Laatste nieuws

Marcel Bastiaans

Quality Time / 26 maart 2021
Van een Buick Rivièra naar een Ducati Art Bike, van schilderijen met ‘hidden secrets’ naar een gouden stier in Santa’Agata, van 3-D brillen in envelopjes naar een expositie in Las Vegas. Marcel Bastiaans schildert een glimlach op je gezicht.

Het atelier is in een klooster, in Oirschot, op de bovenste verdieping. Veel groter dan een monnikencel, maar zonder zicht op de geneugten van de buitenwereld. Er is geen afleiding, het daglicht komt alleen van boven naar binnen, uit de hemel. Er klinkt elektronische synthesizer muziek met melodieus gezang op de achtergrond, van de Duitse band Floating Points. De vloer is een paradijselijk bloemenveld vol kleuren, een schilderij op zich. “Toen ik hier begon te schilderen was die vloer heel mooi egaal grijs en ik moest altijd heel erg mijn best doen er niet op te morsen. Als dat toch gebeurde, moest en zou ik de verfspetters wegpoetsen. Op een gegeven besefte ik dat ik een gevangene van die vloer was geworden, daar heb ik me toen in een keer van bevrijd door hem helemaal vol te schilderen”, vertelt Marcel Bastiaans, met baard, giletje en opgestroopte mouwen, een grote glimlach en een wollen muts op zijn tonsuur.

Van die drieste actie met de vloer heeft hij geleerd. “Als ik een foutje maak met een van mijn schilderijen, dan laat ik dat voortaan zitten, ik zie het nu als een element van het ontstaan van dat werk, als een deel van zijn leven. Ik streef geen perfectie meer na. Als mensen een schilderij mooi vinden, dan komt doordat er een ziel in ligt, die resoneert ergens bij je vanbinnen, in je eigen ziel, en dan word je erdoor aangetrokken. Als je perfectie nastreeft, haal je die ziel eruit. Dan klop je de slagroom te ver door, dan wordt het boter, en daar maak je nooit meer slagroom van. Met mijn auto’s was ik ook zo, met mijn eerste 911 was ik zo’n ongelooflijke perfectionist, er mocht geen krasje opkomen, alles dat niet goed was, moest opnieuw gedaan of gerepareerd worden. Die auto was er niet meer voor mij, ik was er voor die auto. Ook dat heb ik van me afgeschud.”

Marcel Bastiaans is grotendeels autodidact en is inmiddels een gevierd schilder, met exposities over de hele wereld. Hij is een automan eersteklas, heel lang al. Lezers van autobladen kennen hem wellicht van Autovisie, voor welk blad hij eind jaren ’70, begin ‘80 in januari schetsen maakte van toekomstige automodellen. Twaalf jaar lang heeft hij dat gedaan en hij wist daarbij altijd opvallend goed te voorspellen hoe een nieuwe auto eruit zou gaan zien. “Nu worden prototypes veel geraffineerder gecamoufleerd, maar in die tijd werden ze vaak simpel in plastic ingepakt. Op spionagefoto’s zag ik hoe de wind daarmee speelde en dat gaf me een idee van de vormen die eronder moest zitten. Ook de plaats van de buitenspiegels, de hellingshoek van de voorruit en de positie van de A, B en C-stijlen vertelden me veel. Als een fabrikant evolutionair bezig was de vormgeving van een model, kon ik me altijd heel goed verplaatsen in zijn denkwijze. Mijn grootste triomf was voorspellen hoe de Diablo zou worden, ik had hem helemaal goed, ondanks dat hij heel anders was dan de Countach.”

Ik zag het vak van ontwerper veel te romantisch, ik dacht dat ik een auto zou tekenen en dat de fabrikant die vervolgens zou maken

Uiteraard is het zijn droom of ambitie geweest om auto-ontwerper te worden, welke jonge autofanaat met creatieve talenten wilde dat niet? In zijn derde jaar op de Eindhovense Design Academy heeft hij bij Volvo gesolliciteerd. “Ik hoopte daar te mogen blijven als ontwerper, maar Rob Koch heeft me dat afgeraden. Hij zei dat ik doodongelukkig zou worden, wat ik ontwierp was te vergaand, te revolutionair voor een mainstream autofabrikant als Volvo. Ook Harm Lagaaij heeft me uit de droom geholpen, hij zou dat het vak van auto-ontwerper vooral heel veel hard werken was. Ik zag het vak van auto-ontwerper veel te romantisch, ik dacht dat ik een auto zou tekenen en dat de fabrikant die vervolgens gewoon zou gaan maken.”

Bastiaans wist toen genoeg, hij besloot zich verder te ontwikkelen als kunstschilder, waar hij een enorm talent voor bleek te hebben – overigens niet zonder zijwegen te verkennen. “Ik ben ook aan de slag gegaan als vervangend hoogleraar Product Design aan de universiteit van Aken. Daar hadden ze geen afdeling Automotive Design, dat verbaasde me heel erg en dat ben ik toen gaan doen, elke maandagavond, zes jaar lang, de zaal zat altijd stampvol. Ik had een enorm salaris, maar het kostte me ook veel tijd en ik schilderde bijna niet meer. Daarom heb ik er een punt achter gezet. Toen dat bekend werd zijn de studenten gaan staken, ze wilden niet dat ik wegging. De universiteit heeft na mijn afscheid gereageerd met het introduceren van een leerstoel Automotive Design, dat vond ik enorm vet!”
“Een aantal jaren daarna had ik een etentje met wat profs van de universiteit in Aken. Die vertelden me toen dat al mijn studenten Automotive Design in de auto-industrie een baan hadden gevonden, bij Ford, Hyundai en Kia. Is dat niet super cool, dat je de droom van anderen een zetje hebt kunnen geven?”

Zijn auto’s. Zo lang ik Marcel ken, ontvang ik geregeld berichtjes van hem, tegenwoordig via Whatsapp, wat ik van die en die auto vind, dan wil hij kennelijk weer wat anders. Ik weet dat hij van Corvettes en Mustangs houdt, maar de stap naar een Amerikaan met een dikke V8 heeft hij nog niet durven zetten.
“Ik ben heel lang vooral een 911 man geweest, ik heb er vier gehad. De 991 Carrera S was mijn beste, maar die heb ik na 5000 kilometer teruggegeven, ik reed er te weinig mee. Door de jaren heen ben ik minder voor de 911’s gaan voelen, ze zijn me te groot en breed geworden. Ik houd van wat kleinere auto’s, zoals de BMW Z3 M Coupé. Die heb ik ook gehad, wat een fijne auto was dat. Nadat de 911 weg was, hebben mijn handen anderhalf jaar gejeukt, ik kon toch niet zonder een bijzondere auto. Nu heb ik weer wat leuks, een SLK 55 AMG, een zilvergrijze Carlsson uit Zweden. Klein, maar fijn, heerlijk!”

Marcel beheerst alle aspecten van zijn vak, stillevens, portretten, dieren, en natuurlijk auto’s. Hij heeft een heel specifieke eigen stijl, met veel lijnen en verborgen elementen, die je pas in tweede of derde instantie ziet. Hij verstopt het hoofdonderwerp een beetje, zonder de schoonheid ervan geweld aan te doen. Naar wens kan hij ook realistisch schilderen, voor portretten en stillevens bijvoorbeeld.
Zijn opdrachtgevers en geïnteresseerde kopers ontvangt hij in zijn atelier, met worstenbroodjes van de bakker uit Oirschot, twee stuks voor elke gast, een voor hemzelf. Er is keuze genoeg, overal in het atelier is wel iets te zien dat het oog trekt. “Alles is verkocht”, zegt hij met een grote grijns. “Ik weet alleen nog niet wanneer. Mijn schilderijen en hun kopers vinden elkaar vroeg of laat altijd. Ik heb bijna geen enkele klant die maar één werk van mij heeft”.

Bastiaans is een enorme ‘positivo’, hij ziet de wereld als ‘een oester waarin je een parel kunt worden’. Op zijn website staan enkele van zijn levensdoelen: ‘freedom’ en ‘to put a smile on your face’. Meerdere keren komt hij daarop terug en vertelt hij hoeveel geluk hij heeft gehad, hoe zijn leven op rolletjes is gegaan nadat hij besloten had zich aan de schilderkunst te wijden. Aan opdrachten heeft het hem sindsdien zo goed als nooit ontbroken.
Op zijn armen staan zijn motto’s in bondige kapitale letters, rechts ‘positivity’, waarbij de ‘o’ een hart is, en links ‘gratitude’. Er staat nog veel meer op zijn huid, Bastiaans heeft niet alleen van zijn werkvloer maar ook van zijn lijf een canvas gemaakt. “Mijn tatoeages zijn gezet door een hele goeie jongen hier in de buurt, een vakman. Ik heb heel lang geaarzeld, durfde het niet goed. Ik dacht, ik kan wachten tot ik 80 ben en het dan doen, of ik krijg spijt op mijn 90ste omdat ik het nooit gedaan heb. Toen ik de beslissing eenmaal genomen had, wist ik meteen niet meer van ophouden, binnen een paar weken had ik 24 tatoeages! Ik heb alleen zwarte, kleuren wil ik niet want die vervagen als je ouder wordt en dat ziet er niet goed uit, zwart vervaagt ook maar dat wordt een mooi grijs.”

Klassieke auto-iconen, daar krijgt hij geen genoeg van, ze komen steeds terug in zijn werk. Tegen de wand staan diverse schilderijen, onder meer van een Aston Martin DB4 GT Zagato, bedekt door het raamwerk van lijnen dat typisch is voor veel van zijn werken, maar niet alle. Veel schilders van klassieke auto’s kiezen voor een min of meer fotorealistische benadering, Bastiaans veroorloofd zich grote vrijheden, zonder daarbij de aandacht voor de auto te verliezen, daarvoor zijn ze hem te dierbaar.
Wat ziet hij als ontwerp-hoogtepunten uit de autohistorie? “De Buick Rivièra, Corvette Sting Ray, Alfa Romeo TZ, de Short Wheelbase, de DB4 GT en de Lotus Europa. Dat zijn auto’s die voor mij qua uiterlijk tot de top behoren. En de Islero, dat is mijn favoriete Lamborghini. Zo elegant, zo perfect geproportioneerd, en tegelijk ook zo sportief. Dát is voor mij de auto zoals Ferruccio een Lamborghini bedoeld heeft. Ik moet de Shelby Cobra niet vergeten, die vind ik schitterend, zeker de 289, doe mij die maar, hij is atletischer dan de 427 en daardoor mooier.” Later, als we afscheid nemen, zal Marcel voor zijn deur de Roma zien die Octane toen onder handen had. Er ontvlamt bij hem onmiddellijk een groot enthousiasme voor de Ferrari en meteen wordt er een serie selfies gemaakt.

Als je perfectie nastreeft, klop je de slagroom te ver door, dan wordt het boter, en daar maak je nooit meer slagroom van

Bastiaans wil niet stil staan als schilder, al rondkijkend vallen steeds meer nieuwe elementen in zijn doeken op. In een hommage aan Nuccio Bertone, die hij zeer bewondert, is de hoofdrol weggelegd voor de spectaculaire Lancia Stratos Zero. Echter hoe langer je er naar kijkt, hoe meer ‘hidden secrets’ je in het werk verstopt ziet. Zoals de gereedschapsset van Nuccio Bertone, uit de tijd waarin de grote man zijn carrière als ontwerper en bouwer van koetswerken begon. Marcel heeft het kistje gezien toen hij op zijn 18e een bezoek aan de Carrozzeria mocht brengen en heeft de werktuigen nimmer vergeten.

Hij heeft nog een verrassing in petto, hij loopt weg en komt terug met een 3D bril die natuurlijk opgezet moet worden. Daardoor krijgt het schilderij van de Zero ineens een nieuwe dimensie, het lijkt alsof het er meerdere lagen bij heeft gekregen, die boven het doek zweven. Als je het denkt aan te raken, blijkt je vinger nog centimeters van het schilderij verwijderd te zijn. Het gekke is dat aan het schilderij op geen enkele wijze te zien is dat het 3D is geschilderd.

“Het is een speciale techniek”, legt Marcel uit, die de technisch details liever als ‘geheim van de smid’ voor zichzelf houdt. “Als ik zo’n schilderij verkoop, vertel ik niet dat het driedimensionaal is. Ik wil dat de koper voor het werk kiest omdat hij of zij het heel mooi vindt. En paar weken nadat het is afgehaald, stuur ik dan zo’n brilletje op, in een enveloppe, met een briefje erbij dat ik een leuke verrassing heb, dat ze het brilletje eens moeten opzetten en eens goed na hun nieuwe schilderij moeten kijken. De reacties zijn fantastisch”, aldus Marcel.

Opdrachtgevers, hij heeft heel opmerkelijke gehad. In 2013 heeft hij zich mogen uitleven op de Lamborghini Gallardo GT3 van Peter Kox, met prachtig resultaat. Dat was in opdracht van Marc Hayek, CEO van sponsor Blancpain. In 2019 heeft hij voor dealer Moto Puro een Ducati Art Bike gemaakt. Een kolfje naar zijn hand, want Bastiaans houdt niet alleen van snelle auto’s, maar ook van motorfietsen, in het bijzonder zijn zelf gemodificeerde BMW R nineT.

Niet alleen de lijst met opdrachten is lang – kijk maar eens op zijn website – maar ook die met zijn exposities. “In het begin zei ik ‘ja’ tegen elke uitnodiging om te komen exposeren, omdat ik dacht dat ik misschien weleens iets zou kunnen missen. Nu doe ik het alleen als het goed voelt. Wist je dat Las Vegas ook een concours d’elegance heeft gehad in 2019? Ik ben er heen geweest om kennis te maken. Ze kenden mijn werk daar en hebben me uitgenodigd dit jaar een speciale expositie te doen, naast het concours. Ik ben dan ‘artist in residence’ in Las Vegas. Het concours is eind oktober dus ik heb gelukkig nog veel tijd er mooi werk voor te maken. Toen ik daar was ben ik natuurlijk bij Shelby American gaan kijken, daar heb ik Peter Brock ontmoet, de ontwerper van de Shelby Daytona Coupé en de maker van de eerste schetsen voor de Corvette Sting Ray. Een van mijn helden en een heel aardige vent.”

De expositie in de City of Sin gaat overigens niet zijn eerste in de USA worden, Marcel heeft al vele malen geëxposeerd in New York. In 2013 is zelfs ter promotie van een van zijn exposities zijn schilderij van Kuifje – Tintin – op een wolkenkrabber in Manhattan geprojecteerd geweest.
Grote namen uit de autowereld hebben Marcel Bastiaan de afgelopen ontdekt en in de armen gesloten. “Ik nam in 2018 deel aan een groepsexpositie bij Bugatti, in de oude fabriek in Campogalliano, ik denk dat ik daar toen ben opgevallen, want Romano Artioli heeft me daarna gevraagd voor een solo-expositie, ook in de fabriek. Dat heb ik gedaan natuurlijk, ik vond het zo’n eer, dat Artioli dat aan me vroeg, de man die Bugatti met de EB110 nieuw leven heeft ingeblazen. Ik heb er speciaal een hele serie voor gemaakt met Bugatti’s als hoofdthema, op heilige grond, in de fabriek zelf.”

“Ook Lamborghini heeft me uitgenodigd, voor een eigen expositie in Santa’Agata Bolognese. Geweldig om te doen, daar heb ik twaalf doeken voor geschilderd en daarmee was de koek nog niet op. In Santa’Agata vonden ze mijn interpretatie van Lamborghini’s woeste stier zo mooi, dat ik er vorig jaar een kunstwerk van moest maken, voor aan de stadsmuur in de hoofdstraat. De onthulling had plaats tijdens een groot diner, de tafels stonden gewoon in de hoofdstraat, tot diep in de nacht hebben we gegeten en gedronken. De burgemeester heeft me toen ook ereburger van Santa’Agata gemaakt. Het was echt fantastisch, wat daar allemaal kan in Italië, hoe die mensen weten te leven.”

Bastiaans had het grote geluk tijdens zijn exposities in Italië nog meer grote helden te ontmoeten, zoals Loris Bicocchi, de wereldberoemde super-car testdriver, Giampolo Dallara, Horazio Pagani en Christian von Koenigsegg (foto). Met die laatste twee zat hij aan tafel bij de inauguratie van zijn gouden stier voor Santa’Agata. “Ik kon mijn geluk niet op. Als jongentje van acht beginnen met schilderen en dan uiteindelijk zulke grootheden mogen ontmoeten en zelfs met hen dineren, wie had ooit durven denken? Is het leven niet geweldig?”

Zijn meesterwerk, dat moet hij nog maken, zegt hij. Tijd heeft hij er nog genoeg voor. Hoewel Bastiaans tegen de 60 moet zijn, heeft hij nog altijd een tomeloze energie en werklust. Er is niets in hem dat aan stoppen denkt. “Ik ben met nieuwe technieken bezig en er is nog zoveel dat ik wil schilderen. Ik heb besloten dat ik aan het werk blijf totdat ik het niet meer leuk vind. Ik stop pas als mijn schilderijen niet meer terugpraten, als de ziel eruit is. Als ik geen emotie meer in mijn werk kan leggen, dan kan ik het schilderen niet meer. Ik hoop dat ik kan blijven schilderen tot er bij neerval, boem, met mijn gezicht in de verf, of in de armen van Ina, mijn vrouw. Dat zou ik zo mooi vinden.

marcelbastiaans.com

TEKST Ton Roks FOTO’S Luuk van Kaathoven

 


Tags: , , , ,



Ton Roks
Na 25 jaar in de autojournalistiek vervulde Ton Roks in november 2012 een lang gekoesterde wens, hij begon een eigen autoblad: Octane, met een hoofdrol voor de klassieke auto – en een gezonde belangstelling voor interessante nieuwe auto’s.




Vorig bericht

Recept voor een one-off

Volgend bericht

Ernst Berg





Bezoekers lazen ook


Meer historie

Recept voor een one-off

Ingrediënten: een idee, een tekening, heel veel tijd. Bereidingswijze: je begint met een rollend chassis en gaat op zoek...

25 March 2021