Laatste nieuws

Roadtrip Engeland & Wales

Reportages / Slider / 6 februari 2020

Op verkenning in Engeland en Wales, met een pas gerestaureerde MGB GT. Ton Roks ging op zoek naar mooie wegen en locaties voor Octane’s lezersreis in oktober. Door de North Pennines, Yorkshire Dales, Cotswolds en Snowdonia, met uiteraard een bezoek aan Malvern, en rit in een Morgan.

De Goodwood Revival lonkte, al zeven jaar was ik er niet meer geweest, het toetsenbord was ik even zat en Volkert Wels belde dat de GT klaar stond. Normaliter zou het verstandig zijn geweest eerst wat lokale kilometers te maken alvorens met een kakelvers gerestaureerde klassieker op pad te gaan, maar als je alleen maar verstandige dingen doet, doe je nooit iets leuks. Bovendien, het was een MG, nota bene gemaakt in Engeland, en als ze ergens veel onderdelen hebben is het daar wel. Er zijn dik meer dan 520.000 B’s en C’s gemaakt en daar zijn er nog genoeg van ‘in leven’ om een levendige industrie op de been te houden.
Dus ronkten de B en ik een paar dagen later vol goede moed richting Duinkerken. Ik stel hem even voor: de GT is gebouwd in de laatste week van december 1968 en op 24 januari ‘69 op transport naar de USA gezet. Na een lang leven ginder is hij als ‘project’ in Huizen beland, in de werkplaats van MG specialist Volkert Wels. Toen ik daar toevallig een kop koffie dronk, is van een het ander gekomen. Ik wilde ‘ooit eens’ een GT hebben, had het werk van Volkert gezien en had er het volste vertrouwen in. Verspreid over een periode van drie jaar is de GT door hem gerestaureerd, mijn derde MG na een ZT260 en een C, die ik allebei natuurlijk nooit had moeten verkopen. Het is een prachtige auto geworden, en dat vind ik niet alleen, zo zal ik later in Engeland merken, want menige Brit heeft daar zijn duim opgestoken of is hem van nabij komen bekijken.

De overdrie op III en IV schakel je in door de hendel voor de richtingaanwijzers naar je toe te trekken en van je af te duwen

Met op de snelweg een kruissnelheid van zo’n 115 á 120 km/h is het goed toeven in de GT, alhoewel het geluidsniveau naar hedendaagse maatstaven aan de hoge kant is. Isolatie had geen hoge prioriteit eind jaren ’60 – bovendien kocht je daar geen sportwagen voor. De GT is uitgerust met een overdrive, en die bewijst goede diensten. Het is de bekende Laycock, die zowel op de derde als de vierde versnelling werkt, je hebt dus eigenlijk een 3,5 en een 4,5. Als je 125 km/h rijdt, in vier, wijst de naald van de toerenteller 4300 aan. Hij zakt naar 3500 als je de overdrive inschakelt, wat een forse stap is. Volgens een oude MGB GT brochure van dealer Molenaar uit Amersfoort neemt de snelheid met 29 km/h toe als je in vier het toerental met 1000 verhoogt, doe je dat in vier overdrive dan komt er 35,45 km/h bij.
De GT is origineel niet geleverd met een overdrive, slechts 20% van alle B’s zou daarmee uit de fabriek zijn vertrokken. Het is een welkom accessoire, zeker in een GT waarmee je op de snelweg doorgaans iets sneller rijdt dan een Roadster. Ik heb dan ook niet geaarzeld toen Volkert suggereerde er een te monteren. Je schakelt de Laycock in en uit door de hendel van ruitenwisser naar je toe of van je af te bewegen, zoals bij exemplaren voor de Amerikaanse markt vanaf november 1967 het geval was. Dat is een tikje onhandig want bij het omdraaien van de contactsleutel stoot je soms ongemerkt tegen die hendel aan en schakel je de overdrive in. Daar word je onmiddellijk op geattendeerd als je van II naar III schakelt en niet de acceleratie krijgt waarop je rekende.
De overdrive wordt overigens met oliedruk geactiveerd en reageert fijn snel. Als hij het op een gegeven moment trager gaat doen, moet dat een signaal zijn om het olieniveau in de versnellingsbak te controleren. Die dien je met motorolie bij te vullen, daar is de transmissie op gemaakt – vullen met versnellingsbakolie is uit den boze.

De GT rolt niet meer op spaakwielen (hoewel hij daarmee wel nieuw is geleverd), voornamelijk omdat ik tegen het schoonmaken opzag. In plaats daarvan heb ik voor lichtmetalen wielen gekozen – model Minilite – echter met een centrale (achtkantige) moer, zodat een gemakkelijke overstap op spaakwielen mogelijk blijft. De wielen zijn 15 inch groot, in plaats van de standaard 14, maar de B kan dat goed hebben zonder dat het afbreuk aan zijn klassieke uiterlijk doet. Het geeft je bovendien de optie moderne banden te kopen, die beter betaalbaar zijn dan klassieke. De GT draagt nu Premiumcontacts in de maat 185/65/15, die dezelfde afrolomtrek hebben als de originele banden. Het mooie van deze Continentals is dat het profiel niet nauwelijks asymmetrisch is, want dat is geen gezicht op een klassieker.
Ook het originele dashboard met de Abingdon Pillow is niet meer aan boord. Dat was een dashboard, exclusief voor de Amerikaanse export, met een dikke uitstulping aan de passagierszijde, dat ter extra bescherming van de passagier. Daar het Europese instrumentenbord veel fraaier is, heb ik dat er in laten zetten. Je kunt mooie vervangende exemplaren kopen van polyester en die zien er in zwarte glanslak uitstekend uit.

De Goodwood Revival is een geweldig evenement en het voegt belangrijk aan de beleving toe er helemaal in stijl heen te reizen – met een klassieker dus. Veel is er niet veranderd sinds ik er voor het laatst was en dat is maar goed ook, wie wil er nu dat de een nostalgisch feest als de Revival verandert? Opvallend is dat er nu veel meer attracties en uitstallingen van specialisten en fabrikanten zijn, aan de overkant van het circuit.
De bezoekers zijn ronduit nog geweldiger dan ze al waren – zo goed als iedereen draagt kleding uit de jaren ’50 en ’60 en dat maakt de Revival tot een fantastische reis terug in de tijd. Dat ook doordat de mode van toen veel eleganter was dan die van nu – de auto’s uit die tijd zijn ook mooier trouwens. Het publiek zelf is inmiddels ook een mega-attractie geworden, een schouwspel waarop je niet uitgekeken raakt, en het racen is bijna een bijgerecht aan het worden. Niet te versmaden overigens, want er wordt altijd heel hard gereden op Goodwood en de vierwieldrifts in Magdwick, St Mary’s en Woodcote zijn als vanouds een lust voor het oog.

De rit terug is minstens zo aangenaam, zeker als je even pauzeert bij The Greyhound, aan de A286, net voor Midhurst, een prima pub om vanaf het terras met een pint Guinness naar het langsrijdende moois te kijken.
De GT is bijna net zo grijs als de hazewindhond op het uithangbord van de pub en hij heeft ook – een heel klein beetje – diens betere stroomlijn. Van origine was hij Mineral Blue, een kleur die me niet zo aansprak. Toen het moment van spuiten daar was, begin dit jaar, had ik nog steeds niet de knoop doorgehakt welke kleur het dan wel moest worden. Restaurateur Volkert Wels wilde heel graag een GT bouwen met wat trekjes van Aston Martin en ik heb hem zijn gang laten gaan. De lakkleur is daardoor Silver Birch geworden, dezelfde als die van de DB5 van James Bond. Volkert heeft nog wat kleine details toegevoegd die een Aston Martin niet zouden misstaan, zoals het ruitpatroon in de bekledingen van de transmissietunnel en de hemel, en de speciaal gemaakte aluminium raamzwengels, deurgrepen en motorkapscharnieren.

Prachtige huizen in de Cotswolds

Vanaf Maidenhead stuurde ik de GT door de Cotswolds, een prachtig gebied, met zijn typische huizen van honingkleurige stenen, veelal met daken van grijze leisteen of riet, soms zo dik en overhangend dat het lijkt alsof het huis een veel te grote muts op heeft. Plaatsjes als Upper en Lower Slaughter zijn prachtig, evenals Stow-on-the Wold, Bourton-on-the Water en Broadway, alsof je van de ene kalenderfoto naar de andere rijdt. Vergeet Chipping Camden niet, dat wat rijker aan hotels en restaurants is en waar de B de nacht doorbracht bij The Noel Arms. De MGB ontving daar ruime aandacht van fotograferende toeristen en een oudere heer gaf me onbedoeld een dubbel compliment met de woorden ‘you take very good care of your car, young lad’.

Op de foto in Chipping Camden, ook in de Cotswolds

Uiteraard heb ik eerst nog een stop gemaakt in Abingdon, de geboorteplaats van de MGB. Van de oorspronkelijk fabriek van MG is zo goed als niets meer te vinden, op een administratiegebouw na, dat nu appartementen bevat en dat alleen nog aan de ramen herkenbaar is, want de buitenmuren zijn nu met hout bekleed. Wat in de schaduw daarvan staat, is het originele huis waarin directeuren Cecil Kimber en John Thornley kantoor hielden en een van s’ werelds bekendste en succesvolste sportwagenmerken bestierden. Nu is er de MG Car Club in gehuisvest, een club die al in 1930 is opgericht, met de missie zo goed mogelijk de belangen te behartigen van diegenen die een MG gekocht hadden. Hij telt inmiddels niet minder dan 55.000 leden. Vanzelfsprekend is de B GT op de foto gezet voor het kantoor, vijftig jaar nadat hij vanuit Abingdon op transport is gegaan naar de USA.
In het oude kantoor, dat nu Kimber House heet, bevindt zich ook een winkel waar van alles te koop is dat met MG te maken heeft. De GT is daar verrijkt met een ruitsticker met MG’s bekende en al uit de jaren ’30 daterende slogan ‘Safety Fast’. Plus ook een tas met logo’s van MG (Made in China overigens), die handig is om flesjes ethanol killer in op te bergen, want het wordt steeds moeilijker om brandstof zonder alcohol te vinden, bijna alle tankstations hebben alleen nog maar E5 en E10. Overigens gaan we de GT terug in Nederland op Ecomaxx rijden, meer daarover elders in dit nummer.

Kleine pelgrimage in Abingdon

Malvern is een plaatsje aan de rand van de Malvern Hills, en waar van oudsher de Morgan Motor Company is gehuisvest. Het is ook bekend geworden door het bronwater dat er vandaan komt en door de componist Edward Elgar, wiens werk vooral bij Britten erg geliefd zou zijn, zodanig zelfs dat er veel straten naar hem vernoemd zijn en tevens twee locomotieven. Elgar hield veel van de Malvern Hills en er is zelfs een aparte route aangegeven langs de huizen waar hij gewoond heeft.
De op de muur geschilderde figuur, nabij het Mount Pleasant Hotel, die de voorbijrijdende MGB gadesloeg, bleek dan ook Edward Elgar te zijn. Merkwaardigerwijs had hij een iPhone in de hand en de telefooncel waartegen hij leunde was bezet door levensgrote afbeeldingen van hemzelf.

He, is dat Edward Elgar niet?

Na een rit met de allernieuwste Morgan, de Plus Six, hebben de GT en ik koers gezet naar Wales om wat wegen te verkennen voor toekomstige lezersreizen – en om de inmiddels ingereden MG diepgaander te leren kennen. Op het menu stonden de uitdagende en fijn brede Black Mountain Pass (A4069), de eenzame en smalle Abergwesyn Pass van Llanwrtyd Wels naar Tregaron en de weg van Aberystwyth naar Rhayader. Voor die laatste moet je vanuit Aberystwyth de A4120 nemen naar Devil’s Bridge en dan de B4574 naar Cwmystwyth, waarna een geweldige bergweg volgt langs het stuwmeer in de Elan Valley.

Over de wegligging valt niets te klagen – voor een auto uit die tijd dan…

Beide foto’s hierboven: de B4574 naar Cwmystwyth

De B GT duikt rap de hoeken in, waarvoor je overigens stevig moet sturen, niet qua omwentelingen, wel qua spierkracht. Bekrachtiging heeft hij niet, niet op de besturing en op de remmen, welke forse pedaaldruk vragen. Als je de laatste tijd vooral in moderne auto’s hebt gereden, moet je je brein even opnieuw kalibreren wat de remafstand betreft.
De motor van de B heeft een onderliggende nokkenas en de kleppen worden met stoterstangen bediend – het is een relatief simpele maar behoorlijk onverwoestbare krachtbron. Die van mijn GT is door Volkert voorzien van een andere nokkenas, type Ultimate Road van Piper Cams, plus een mooier uitlaatspruitstuk, met vier aparte pijpen. Ook zijn de twee 38 millimeter SU’s voorzien van andere luchtfilters. Standaard is zo’n motor goed voor 95 pk, Piper Cams belooft echter door alleen de nokkenas al een winst van 18 pk, wat me fors lijkt, maar wie weet, misschien haalt hij nu de 115 pk. Wellicht laat ik het nog eens meten op een rollenbank.

De SU’s zijn stadaard, het uitlaatspruitstuk en de nokkenas niet

Naarmate de kilometers vorderden, en de B steeds meer goed ‘ingelopen’ raakte, kreeg hij er veel meer zin in. Een heerlijke auto, die vooral in zijn element is op de weg van het land waarin hij geboren is: de binnenwegen van Engeland, die eindeloze linten van stijgende, dalende en slingerend asfalt, die je steeds onthalen op nieuwe uitzichten – en af en toe ook verrassingen. Alleen de piepen nogal veel en luid, zeker als er warmte in de schijven en de Mintex blokken zit. Zowel blokken als schijven zijn nagelnieuw en ze hebben wellicht nog wat langer de tijd nodig om op elkaar in te ‘slijten’.

Castle Combe

Op weg naar huis is er nog een korte stop in Castle Combe, niet alleen vanwege het circuit, maar omdat het een van de mooiste dorpen van Engeland zou zijn. Dat gaat wellicht wat ver, maar de hoofdstraat – veel meer straten zijn er overigens niet – is zonder meer idyllisch. Een vrouw verkoopt er honing en koekjes, niet persoonlijk, maar in vertrouwen. De lekkernijen staan klaar in een kastje naast haar voordeur, waarop een briefje hangt. ‘This is run on trust, put your money through the door’. Daar moet ik even aan denken als ik een later in de MG stap: ‘He has been run on trust too’. En hij heeft mijn vertrouwen zeker niet beschaamd. Na dik tweeduizend kilometer kris-kras door België, Frankrijk en Engeland wijst alles erop dat de GT me nog veel mooie kilometers gaat bezorgen.

Graag betalen via de brievenbus

TEKST & FOTO’s Ton Roks


Print Friendly, PDF & Email




Ton Roks
Na 25 jaar in de autojournalistiek vervulde Ton Roks in november 2012 een lang gekoesterde wens, hij begon een eigen autoblad: Octane, met een hoofdrol voor de klassieke auto – en een gezonde belangstelling voor interessante nieuwe auto’s.




Vorig bericht

Alles dat er maar te wensen valt...

Volgend bericht

Citroën 2CV AZAM6 (1965)




Uitgelicht

Alles dat er maar te wensen valt...

De nieuwe Renault Captur, het ‘hoogzittende broertje’ van de Clio, is een zeer goed verkopende stads-SUV. Volgens Renault...

4 February 2020

Webdevelopment Passionate Bastards