Laatste nieuws

MG LE50, een B voor de 21e eeuw

Reportages / 5 april 2020

Frontline Developments bouwt speciale versies van de beminde MG B. Met 215 pk en een top van 255 km/h.

Al twintig jaar ontwikkelt Frontline Developments onderdelen om MG’s te verbeteren – en natuurlijk worden ook reparaties en restauraties uitgevoerd. De leiding is er in handen van Tim Fenna – er is geen schroef of moer aan de B die Tim en zijn mensen niet kennen, er is geen probleem waarvoor ze geen oplossing weten. Frontline Developments is gevestigd in het dorpje Steventon en dat ligt (natuurlijk) onder de rook van Abingdon, waar de B’s ooit in grote aantallen de fabriek uitrolden.
Als je bij Frontline Developments binnenstapt, kun je je ogen goed de kost geven aan allerhande B’s en Midgets, welke laatste dikwijls zijn uitgevoerd met de moderne K-series motor uit de F, soms zelfs met compressor. In de voorraadschappen liggen betere remsystemen, verbeterde wielophangingen, Panhard-stangen, vijfversnellingsbakken en allerlei andere onderdelen om een B – of een Midget – sneller en beter te maken.

Het kost je GBP 59.900 om een van de 50 LE50’s te kopen, die Tim Fenna met zijn Frontline Developments hoopt te bouwen. Een fiks bedrag, waarvoor je overigens wel een brandnieuwe MG B GT krijgt. “Ik ben een samenwerking aangegaan met British Motor Heritage Limited, dat een heleboel onderdelen voor de B nieuw maakt. Zij leveren mij nagelnieuwe carrosserieën, en zij erkennen de LE50’s als echte, klassieke MG’s. Ik spoor sloop B’s op, en daarvan gebruiken we het chassisnummer”, vertelt Tim. Die werkwijze heeft tot plezierig gevolg dat een LE50 ook de leeftijd van de die gesloopte B overneemt, en dus als klassieker door het leven kan, met bouwjaar 1965. Inderdaad, de B was er al drie jaar eerder, maar dat was de roadster, de GT werd pas in 1965 geïntroduceerd. Nederlanders die een LE50 aanschaffen, moeten hem in beginsel dus net zo gemakkelijk kunnen invoeren als een willekeurige, klassieke B.

Onder de motorkap ligt niet meer de 211 kilo wegende, gietijzeren 1,8-liter vierpitter van de originele B, maar de splinternieuwe 2,0-liter viercilinder van de Mazda MX-5, geheel van aluminium en daardoor slechts 84 kilo zwaar. De Japanse motor is in alle opzichten veel moderner: hij heeft injectie en dubbele bovenliggende nokkenassen en draait met gemak 2100 toeren méér dan de originele Brit. Hij is goed voor 215 pk aan vermogen en 236 Nm aan koppel, stukken meer dan de 96 pk en 149 Nm van de oude B. De LE50 is zelfs sterker dan de MG B V8, die met 139 pk aantrad.
De tweeliter is niet zonder meer overgenomen van de Mazda, Frontline heeft een aantal verbeteringen toegepast, zoals grotere (45 millimeter) gaskleppen, een andere nokkenas aan de uitlaatzijde en een nieuw, vrijer ademend uitlaatsysteem.

De motor is gekoppeld aan de lichtmetalen zesbak van de MX-5, maar het limited slip differentieel bevindt zich in de standaard achteras van de B. Dat laatste moest wel, want om als klassieke MG B geregistreerd te worden, moet een deel van de originele aandrijflijn behouden blijven – de starre achteras dus. Wat de wielophangingen betreft, moesten de originele bevestigingspunten van de carrosserie gebruikt worden, maar voor wat de constructie van de ophangingen betreft, en de wielgeometrie, kon Tim Fenna zich uitleven en dat heeft hij gedaan ook gedaan door er alle knowhow in te stoppen die hij in meer dan 20 jaar heeft opgedaan. Vóór heeft hij verstelbare dempers gemonteerd in combinatie met driehoekige aluminium draagarmen, achter heeft hij een multilink constructie toegepast, die de starre achteras uitstekend onder controle houdt.

Alle LE50’s hebben de gesloten carrosserie van de GT, dat vindt Tim Fenna het beste bij het Gran Turismo karakter passen dat hij met de auto voor ogen heeft. De carrosserie is helemaal nieuw en Frontline loopt alle laspunten na en versterkt deze waar dat nodig wordt geacht. Als de carrosserie gespoten is, worden alle bekende roestplekken van de B GT extra nabehandeld. De LE50 is er in drie kleuren, wit, donkergrijs (gun metal) en dit groen, waarvoor Frontline de kleur van de Aston Martin DBR2 heeft laten namengen. Smaak kan de mannen van Frontline Developments niet ontzegd worden, dat is de overheersende indruk als je het interieur bekijkt. De auto ziet er rijk weldadig uit, maar met behoud van de originele lay-out en uitstraling. De geluidinstallatie is knap weggewerkt en de ‘radio’ ziet er fraai klassiek uit. Het geluid is geweldig, wat mede te danken is aan de subwoofer die in de ‘kofferbak’ is weggewerkt. De toerenteller en snelheidsmeter zijn door Smiths speciaal voor de LE50 gemaakt. De auto heeft ook airco, stoelverwarming en een verwarmde voorruit. Er zit 23 kilo isolatiemateriaal in een LE50, maar ondanks dat, en de extra luxigheden, is hij nog steeds lichter dan een oude B.

Het is een mooie auto, typische Brits, met de sportieve en ook voorname stijl van een Aston Martin. Tim Fenna heeft zeker geen hotrod van de LE50 gemaakt, hij is maar een klein beetje verlaagd, en hij staat niet op laagprofiel banden en te brede wielen. Hij draagt lichtmetaal van Dunlop en dat staat de GT uitstekend, maar wie liever spaakwielen wil, kan ze zonder meerprijs krijgen. De LE50 is rondom geschoeid met Yokohama’s C-drive2 in de maat 185/65/15, volgens Tim de beste ‘klassieke’ band voor een B.

Tim Fenna, de man achter Frontline Developments

Ook de voorspoiler heeft hij bescheiden gehouden, waardoor de LE50 er vooral uitziet als een knap gerestaureerde B GT van vijftig jaar geleden. De spoiler is overigens wel nodig, want de LE50 heeft een véél hogere top dan een oude GT. Bij 175 km/h gaat de neus lift ondervinden, door de grotere ‘onderlip’ is dat punt echter verlegd naar 240. Gelegenheid om grotere proporties aan te nemen, krijgt het ‘lift’-effect niet, want bij 255 heeft de LE50 volgens Frontline zijn top bereikt.
De motor klinkt kernachtig en lustig, met een ruw randje zelfs, hij maakt helemaal niet dat soepele naaimachinegeluid dat je van zo’n Japanse machine zou verwachten. Frontline heeft het aanzuig- en uitlaatgeluid bewust zo afgestemd dat de motor zo veel mogelijk klinkt als de originele vierpitter uit de jaren zestig. Daardoor zal menige B-eigenaar niet meteen horen dat er iets anders onder de kap ligt, behalve als er flink in toeren wordt doorgetrokken. Dan wordt het geluid gespierder en helemaal bovenin produceert hij een diepe en sonore huil, een beetje als een Escort BDA-blok vroeger.

Met een eigengewicht van 900 kilo is de LE50 erg snel, hij zou maar 5,1 seconden nodig hebben om van 0 naar 100 km/h te sprinten. Ik denk dat je iemand in een Porsche Boxster aardig wat schrik aan kunt jagen met de LE50, want hij trekt uitstekend en hij krijgt zijn vermogen buitengewoon goed op straat. Bij een ‘oude’ MG B wil de achteras nog al eens slaan bij fors optrekken of naar links en rechts bewegen in bochten, zeker als de rubbers wat versleten zijn. Dat kan bij energiek sturen een ongewenst meestuureffect tot gevolg hebben in bochten. Daar heeft de LE50 helemaal geen last van, de achteras zit er prachtig strak onder, waardoor de auto altijd precies de reacties geeft die je verwacht, en zich rustig gedraagt als je veel gas geeft of abrupt gas loslaat.
De vering en demping zijn er aanzienlijk op vooruit gegaan, de LE50 blijft – in tegenstelling tot een oude B – strak op de weg ‘staan’ als je in een snelle bocht een kuil of hobbel tegenkomt. Door het lage gewicht in de neus stuurt hij lekker rap in, hij ‘hapt’ echt enthousiast naar de aansnijdpunten. Je zou dan ook zweren dat de besturing heel direct is, maar toen ik het aantal omwentelingen tussen de beide uiterste wielstanden telde, kwam ik op 2 ¾ uit en dat is eerder normaal dan erg direct.

Het mooie van de LE50 is dat het geen moderne sportwagen is geworden, vermomd als MG B GT, maar dat hij nog steeds in alle opzichten overkomt als een echte B, echter sterk verbeterd. En daarvoor verdienen Tim Fenna en Frontline Developments complimenten: alle positieve eigenschappen van een B zijn versterkt en alle zwakken punten zijn geminimaliseerd, maar niet compleet uitgegumd, want ook zij zijn medebepalende voor de persoonlijkheid van een B. Kortom: het karakter is behouden gebleven, maar de prestaties zijn naar een aanzienlijk hoger niveau getild.
Rest natuurlijk nog de vraag voor wie de LE50 bedoeld is. Hij is niet bestemd voor diegenen die ‘gewoon’ in een klassieke B willen rijden, want zij kunnen voor een derde van de prijs van een LE50 al een goed exemplaar vinden en voor de helft zelfs een topper.

Is hij een goed alternatief voor een moderne sportwagen? Een MX-5 met dezelfde motor heb je voor 35 mille, fors veel minder dus. Nissan zet voor je 60.000 euro in een mooie 370Z. Wat betekent dat diegenen die enkel en alleen een lekkere sportwagen of snelle GT begeren, beter naar de eerste de beste autoboulevard gaan. De LE50 past eigenlijk beste bij iemand die van historische auto’s houdt en niets liever doet dan er dagelijks in rijden. De auto is daar volledig op voorbereid, inclusief protectie tegen roest en degelijke. De Japanse aandrijflijn is een garantie dat hij je zelden of nooit in de steek zal laten. De LE50 heeft bovendien het voordeel dat hij een klassieker is, hij heeft daar immers het chassisnummer en kenteken van. Hij is dus vrij is van houderschapsbelasting, bijtelling en kan mogelijk zelfs op een goedkope verzekering gereden worden.

De waardevermindering van een LE50 zal in het begin gelijke tred houden met ‘gewone’ nieuwe automobielen, maar vervolgens op een vrij hoog niveau stabiel blijven, zoals nu ook met de MG RV8 het geval is. Alhoewel een LE50 bijna 60.000 GBP kost, is hij in zekere zin toch een koopje te noemen. Frontline Developments maakt er geen geheim van dat er alleen al voor 40.000 GPB aan nieuwe onderdelen in zo’n handgebouwde LE50 zit. Heel veel verdient Tim Fenna er niet aan. “Ik doen dit project vooral om mijn bedrijf nationaal en internationaal nog beter op de kaart te zetten”, zegt hij. Uiteindelijk is er maar één conclusie die telt, en dat is dat de LE50 veel waar en veel plezier voor zijn geld biedt en dat hij niet voor iedereen geschikt is. In deze dagen van massaproductie en eenvormigheid is dat laatste een eersteklas aanbeveling.

Tekst Ton Roks, foto’s Stuart Collins

FRONTLINE DEVELOPMENTS MG LE50
Motor viercilinder met bovenliggende nokkenassen en vier kleppen per cilinder, inhoud 1999 cm3, maximum vermogen 215 pk bij 7200 min-1 , maximum koppel 235 Nm bij 3600 min-1.
Transmissie handgeschakelde zesversnellingsbak, achterwielaandrijving, zelfsperrend differentieel
Gewicht 941 kilo
Acceleratie 0-100 km/h 5,1 seconden
Topsnelheid 255 km/h
Prijs van GBP 59.900

www.frontlinedevelopments.com


Tags: , , ,



Ton Roks
Na 25 jaar in de autojournalistiek vervulde Ton Roks in november 2012 een lang gekoesterde wens, hij begon een eigen autoblad: Octane, met een hoofdrol voor de klassieke auto – en een gezonde belangstelling voor interessante nieuwe auto’s.




Vorig bericht

Opel Ascona 1600 S (1971)

Volgend bericht

Verstandshuwelijk tussen elektrisch en fossiel





Bezoekers lazen ook


Meer historie

Opel Ascona 1600 S (1971)

Wie ‘A’ zegt, moet ook ‘B’ en ‘C’ zeggen. Dat vindt ook Barry Brouwer. Zijn originele Ascona A uit 1971 is in topconditie...

3 April 2020