allerlaatste moment had de ontwerper nog besloten dat de auto breder moest worden. De carrosserie is toen in lengterichting doormidden gezaagd ende Minor is vier inch breder gemaakt. Het bewijs daarvan is duidelijk te zien op elke motorkap van een Minor, waar een brede strip prominent zichtbaar aanwezig is. De Minor was vanaf de start een groot succes en volle orderportefeuilles resulteerden in de ontwikkeling van nieuwe modellen, zoals de vierdeurs sedan in 1950 en de Traveller en Van in 1953. De koplampen werden verplaatst van naast de grille naar de voorspatborden vanwege Amerikaanse veiligheidseisen. Begin 1961 werd de Minor de eerste Britse auto waarvan er meer dan een miljoen stuks waren geproduceerd. Met een productierecord van in totaal 1,6 miljoen exemplaren is in 1971 de productie ten einde gekomen.

Lokale assemblage van zogenaamde CKD-modellen (Completely Knocked Down) had plaats over de hele wereld. Morris importeur J.J. Molenaar zag de verkoopaantallen van de Minor snel stijgen en speelde daar handig op in. Hij importeerde al Morris en MG sinds 1932.

Al in 1929 had William Morris een assemblagefabriek in Delft gehad, waar in vijf jaar tijd 500 auto’s geproduceerd werden. Daarna keerde de fabricage terug naar Engeland. In 1946 werd het productieplan weer uit de kast gehaald door J.J. Molenaar uit Amersfoort. Na de oorlog was hij de eerste aanbieder van nieuwe auto’s in Nederland en zag hij goede mogelijkheden voor lokale productie, ook vanwege het dure pond sterling en de nodige fiscale voordelen. In 1950 reden er 906 Minors op het Nederlandse wegennet, in 1954 waren het er 11.548 en in 1955 zelfs 13.850 stuks. Om deze aantallen op de weg te krijgen, wilde importeur Molenaar auto’s in Amersfoort assembleren, maar de gemeente Amersfoort gaf daar geen vergunning voor. Op zoek naar een andere locatie kwam Molenaar in contact met Jan Jongerius, uit Utrecht. In februari 1950 startte de assemblage van de Minor in een van Jongerius gehuurde hal aan de Kanaalweg. Ongeveer 4.000 auto’s per jaar, gemaakt door driehonderd werknemers, verlieten de ‘Morrishal’ zoals de productiehal in de volksmond werd genoemd. De administratie en distributie bleven in Amersfoort, waar in januari 1953 de nieuwe fabriekshal van Molenaar werd geopend. Tot die tijd reden de auto’s als ultieme fabriekstest van Jutphaas naar Amersfoort waar vandaan ze naar de dealers werden gedistribueerd. Uiteindelijk is de complete productie van de Minor naar Amersfoort overgeheveld. Het gebouwencomplex ‘Villa Jongerius’, gelegen achter de Jaarbeurs in Utrecht, is in 2013in oude glorie hersteld, maar de witte fabriekshallen zijn inmiddels gesloopt.

De voormalige automobielfabriek in Amersfoort, aan de ‘Zwaaikom’ (een plek in de rivier de Eem waar binnenschepen kunnen draaien), is nu een kringloopwinkel. Onderstaand filmpje toont nostalgische beelden van uit Nederlandse productietijd.

OCTANE AUTO’S / Updates door stafleden, medewerkers en lezers

Morris Minor Traveller (1968)

Henk Bannink

 


Tags: , , , , ,
Print Friendly, PDF & Email




Frank Goedhart
Frank's interesse in klassieke auto's en autosport komt ruimschoots aan bod: samen met lezers zorgt hij voor nieuws op Instagram, Facebook, LinkedIn en de website van Octane.




Vorig bericht

‘Vision Mercedes Simplex’, een visie met verleden

Volgend bericht

De geur van ultieme luxe





Bezoekers lazen ook


Uitgelicht

‘Vision Mercedes Simplex’, een visie met verleden

Mercedes-Benz heeft tijdens het persevenement ‘Design Essentials III’ zijn ompleet nieuwe designcentrum in Sophia Antipolis,...

18 September 2019

Webdevelopment Passionate Bastards