Laatste nieuws

Meccano voor grote jongens

Man & Machine / 5 maart 2021

Volgens Han Boonstra is de Triumph Spitfire eigenlijk een doos Meccano voor grote jongens; alles zit met bouten en moeren vast en je kunt overal heel goed bij.

“Mijn Spitfire is nieuw gekocht door mijn ouders in 1979. Ik was toen een jongetje van negen en samen met mijn zusje hebben we de auto opgehaald bij de Leyland dealer Geurts in Culemborg. Mijn zusje en ik pasten toen nog net met zijn tweetjes achter de voorstoelen. Het is altijd een hobby-auto geweest en daardoor heeft de Triumph weinig regen en al helemaal geen pekel gezien en met als resultaat de huidige goede conditie. Mijn vader heeft er in de eerste 16 jaar ongeveer 75000 kilometer mee gereden en toen ik trouwde in 1994 was de Spitfire ons huwelijksgeschenk. De tenaamstelling van de auto is dus ook onze trouwdatum. Inmiddels heeft de Spitfire 115.000 kilometer op de teller staan en nog steeds is hij helemaal origineel en ongerestaureerd.”

“Het is een Spitfire 1500 uit 1979 in de kleur Inca Yellow. De motor heeft een inhoud van 1500 cm3, hij levert 71 pk en is uitgerust met twee SU-carburateurs. Accelereren van 0 naar 100 km/h kan volgens de folder in 11,3 seconden, maar dat heb ik nooit geverifieerd. Wel bewezen is de opgegeven topsnelheid van rond de 160 km/h; heel soms mag hij zich even bewijzen en dan haalt het wagentje die snelheid wel, maar hij is daar duidelijk niet voor gemaakt. Een Spitfire voelt zich thuis op smalle buitenweggetjes met veel bochten en is ook geschikt om even watervlug door het centrum van een provinciestadje te sturen.”

“Het enige dat we hebben aangepast is toevoeging van een elektrische koelventilator. Origineel zit de ventilator met een viscokoppeling op de krukas, maar toen die voor de derde keer de geest gaf heb ik een elektrische ventilator aan de voorkant van de radiator gemonteerd. Hij past helaas niet tussen het blok en de radiator in. De ventilator wordt nu middels een sensor aangestuurd en ik kan er ook voor kiezen om hem via een schakelaar op het dashboard in te schakelen. In de Nederlandse praktijk is dat niet nodig maar in de bergen kan het misschien handig zijn, koeling op commando.”

“Mijn eerste eigen auto was een Mini 1000 uit 1980. Die auto had ik in 1990 overgenomen van vrienden van mijn ouders met de bedoeling om de Mini nooit meer te verkopen. Toen ik een aantal jaren geleden voor een appel en een ei mijn jongensdroomauto kon kopen, een Porsche 924 S, vond ik drie hobbyauto’s te veel en toen moest de Mini het veld ruimen. Wel fijn om te weten dat hij nu wordt gerestaureerd door een zoon van een collega van mij. Van de opbrengst van de Mini kon ik net een remrevisie voor de Porsche betalen. Dus ja, van jongs af aan ben ik autofiel en heb ik stapels folders verzameld en uitgespeld.”

Luuk en Han Boonstra

“Het zit kennelijk in de genen. Mijn opa was graag in de weer met auto’s en ook mijn vader is een echte ‘automan’. Waar mijn opa als echte techneut het onderhoud van zijn auto’s altijd zelf deed, bracht mijn vader ze liever naar de dealer of merkspecialist. Hij zegt altijd van zichzelf dat hij meer een rijder is. Ik combineer het, ook omdat zelf sleutelen aan de Spitfire en de 924 leuk is en het de hobby betaalbaar houdt. Mijn vader heeft voor de Spitfire gekozen omdat hij graag een nieuwe auto wilde, om die vanaf dag één goed te onderhouden en nooit meer weg te doen. Restauratie van een oldtimer zou hem veel te veel tijd kosten en de nieuwe Spitfire viel toen binnen zijn budget. Dat de auto een separaat chassis heeft en dat de techniek goed bereikbaar is, is duidelijk een voordeel. De Spitfire is eigenlijk een doos Meccano voor grote jongens; alles zit met bouten en moeren vast en je kunt overal heel goed bij. Het sleutelt heel erg leuk. Kleppen stellen doe je zittend met je kont op een voorwiel.”

“Origineel staat een Spitfire op 155 R13 banden, maar in 1979 hebben we er bredere (175/70 R13) opgezet die gemonteerd zijn op de originele wielen. Mijn vader heeft alleen een andere versnellingsknop gemonteerd en verder nooit iets veranderd aan de auto. Hier en daar heb ik wel het een en ander gemodificeerd. Zo zijn alle rubbers in de wielophanging vervangen voor powerflex polyurethaan. De bladveer heeft een zogenaamd ‘Meijerink setje’, polyurethaan schijfjes waardoor de wielstand achter beter is. Oude Spitfires hebben de neiging om achter steeds meer camber te krijgen, omdat de bladveer doorzakt. Met de genoemde schijfjes is de vering achter iets beter en was ik meteen af van een vervelende piep, veroorzaakt door de metalen veerbladen die over elkaar heen bewogen. Voorts heeft de auto rondom Koni schokdempers en zijn de remslangen vervangen door roestvrijstaal versterkte exemplaren.”

“Het originele stuur is vervangen door een leren stuur van Mono Lita en het stalen dakje heb ik later erbij gekocht. Ik plaats het meestal in november op de auto waarmee de ‘Spit’ een knusse coupé wordt. Ook niet origineel zijn de twee extra metertjes achter de pook, een oliedruk- en olietemperatuurmeter, die momenteel geplaatst zijn in een tijdelijk ‘plankje’. De radio is daarmee komen te vervallen. Alle wijzigingen zijn omkeerbaar. Zelfs de kabelboom is onaangetast. De verlichting van de metertjes is aangesloten op de constante stroom van de radio en die zet ik met een extra schakelaar aan en uit.”

“De Spitfire is een soort constante factor in mijn leven geworden, ik weet niet beter dan dat deze auto er is en dat is erg leuk. Ik rij er graag mee omdat het je de mogelijkheid geeft om aan dagelijkse beslommeringen te ontsnappen. Hij wordt voor allerlei ritten ingezet maar nooit dagelijks. Als ik de auto bijvoorbeeld gebruik om naar mijn werk te gaan, zoek ik een droge dag uit en moet er qua tijd niet te veel druk op de ketel staan. Je moet de tijd nemen om met een Spitfire te reizen. Even vlot op en neer ergens naar toe is er niet bij. Het begint al met het starten van de auto; eerst even de startmotor draaien zonder de choke te gebruiken zodat de oliepomp voor druk kan zorgen. Doe je dat niet dan hoor je de eerste seconden de krukaslagers schuren. Als er oliedruk is trek ik de choke uit en springt het motortje vlot aan. De toerenteller moet dan met een tik op het glas tot leven gewekt worden en dan is het belangrijk om de Spitfire rustig warm te rijden. Met een moderne auto ben je dan allang de gemeentegrens over.”

“Verder is het autorijden in een Spitfire wel echt werken; niets is bekrachtigd en ook de gemiddelde snelheid ligt lager. Eigenlijk rij ik altijd binnendoor en dat is in ‘Nederland drempelland’ een tijdrovend gebeuren. Bij aankomst ben ik moe van het rijden en dan sluit ik de auto af met de tonneaucover. Ook dat kost tijd. Het hoort erbij maar het maakt een Spitfire voor dagelijks gebruik minder geschikt. Het harde werken heeft wel veel charme en je kunt goed met het verkeer meekomen. Afgelopen najaar zijn mijn vrouw en ik met de Spitfire op vakantie geweest naar Zuid-Limburg. Verder rijden we wel eens een rit met de Club Triumph Holland. Het lijkt mij leuk om eens door de Alpen te rijden of bijvoorbeeld naar de Gorges du Verdon. Er past een summiere kampeeruitrusting in de auto waarbij elk hoekje en gaatje gevuld is. Als er dan een doosje boodschappen bij de supermarkt gehaald wordt moet de bijrijder dit op schoot houden. Ik vertik het om met zo’n truttig kofferbak imperiaaltje te rijden. Je ziet dan niets meer in je binnenspiegel.”

“Mijn advies aan aspirantkopers van een Spitfire? Lid worden van de Triumph of Spitfire Club en veel met liefhebbers er over praten. De Spitfire is een heel overzichtelijke auto, dus als je nog nooit een auto gerestaureerd hebt kan het een mooie vingeroefening zijn. Een goed onderhouden Spitfire is ondanks de verhalen die je hoort naar mijn mening een erg betrouwbare auto waar je heel veel plezier mee hebt.”

OCTANE AUTO’S / Updates door stafleden, medewerkers en lezers

Triumph Spitfire (1979)

Han Boonstra


Tags: , , , ,



Frank Goedhart
Frank's interesse in klassieke auto's en autosport komt ruimschoots aan bod: samen met lezers zorgt hij voor nieuws op Instagram, Facebook, LinkedIn en de website van Octane.




Vorig bericht

Een klein en dapper werkpaard: de Mini Pick-up

Volgend bericht

Emanuel Rufo: passie voor hout





Bezoekers lazen ook


Meer historie

Een klein en dapper werkpaard: de Mini Pick-up

Sir Alec Issigonis wilde een auto bouwen die boven alles nuttig, zuinig en goedkoop zou zijn, een auto voor iedereen en zeker...

1 March 2021