Laatste nieuws

Petroleum in de tank, water in de banden

Alle columns / Ton Roks / 3 mei 2021

Je weet hoe dat gaat, als je in boeken aan het zoeken bent naar informatie over een bepaalde auto, in dit geval de Jalpa, blijf je dikwijls hangen in andere verhalen. Toen ik The Best Job in the World van testrijder Valentino Balboni in handen had, kon ik niet anders dan het van A tot Z uitlezen. Hetzelfde gebeurde met The Official Story, het boekje dat Tonino Lamborghini over zijn vader gemaakt heeft. We weten allemaal dat Ferruccio Lamborghini ooit met tractoren is begonnen is. Hoe dat allemaal in zijn werk is gegaan, is een fascinerend verhaal. Ferruccio had gezien dat er bij kleinere boeren een enorme behoefte was aan een goedkope tractor. Hij had ook in een legerdump grote hoeveelheden viercilinder motoren van Morris ontdekt, waarvoor geen emplooi was. Die waren goedkoop, ze liepen echter op benzine maar Ferruccio bouwde ze om zodat ze op voordelige petroleum konden draaien. Voila, daar was de betaalbare tractor, niet alleen in aanschaf, maar ook gebruik. Ferruccio had ook oog voor marketing, hij had meerdere concurrenten in het na-oorlogse Italië en op landbouwbeurzen werden tractor pulling wedstrijden gedaan om te zien wie de sterkste bouwde. Ferruccio zorgde ervoor dat niemand zo’n krachtige trekker had als hij en om er zeker van te zijn dat hij meer tractie en momentum had dan zijn tegenstanders, vulde hij vooraf de achterbanden stilletjes met water.

Ferruccio is nooit met zijn Ferrari naar Maranello gereden, Enzo heeft hij zelfs nooit ontmoet

Volgens de overlevering wilde Ferruccio niets van autosport weten, terwijl zijn technische staf dat wel heel graag wilde. Sommige ingenieurs zouden daarom Lamborghini teleurgesteld verlaten hebben. Volgens Tonino Lamborghini was het tegendeel waar, zijn vader was een racefan van formaat. Hij bezocht races met zijn vrienden en reed de Mille Miglia. Volgens Giampaolo Dallara, technisch directeur bij Lamborghini van 1963 tot 1968, zijn er van meet af aan autosportplannen en zijn zelfs de 350 GT, 400 GT en Miura GT400 daarvoor aangemeld geweest bij de Italiaanse autosportfederatie, maar omdat het bedrijf nog opgebouwd moest worden, is dat steeds vooruitgeschoven. Toen het eenmaal floreerde, wilde Ferruccio al zijn aandacht aan de productie van de Miura en nieuwe activiteiten schenken. Na de komst van Miura leefde het idee om te gaan racen weer op, en toen is Ferruccio er pal voor gaan staan. Niet omdat hij de confrontatie met Ferrari niet aan wilde, zo heeft hij in een interview gezegd. De reden was dat zijn zoon Tonino pas 16 was geworden en Ferruccio vermoedde dat hij heel graag de autosport in zou willen gaan. Uit angst voor de mogelijke gevolgen daarvan heeft hij autosport toen ‘definitief’ uitgesloten.

Bekend is ook het verhaal dat Lamborghini zelf sportauto’s is gaan bouwen omdat hij ontevreden was over een van zijn Ferrari’s. Toen de koppeling slipte zou Ferruccio er mee naar Maranello zijn gereden om zich bij Enzo Ferrari persoonlijk te beklagen. Daar zou hij, ‘dat boertje dat tractoren bouwde’, hooghartig de deur zijn gewezen. Vervolgens zou Ferruccio kokend van woede zijn weggereden en besloten hebben de arrogante Commendatore eens even te laten zien hoe je een goede sportwagen bouwt.

Valentino Balboni noemt dat verhaal in zijn boek een heel aardige anekdote waarvan weinig tot niets waar is. Ferruccio vertelde het verhaal zelf overigens graag om de mythevorming rondom zijn merk een zetje te geven, maar aan zijn goede vriend Jean-Marc Borel heeft hij ooit verklapt hoe het werkelijk zat. Dat hij Ferrari’s had met koppelingsmalheur klopt, maar Ferruccio is er nooit mee naar Maranello gereden, Enzo Ferrari heeft hij zelfs nooit ontmoet. De koppeling heeft hij zelf gerepareerd in zijn eigen werkplaats, en toen hij zag dat de onderdelen van fabrikanten kwamen die ook delen voor tractoren maakten, is hij zijn eigen magazijn ingedoken en vond daar delen waarmee hij de koppeling beter kon maken dan hij ooit was en voor veel lagere kosten. Toen is bij hem het idee ontstaan dat het bouwen van sportauto’s dus helemaal zo moeilijk niet was en heeft hij daar zijn grote ambitie van gemaakt.

 

 


Tags: , ,



Ton Roks
Na 25 jaar in de autojournalistiek vervulde Ton Roks in november 2012 een lang gekoesterde wens, hij begon een eigen autoblad: Octane, met een hoofdrol voor de klassieke auto – en een gezonde belangstelling voor interessante nieuwe auto’s.




Vorig bericht

Replica’s bedreigd door Zweedse uitspraak

Volgend bericht

Een negenvoudig eerbetoon aan Aldo Brovarone





Bezoekers lazen ook


Meer historie

Replica’s bedreigd door Zweedse uitspraak

Jaguar’s rechtbank-overwinning kan grote gevolgen hebben voor bouwers en ook eigenaren van klassieke replica’s. De...

3 May 2021