Laatste nieuws

Net niet in schoonheid gestorven

Reportages / 18 september 2019

Herinneringen van Octane’s eindredacteur, Wil van Lierop

Ach, de Islero. Onbekend en onbemind. Tenminste, dat las ik overal, maar voor mij was het liefde op het eerste gezicht. Een schoolvoorbeeld van een klassieke GT, precies zoals Ferruccio het graag zag.

Tijdens mijn studietijd, dik 35 jaar geleden, was ik bijna net zo vaak op autosloperijen te vinden als in de collegebanken. Met twee autovrienden, de een (Dirk) als manusje-van-alles werkzaam bij Fiat-dealer Broedelet in Zeist, de ander (Theo) de zoon van de werkplaatschef van deze garage, struinde ik de omgeving af, op zoek naar sloop-Fiats, vooral 124 Coupés. Ik reed zelf zo’n auto, van de tweede serie (BC), dat was ook de aanleiding geweest voor onze vriendschap. Dirk reed namelijk een eerste serie (AC), toen al superzeldzaam!

Op een dag moest ik met de bus naar school, want mijn fiets was (opnieuw) gejat. Op de terugweg reed de bus achter Broedelet langs en daar zag ik een Lamborghini Jarama op het parkeerterrein staan. Een Jarama! Ik drukte meteen op de rode stopknop en kon even verderop uitstappen. Ik zette linea recta koers naar de Lambo en kreeg al snel gezelschap van Dirk. Die had nog nooit van een Jarama gehoord, maar wist te vertellen dat de eigenaar van de Lamborghini interesse had in een nieuwe Fiat Argenta. Ik kon een lach bijna niet onderdrukken toen Dirk vertelde dat deze Jarama als inruiler moest fungeren. Uiteindelijk is die deal niet doorgegaan omdat de dealer huiverig was voor deze exoot, maar dit voorval had er in elk geval voor gezorgd dat de jongens in Zeist nu ook van mijn passie voor Lamborghini op de hoogte waren.

Dat kreeg een staartje. Theo meldde dat hij een heuse Lamborghini op een sloperij wist te staan! Dat mocht eigenlijk niemand weten, want de auto behoorde tot een faillissementsboedel. Ik ben daarna geregeld blijven informeren naar die auto, zonder succes, totdat Theo heel wat jaren later op een Fiat-clubdag doodleuk zei dat we wel een keer naar die autosloper konden gaan. Ik moest me er echter niet te veel van voorstellen, want waarschijnlijk was die auto allang weg of zouden we hem gewoon niet te zien krijgen.

Het regende pijpenstelen toen we voor de poort van de sloperij stonden, waar we ons moesten melden bij een bouwkeet met daarin de zoon van de autosloper én een grote bouvier. Die zoon had ooit bij Theo in de klas gezeten en had destijds verklapt dat de Lambo in een oude romneyloods stond, naast een Fiat 127 van de eerste serie. Zonder met de ogen te knipperen zei ik dat ik op zoek was naar een buitenspiegel van een vroege Fiat 127. De jongeman in de keet betwijfelde of ik ging slagen, maar Theo herinnerde hem aan het Fiatje in de loods. Vanwege de regen bleef de sloperszoon echter liever binnen zitten en kregen we de sleutel van de loods mee! De adrenaline gierde door mijn lijf toen we in de regen over het terrein renden. En binnen, bedolven onder een ratjetoe van onderdelen, stond… een danig gestripte Islero! Een S nota bene, zonder motor, portieren, kofferklep, bumpers, grille, ramen, stoelen en verlichting. Evengoed was ik diep onder de indruk!

Terug bij de keet zei ik doodkalm dat de 127 Sport ‘helaas’ de verkeerde spiegel had, maar waagde ik nog voorzichtig te informeren naar ‘dat Lambo-wrak’. Of dat te koop was? Nee dus. Echt niet? Wat voor belang heb je daarbij? “Die wielen, die passen op heel veel auto’s”, blufte ik. Wat wil je voor die auto geven? “Drie mille.” Nee, dat ging hem niet worden.

Weken later ging de telefoon. De eigenaar van de sloperij aan de lijn – gelukkig had ik daar mijn telefoonnummer achtergelaten. Ik kon de Islero kopen! Hij verlangde echter meer geld en uiteindelijk is de prijs met een kwart omhoog gegaan. Voor dat geld wilde hij hem wel bij mijn ouderlijk huis in Brabant afleveren! Toen hij de daad bij het woord voegde, bleek de Lamborghini ineens volgestouwd met onderdelen: portieren, kofferklep en een doos met zes dubbele carburateurs! Die spullen had hij allemaal bij elkaar gezocht, want die hadden verspreid door de loods gelegen…

Ik was apetrots op mijn nieuwverworven bezit, mijn tweede Lamborghini bouwpakket, ik had twee jaar daarvoor immers ook al een Jarama S project gekocht van importeur Gerrit Bloemendal. Mijn vrienden lachten me uit, ze vonden mijn Islero hooguit geschikt als plantenbak…

Niet veel later maakte ik op Techno Classica een praatje met een handelaar in Italiaanse auto-onderdelen die ik via eBay had leren kennen, terwijl kameraad Robert alvast twee broodjes Bratwurst ging bestellen. De handelaar was van Armeense afkomst en had een A4’tje op tafel liggen met een afbeelding van een Lamborghini V12. De motor, uit een Espada volgens hem, was te koop en bevond zich in een depot van een Duitse handelaar. Hij was redelijk betaalbaar, omdat onder meer alle zes de Webers ontbraken (!)… In luttele tellen heb ik de koop gesloten en voegde ik me weer bij vriend Robert die alvast aan tafel was gaan zitten bij een groepje bekenden. “Nog wat gekocht mannen”, vroeg een van hen. “Ja, ik wel”, zei Robert, en hij toonde vervolgens trots enkele modelautootjes. “Maar die Van Lierop loopt alleen maar te ouwehoeren met iedereen”, voegde hij er ongevraagd aan toe. “Hoho, zei ik, ik heb anders net wel een Lambo V12 gekocht.” Wat? Iedereen lachen, gieren, brullen – maar het bleek dus geen grap…

In de week erna reed ik met een gehuurde bus naar het Duitse Detmold. Toen ik het depot binnenliep, stonden twee mannen aandachtig in een grote houten krat te turen. “Dat ventje dat nu binnen komt lopen is degene die deze motor heeft gekocht”, hoorde ik een van de twee zeggen. Nieuwsgierig keek ik in de krat en controleerde onmiddellijk het motornummer. Dat begon met ’50’ en daarmee was voor mij meteen duidelijk dat het niet om een motor van een Espada ging maar van een Islero S! De V12 was afkomstig uit Beirut, uit een Islero die kapotgeschoten was in de oorlog. Een kogelgat in een van de kleppendeksels vormde een stille getuige! “Ik wil deze motor ter plekke van je kopen”, zei een van de mannen. Hij bleek de oud-Lamborghini-importeur van Frankrijk te zijn, Edmund Ciclet! Ik ging niet op zijn aanbod in en liet de palletkrat met motor en al met behulp van een heftruck in het busje schuiven. Dolblij over zoveel mazzel reed ik daarna naar huis.

Via hoofdzakelijk eBay – een geweldige bron voor onderdelen – kocht ik voor mijn Islero daarna nog wat ontbrekende dingen, veelal spullen die ook op minder exotische Italiaanse auto’s waren gebruikt. Maar de grote klapper kwam toen een Lambo-vriend meldde dat er op een of ander forum spullen werden aangeboden die misschien wel van een oude Lamborghini waren. Ik nam contact op en kreeg te horen dat hij onder meer een voorbumper, twee achterbumpertjes, een grille en een zijruitje had. Van welk model, dat wist hij eerlijk gezegd niet. De spullen lagen in een fietsenhok onder de rook van Rotterdam, hij had ze gratis mogen meenemen toen het schoonmaakbedrijf waarvoor hij werkte een bedrijfspand in Wassenaar had moeten leegruimen voor de nieuwe eigenaar. Het pand was voorheen gebruikt door een handelaar in exotische Italianen, en die Lambo-spullen waren op zolder achtergebleven. Vol verwachting ging ik het fietsenhok binnen en zag toen dat het inderdaad om onderdelen van een Islero ging. Ik weet het, het klinkt allemaal onwaarschijnlijk, ware het niet dat het allemaal echt zo gegaan is…

Van een Nederlandse Lambo-verzamelaar kocht ik later niet alleen een zeer originele Jarama waar ik 15 jaar plezier van heb gehad (zie Octane 013), maar ook nog een kale Islero-carrosserie, eveneens van een S. De man bezat onder meer een Islero S en had een tweede exemplaar als donorauto aangeschaft. Daarvan had hij het nodige kunnen gebruiken, maar van de carrosserie wilde hij wel afscheid nemen – en ook van het zwaar gehavende interieur en de benzinetank.

Mijn autoschuur begon dus aardig vol te raken met Lamborghini-materiaal, maar uiteindelijk heb ik alle Islero-spullen aan een Engelsman verkocht die in Duitsland woonde, om ruimte te maken – ook financieel – voor een Maserati-project. Deze Julian nam vervolgens het dappere besluit een van de Islero’s zelf te restaureren en hij verkocht de andere, deels gezandstraalde en in een primer gespoten carrosserie aan ene Bob in Los Angeles die met zijn eigen exemplaar een koprol had gemaakt. Hetgeen betekent dat beide exemplaren ondanks hun uitzichtloze situatie een tweede leven hebben gekregen. Goed nieuws natuurlijk voor zo’n zeldzaam model. En dat is iets wat mij tot op de dag van vandaag met trots vervult!

TEKST & FOTO’s Wil van Lierop


Tags: , , , ,
Print Friendly, PDF & Email




Frank Goedhart
Frank's interesse in klassieke auto's en autosport komt ruimschoots aan bod: samen met lezers zorgt hij voor nieuws op Instagram, Facebook, LinkedIn en de website van Octane.




Vorig bericht

Antwerp Concours d'Elegance

Volgend bericht

‘Vision Mercedes Simplex’, een visie met verleden





Bezoekers lazen ook


Uitgelicht

Antwerp Concours d'Elegance

De vijftiende editie van dit concours stond in het teken van ‘Jaguar Speed & Elegance’ en ‘70 Years Jabbeke Landspeed...

14 September 2019

Webdevelopment Passionate Bastards