Laatste nieuws

Meer dan het instapmodel van Ferrari

Man & Machine / 14 januari 2022

We hebben in het verleden al eens kennis gemaakt met de drie filmauto’s van Frederik van Acker uit België: een ‘Back to the future’ DeLorean DMC, een Pontiac Firebird ‘Knightrider’ en een Lotus ‘007’ Esprit. Hoog tijd om zijn Ferrari Mondial QV eens uit de schaduw van het drietal te rijden.

De Mondial was de opvolger van de Ferrari 208/308GT4, ontworpen door Pininfarina met een carrosserie van Scaglietti. Hij werd geproduceerd van 1980 tot 1993 en wordt vaak gezien als het instapmodel van Ferrari. De 2+2 coupé en de cabriolet worden onterecht nog wel eens gezien als ‘mindere Ferrari’s’ maar de snel stijgende prijzen zijn een duidelijke indicatie van de toenemende aantrekkingskracht van deze laatbloeier. Er zijn in totaal 6.800 Mondial’s geleverd. In 1982 kreeg de 3-liter V8 vier kleppen per cilinder waarmee het vermogen van deze QV uitkwam op 240 pk.

“Het was in de tweede helft van de jaren ‘80 toen ik als tiener, mijn laatste aanwinst uit de hobbywinkel vastmakend op mijn fietsbagagedrager, in mijn ooghoek iets laags en roods zag naderen. Het was een Ferrari Testarossa, bestuurd door de toentertijd bekende Vlaming, Jean-Pierre Van Rossem. Hij was een langharige, kettingrokende, selfmade, excentrieke beursgoeroe en multimiljonair, gekend voor zijn imposante collectie Italiaanse sportwagens. De door hem opgerichte Moneytron Formule 1 renstal was een kort leven beschoren. Om hem te zien sturen was al iets speciaals, maar het was zijn wagen met die lijn, die Rossa Corsa kleur en het zware gedreun van de twaalfcilinder boxer die de vonk bij mij deed overslaan. Sindsdien is mijn passie voor het merk uit Maranello er alleen maar groter op geworden.

Het begon, net als bij zovelen, met het verzamelen van de 1:18 schaalmodellen van BBurago, aangevuld met boeken en tijdschriften. Later werden er op Francorchamps de Ferrari Days gehouden, waar ik op een dag de ganse geschiedenis voorbij zag komen, van de 125 tot en met de laatste F50. Omdat een ver familielid hoorde dat ik tot de Ferraristi behoorde, regelde hij voor mij een bezoek aan zijn kennis, die eigenaar was van twee interessante Ferrari’s. Als 16-jarige knul stond ik daar, op een herfstdag, voor zijn dubbele garage, denkend dat ik enkele 308’s zou zien. Maar de poorten zwaaiden open en ik zag mijn reflectie in een 365 Daytona en 512 BBi! “Ritje maken?” vroeg hij, ”kies maar uit met welke!”. Ik twijfelde niet en koos de klassieke V12 van de Daytona en werd beloond met een ritje waarbij tussen Leuven en Brussel de eigenaar het gas even diep indrukte. We tikten dik tegen de 250km/h aan, waarbij de V12 brulde als een symfonie.

Inmiddels ben ik drie keer op pelgrimstocht naar Maranello geweest. Mijn grote droom bleef het om zelf een Ferrari bezitten maar dat leek als jonge werknemer een onbereikbaar doel, zeker in de periode van de jaren ‘90 toen de prijzen van klassieke auto’s astronomisch hoog waren. Het latere, volwassen leven verruimde mijn interesses en zo kocht ik, als liefhebber van filmauto’s en -props, een Delorean en de Knight Rider replica (zie Octane Auto’s verhaal). In 2012 kwam ik op de website van Oldtimerfarm terecht, een handelaar in klassieke auto’s. De marktprijzen waren in die tijd terug realistisch en eigenlijk relatief laag.

Er stonden enkele Italiaanse volbloeden in hun voorraad, maar twee sprongen er voor mij uit: een blauwe ‘82 Mondial 8 en een rode ‘84 Quatrovalvole, elk rond de 20.000 euro. Alhoewel dit model jaren verguisd is geweest als het ‘lelijke eendje’ in het oeuvre van Enzo, vond ik deze toch wel wat hebben. De tijd bewijst mijn gelijk, want er is in de klassiekerwereld inmiddels een nieuwe appreciatie voor dit model ontstaan. Hoe meer ik ernaar keek en de details bestudeerde, hoe meer ik er fan van werd. Het duurde dan ook niet lang of de verkoop was beklonken. Mijn keuze viel op de rode, ook omdat deze de QV V8 motor had, dezelfde als in de 308; gekend als betrouwbaar en relatief makkelijk om aan te werken. De motor hoeft er niet volledig uit als je de distributieriemen vervangt. Elektrisch kan er wel eens een akkefietje zijn, maar dat neem je erbij.

Intussen ben ik tien jaar trotse eigenaar en is zijn waarde in de huidige markt al meer dan verdubbeld. Het blijft een thrill om een stukje automotive art te bezitten; ook al was het toen het instapmodel van de Italiaanse autobouwer, het race-DNA zit er toch in. Hij klinkt het mooist dicht tegen het rode lijntje op de toerenteller. Het was wel even wennen in vergelijking van mijn andere wagens waar 4500 omw/min al grensgebied is; met de Ferrari zit je dan nog maar in tweede versnelling.

Dat ik er te weinig mee rijdt komt door mijn drukke leven, het kwakkelweer in ons Belgenlandje en doordat er soms wel iets hersteld moet worden. Dat laatste viel tot nu toe wel nog mee: het eerste jaar een waterpomp- en dynamorevisie, daarna het vervangen van de toerentalsensoren en de master-slave-koppelingspompjes. Wat me de meeste stress gaf was de eenvoudigste herstelling: het binnenwerk van de lichtschakelaarhendel was gebroken waardoor mijn lichten niet meer bedienbaar waren. Een nieuw exemplaar vinden is erg moeilijk en weet, alles van Ferrari is exclusief en vijf keer zo duur als je zou verwachten. Het zijn geen generische componenten die je in andere merken kan terugvinden. Dankzij het web vond ik een Amerikaanse firma die zich specialiseert in het gieten van de gebroken onderdelen. Daarvoor diende mijn originele wel naar de US verstuurd te worden en hopelijk ook retour te komen! Dat waren spannende weken, vooral op het moment dat de tracking aangaf dat mijn pakketje per abuis in Israël terecht was gekomen. Gelukkig kwam alles goed en heb ik nu weer een functionele stuurkolom.

Dit jaar zijn de banden aan vervanging toe. De originele zijn metrische TRX’s met bijhorende wielen. Een nieuwe band gaat dan al snel tussen de 450 en 600 euro per stuk kosten. Om dit te omzeilen ga ik recentere ‘inch’-wielen van een 348 monteren, waardoor er gangbare banden op kunnen. Overigens is de wagen nog steeds zoals ze 38 jaar geleden van de band rolde. De motor zou wat cosmetisch verbeterd kunnen worden en het leder kan misschien vervangen worden maar ik verkies om het zo te laten. Het geluid en de belevenis om met een stukje geschiedenis te rijden is voor mij zoveel belangrijker. De tiener met zijn fietsje zou nooit geloofd hebben dat ik nu in een Ferrari rijdt!

Man & Machine

Ferrari Mondial QV (1984)

Frederik van Acker


Tags: , , ,



Frank Goedhart
Frank's interesse in klassieke auto's en autosport komt ruimschoots aan bod: samen met lezers zorgt hij voor nieuws op Instagram, Facebook, LinkedIn en de website van Octane.




Vorig bericht

Renaults & Alpines: Oud ontmoet Nieuw

Volgend bericht

Dakar Classic met een succesnummer





Bezoekers lazen ook


Meer historie

Renaults & Alpines: Oud ontmoet Nieuw

Robert van Ieperen ziet een duidelijke connectie tussen de geschiedenis en ontwikkeling van woningen en die van auto’s....

7 January 2022