Laatste nieuws

Morgan Plus Four, de snelste in 110 jaar

Nieuwe auto's / Slider / 7 augustus 2020

Stilletjes is de Morgan Motor Company een modern bedrijf geworden. De Plus Eight heeft het veld geruimd voor de Plus Six, met een state-of-the-art aluminium chassis en een aandrijflijn van de gerenommeerde Bayerische Motoren Werke. Nu heeft ook de Plus Four, het viercilinder model waarop Morgan al zeven decennia steunt, een modernisering ondergaan, eentje die zijn weerga niet kent, althans in zijn persoonlijke historie. Weg is de starre achteras met bladveren, weg is het simpele ladderchassis, weg is het archaïsche weggedrag. Wel gebleven is het houten frame dat de portieren en het plaatwerk om je heen ondersteunt. Er is nog iets veranderd, de viercilinder Morgan heet geen Plus 4 meer, maar Plus Four, met het cijfer voluit geschreven.

Uiterlijk is alles goeddeels hetzelfde gebleven, de carrosserie is op het eerste gezicht een 1-op-1 replica van de oude Plus 4. Je herkent de Four echter meteen aan de strips met LED’s die als dagrijverlichting in de koplampen zijn ondergebracht. Wat chassis betreft, is de Four hetzelfde als de Plus Six die we in de 43ste editie van Octane bespraken. De wielbasis is hetzelfde, alleen is de Four acht centimeter smaller, wat voornamelijk komt doordat de spatschermen slanker zijn vanwege zijn smallere banden. De zescilinder treedt aan met rubber in de maat 235/35/R19, de vierpitter met 205/60/R15 – dat alleen al scheelt zes centimeter per as.

Morgans blinken uit doordat ze maximale beleving bieden, niet alleen door een direct contact met de omgeving – je rijdt een Morgan bij voorkeur open – maar vooral door een intiem contact met de techniek en de wielen, die je maar al te graag vertellen wat ze op hun weg tegenkomen. In de Plus Six is al gebleken dat de MMC de waarde van beleving maar al te goed beseft, hij bedient je rijkelijk met alles dat zijn voorgangers aantrekkelijk maakte, echter gecombineerd met veel betere rijeigenschappen, te danken aan het zeer stijve chassis en de mooie wielophangingen. De Plus Four heeft dezelfde aandrijflijn als de BMW 330i, met hetzelfde vermogen en koppel, achtereenvolgens 258 pk en 400 Nm. De testauto die Morgan naar Louwman Exclusive had afgevaardigd was uitgerust met de achttraps automaat van ZF, een uitstekende transmissie. Dat neemt niet weg dat het een merkwaardig gezicht is de versnellingspook van een BMW op de transmissie tunnel te ontwaren.

Midden in het dasboard bevindt zich het instrumentenpaneel met hoofdrollen voor de toerenteller en snelheidsmeter, die wat mij betreft wel een vleugje meer retro hadden mogen zijn. Achter het stuur zie je een klein scherm, waarop de snelheid digitaal wordt getoond – dat doet een tikje afbreuk aan het klassieke karakter, maar gemakkelijk is het wel. De binnenspiegel is wat klein, hij had gerust wat breder gemogen, en met de kap dicht is het zicht naar achteren behoorlijk beperkt – je ziet achterliggers pas als ze aan het bumperkleven zijn. Maar goed, de Plus Four is bedoeld om open gereden te worden, en dan is het zicht rondom waarlijk uitstekend. Hij heeft nota bene centrale vergrendeling, enigszins merkwaardig voor een auto als deze. De zijruitjes zijn van kunststof, en de deurtjes kunnen gemakkelijk losgemaakt en achter de stoelen opgeborgen worden. Het vrije zicht op het wegdek draagt flink bij aan de beleving. De stoffen kap laat zich openen door slechts twee vergrendelingen los te maken – wel eerst even de stoelen naar voren schuiven, anders krijg je ruzie met de hoofdsteunen en veiligheidsgordels.

De beste plek in de Plus Four is die aan het stuur. Ik had de indruk dat je daar meer ruimte in de breedte hebt dan op de passagiersstoel, maar dat lijkt haast onmogelijk doordat de transmissietunnel zich op het oog precies in het midden bevindt. De rechterstoel heeft een vrij korte zitting en de beenruimte is er minder, waardoor je er minder fijn zit. De Four komt met twee cilinders minder aan de start dan de Plus Six, wat betekent dat je ruwweg 80 pk en 100 Nm minder hebt om mee te spelen. Een plus is dat zijn gewicht bijna 70 kilo lager is. Vergis je niet in de Plus Four, het is een deksels snelle auto, nog nooit heeft Morgan zo’n rappe viercilinder in zijn assortiment gehad. De prestaties liegen er niet om, hij sprint in 4,8 seconden van 0 naar 100 km/h, tegen 4,2 voor de Plus Six. Met zijn top van 240 blijft hij 27 km/h achter op de zescilinder, maar dat is voor dit type auto nauwelijks relevant. Duidelijk  is dat je met deze Plus Four andere viercilinder sportwagens met een gerust hart de handschoen kunt toewerpen. Rijd je Porsche 718 of Alpine A110? Pas dan op als je in je spiegel een Morgan met LED strips in zijn koplampen ziet opduiken.

De viercilinder is niet zo melodieus als de Plus Six, maar hij heeft een beste soundtrack, een tikje industrieel, net zoals in de 330i, maar zodra je het gas dieper intrapt komt er een krachtige roffel uit zijn XL uitlaatpijpen, waarmee het potente karakter van de Plus Four volledig recht wordt gedaan. Met zijn 400 Nm Koppel, al geheel tot uw dienst bij 550 toeren boven stationair, heeft de Four meer dan genoeg spierballen onder het pedaal om zijn Avons te laten spinnen, en zo hoort het. Breder rubber moet zo’n auto niet hebben, nu heb je tenminste de ruimte om met de grip en tractie te spelen.

Het is geen gladgeschoren sportwagen geworden waaruit elke eigenaardigheid is weggestreken, maar wel een die aanzienlijk veel fijner rijdt en stuurt

 De automaat doet zijn werk keurig – hij heeft het er maar druk mee, dat voortdurende moeten kiezen tussen acht verzetten. Zodra je het gas op laat komen, zoekt hij een hoger verzet op, zodra je het dieper intrapt, gaat hij een paar tandjes terug, sneller en trefzekerder dan je het zelf zou kunnen. Er is de optie om zelf te schakelen, met kunststof ‘flippers’ aan het stuur, maar die lust verlies je vrij snel. De stappen tussen de acht versnellingen in zijn vrij klein en één versnelling terugschakelen is bijna altijd te weinig, en dan rest de vraag of het er dan twee of drie moeten zijn. Uiteindelijk besluit je die beslissingen aan de ZF over te laten, die dat in de stand Sport+ overigens goed doet.

Het grote voordeel van de Plus Four is dat hij in tegenstelling tot de Six wél met een handbak te bestellen is, dezelfde six shooter als de BMW 330i. Mijn voorkeur zou zonder meer uitgaan naar die transmissie, hij geeft je een veel grotere band met de techniek en je houdt zelf de regie in handen. Hoe goed een automaat ook is, zien kan hij niet, hij anticipeert op je bewegingen met het gaspedaal en de rem, niet op die van de weg en het verkeer voor je. Als je de zesbak bestelt, houd je bovendien 1500 euro in je zak. Je levert ook iets in, de Plus Four is daarmee marginaal zwaarder, het koppel is 50 Nm lager afgestemd en het sprintje van 0 naar 100 duurt een halve seconde langer. Een verwaarloosbaar verschil ten opzichte van de extra satisfactie die de handbak geeft.

Door het superstijve chassis en de moderne wielophangingen ligt de Plus Four bijna zo vlak en strak op de weg als een elektrische auto, maar met genoeg interactie om je precies te laten voelen wat er onder je gebeurt. Door het lagere gewicht in de neus duikt hij nog enthousiaster de hoeken in dan de Plus Six. Eindelijk heeft Morgan een Plus Four waarmee je heel gemakkelijk hard kunt rijden. Met de oude kon dat ook, zolang de weg maar mooi vlak was en de starre achteras en voorwielophangingen niet te veel dingen tegelijk moesten doen. Op een minder goed wegdek werd het al gauw heel erg druk onder je en moest je voortdurend anticiperen en reageren op de strapatsen van het chassis, alsof je op een rodeopaard reed. De Plus Four is daar vrij van, hij laat zich mooi strak en precies rijden, met veel van de interactie die je van een sportauto verlangt. Hij is nog comfortabel ook, iets meer dan de Six door de hogere bandwangen, echter op heel slechte wegdekken krijgt hij toch iets van het springerige van de oude Plus 4, vermoedelijk doordat je dan de limiet van de korte veerwegen bereikt. Ook van de strakte en precisie gaat dan iets verloren.

Het sterke van de Plus Four is, dat hij net zoals andere Morgans, volop rijplezier geeft bij snelheden waarvoor je geen onbegrensde Autobahnen nodig hebt. Zodra je een bebouwde kom uit bent en zich een mooie open weg ontvouwt, kun je al genieten. Voorheen was het zo dat Morgan’s vooral geschikt waren voor mensen die van klassieke auto’s hielden en de historische rijeigenschappen eerder als een kwaliteit beleefden dan als een tekortkoming. Dat klassieke gevoel is zeker niet weg ‘ontwikkeld’, het is nu echter gecombineerd met hedendaagse rijeigenschappen, waardoor de Four, en ook de Six, geschikter zijn voor ‘moderne rijders’ dan ooit – je hoeft er in geval niet meer een tikje excentriek voor te zijn.

Vrees niet, de Morgan Plus Four is nog steeds een idiosyncratische auto en hij wekt nog steeds enorm veel sympathie en bewondering op. Het is geen gladgeschoren sportwagen waaruit elke eigenaardigheid is weggestreken, maar wel een die aanzienlijk veel fijner rijdt en stuurt. Voldoende zelfs om een interessant alternatief voor een 718 of A110 te zijn. Helaas voor de oude garde is de Plus Four een stuk duurder geworden, je moet er een mille of twintig meer voor afdragen dan ‘vroeger’. Daarvoor krijg je wel de snelste Plus Four die in 110 jaar het fabriekje aan de Pickersleigh Road heeft verlaten – en die meer dan ooit in staat is van elke plezierrit iets speciaals te maken.

TEKST TON ROKS / FOTOGRAFIE PIET MULDER

MORGAN PLUS FOUR
Motor 2,0-liter BMW TwinPower Turbo viercilinder Vermogen 258 pk bij 5.000 min-1 Koppel 400 Nm bij 1550 min-1 (350 Nm met handbak) Transmissie achttrapsautomaat ZF of handgeschakelde zesbak, achterwielaandrijving Afmetingen LxBxH 3.830 x 1.650 x 1.250 mm, tankinhoud 46 liter Gewicht 1.009 kg (leeg) Verbruik 1 op 14,2 (gemiddeld) Uitstoot CO2 159 gr/km Acceleratie 0-100 km/h in 4,8 seconden (5,2 seconden met handbak) Topsnelheid 240 km/h Prijs vanaf € 92.200 (handbak), € 93.700 (automaat)


Tags: , , ,



Ton Roks
Na 25 jaar in de autojournalistiek vervulde Ton Roks in november 2012 een lang gekoesterde wens, hij begon een eigen autoblad: Octane, met een hoofdrol voor de klassieke auto – en een gezonde belangstelling voor interessante nieuwe auto’s.




Vorig bericht

Eagle’s nieuwe hoogvlieger

Volgend bericht

Een banker’s muscle car





Bezoekers lazen ook


Meer historie

Eagle’s nieuwe hoogvlieger

De Lightweight GT is de nieuwste creatie van het Britse Eagle – en hij is op subtiele wijze anders dan de Jaguar E-type. In...

7 August 2020