Laatste nieuws

Mooie onderwerpen voor autosportfilms

Alle columns / Ton Roks / 20 april 2020

Net zoals iedereen ben ik de afgelopen weken meer thuis geweest dan anders en dat gaf de tijd om naar Le Mans ’66 annex Ford versus Ferrari te kijken. Mooie film, met goed acteerwerk en mooie actiebeelden. Al leken ze soms wat gekunsteld en waren de schakelmomenten van ‘Ken Miles’ af en toe een tikje merkwaardig. Helemaal historisch correct was hij ook niet, maar genoten heb ik zeker.

Hij heeft me aan het denken gezet over nog meer autofilms – de geschiedenis bevat genoeg geweldige verhalen die zich lenen voor een goed script, dat is ook bewezen door Rush, de film over Niki Lauda en James Hunt.

Het eerste idee dat me te binnen schoot was natuurlijk de Mille Miglia, in het bijzonder die van 1955, gewonnen door Stirling Moss en Denis Jenkinson. Ze legden de duizend mijlen in een ongelooflijke en nooit geëvenaarde tijd van 10 uur en een paar minuten af. Beide mannen zijn een verhaal op zich, de ontwikkeling van Moss van jonge en ambitieuze Engelsman tot coureur van wereldformaat en die van Denis Jenkinson, de autosportjournalist en koelbloedige bakkenist in menige motorrace die het bracht tot navigator tijdens een van de allergrootste prestaties in de autosport. En die na die legendarische rit aan zijn typemachine is gaan zitten en een van de geweldigste autosportverhalen ooit tikte.

Stof genoeg voor een film, niet alleen de race zelf maar ook de aanloop er naar toe. Hoe Moss en Jenkinson de route meerdere keer verkend hebben – eerst rustig met een Mercedes 220A die maar een top had van 135 km/h, maar daardoor de gelegenheid gaf om alles rustig te bekijken, daarna een 300 SL (waarmee ze crashten) en vervolgens een 300 SLR. Alles hebben ze op papier gezet, zodat ze precies wisten wat er kwam. Geweldige gesprekken moeten er onderweg geweest zijn. Jenkinson: “Deze weg loopt rechtdoor, hier kunnen we voluit gaan, topsnelheid.” Moss: “Nou, ik weet nog niet of ik hier 275 ga rijden, misschien voel ik me in de race iets meer op mijn gemak als we tot 260 terugzakken.” Jenkinson: “Als ik het fout heb en we crashen, denk je dat die 15 km/h dan een verschil zullen maken?”

Één ding is zeker, de producent zal geen fortuinen hoeven uit te geven aan het vervaardigen van replica’s van de auto’s, want die zijn er allemaal nog, inclusief de winnende 300 SLR met nummer 722, dat tevens de starttijd was. Handig voor de toeschouwers langs de route, konden zelf uitreken hoe snel iemand was.

Helden genoeg om aan bod te laten komen, zoals onze eigen Gijs van Lennep en Toine Hezemans

De Carrera Panamericana is ook gouden materiaal voor een film. Eerst een race voor Amerikanen die met zwaar opgevoerde stock cars door Mexico wilden raggen, en vervolgens een evenement dat zich ontwikkelde tot een levensgevaarlijke arena waarin Europese topfabrikanten als Ferrari, Lancia, Porsche en Mercedes met elkaar strijd leverden. Tragedies te over, Lancia zou een mooie rode draad kunnen zijn, vanwege de heldhaftige – en gewonnen – strijd tegen Ferrari. Veel van de auto’s zijn er nog, een staat er zelf in het Louwman Museum.

En last but not least, de Targa Florio, die geweldige stratenrace op Sicilië, met tienduizenden Italianen langs de route, met trainingen op bijna racesnelheid tussen het normale verkeer door. De route is nog grotendeels intact en de Targa leeft bij de bevolking nog altijd voort. Toen ik er een aantal jaren geleden was met voormalig winnaar Gijs van Lennep werd hij in een café meteen herkend, en binnen een mum van tijd waren er allerlei enthousiasten om hem te begroeten. Ook de jeugd kent de Targa nog – zo veel hebben ze erover gehoord van hun ouders en grootouders.

Helden genoeg om aan bod te laten komen, zoals onze eigen Gijs van Lennep en Toine Hezemans, en natuurlijk Vaccarella, de Siciliaanse onderwijzer die het parkoers zo goed kende – en zo goed kon sturen – dat hij de Targa won. Of Tommaso Venturella, de jongeman die als kind een arm had verloren, en goud waard was voor rijders Bandini en Castellotti, bij wie hij instapte en die hij hielp met aanwijzingen tijdens de verkenningen. Alfa Romeo was hem daar zo dankbaar voor dat het Tommaso een DAF schonk, zodat hij ondanks zijn handicap zelf kon ervaren hoe het was om een auto te besturen. De filmmakers kunnen er zeker van zijn dat heel Sicilië op zijn kop zal staan om te helpen. En ik zal op het puntje van mijn stoel zitten om te kijken.






Ton Roks
Na 25 jaar in de autojournalistiek vervulde Ton Roks in november 2012 een lang gekoesterde wens, hij begon een eigen autoblad: Octane, met een hoofdrol voor de klassieke auto – en een gezonde belangstelling voor interessante nieuwe auto’s.




Vorig bericht

Sir Stirling Moss, een racelegende

Volgend bericht

MGC GT (1969)




Meer historie

Sir Stirling Moss, een racelegende

Als bewonderaar van Stirling Moss laat Octane-lezer Stanley Daamen de racegeschiedenis van deze Engelse legende herleven....

20 April 2020