Laatste nieuws

Een mooie reis zonder afscheid

Reportages / 22 september 2022

Toen we aan Wim te Riet vroegen om het verhaal van zijn road trip met een MG B voor ons neer te pennen, gaf hij al snel aan dat 1000 woorden veel te weinig was. Onderstaand zijn complete relaas, over een afscheidstrip met een auto die uiteindelijk toch mag blijven. Het aantal woorden meer dan waard! 

De roadtrip die we in juni 2022 maakten, begon met de woorden ‘Verkoop de MG maar’. De MGB in kwestie is kort na de geboorte van onze zoon door mijn ouders van mij overgenomen, en dus nog steeds in familiebezit. Na een complete restauratie die over een periode van tien jaar door mij uitgevoerd was, sloegen die woorden in als een bom…

“Kortom: zomaar verkopen was geen optie. Het afscheid moest een blijvende impressie achterlaten.”

Verkopen. Dat betekent abrupt afscheid nemen van een auto waar heel veel dingen mee zijn begonnen. Zoals mijn huwelijk. Ik heb mijn vrouw namelijk tijdens een avondrit van de MG-club leren kennen. Of het begin van de Klassiekerrally Winterswijk, Klassiekerrally.nl en uiteindelijk ook Klassiekers op de Koffie. En daardoor het ontstaan van een heel netwerk dat weer als kruiwagen heeft gediend voor de opstart van het bedrijf van onze zoon. Kortom: zomaar verkopen was geen optie. Het afscheid moest een blijvende impressie achterlaten. Gelukkig kreeg ik groen licht om de verkoop uit te stellen tot na onze vakantie. Mijn argumenten waren dat een cabrio zich nou eenmaal beter in de zomer laat verkopen, en dat ik na zoveel uren sleutelen toch wel graag een keer op vakantie zou willen met de B.

Möhnetalsperre

Na het op een rijtje zetten van de wensen van mijn vrouw en die van mij, begon het uitzetten van de route: eerst in Google Maps de punten op de kaart zetten, daartussen de route in grote lijnen uitzetten en dan gaan fine-tunen.

Onze gezamenlijke wens was om de start van de Mille Miglia mee te maken. Brescia dus. Maar met een MGB uit 1970 in één ruk naar Brescia rijden vond ik geen goed plan. Temeer daar ik snelwegen zoveel mogelijk wilde mijden, werden overnachtingen in Forst (een gehucht met hotel, net onder Heidelberg) en Seefeld ingepland. Na Brescia stonden Cinque Terre, de Dolomieten, het Schwarzwald, de Elzas en Luxemburg op de wensenlijst.

…de vraag “Durf je dat wel, met zo’n oude auto op vakantie?” kon ik met een gerust hart met een volmondig ‘JA!’ beantwoorden.

Om tijdens de vakantie zo min mogelijk problemen tegen te komen, liet ik de MG bij S+S Tuning in Haaksbergen nog even afstellen. Daarbij bleek dat de sproeiers van de SU-carburateurs ovaal uitgesleten waren. Die werden dus vervangen, waarna de motor als een zonnetje liep. Alle overige zaken had ik zelf nagekeken, dus de vraag “Durf je dat wel, met zo’n oude auto op vakantie?” kon ik met een gerust hart met een volmondig ‘JA!’ beantwoorden. Desondanks nam ik voor de zekerheid het door S+S samengestelde noodpakketje mee, waarin de meest gangbare reserveonderdelen voor de MGB zaten. Je weet maar nooit. Ook het reservewiel ging mee, ondanks dat mijn vrouw betreurde dat het wat bagageruimte innam. Elk hoekje van de kofferruimte werd echter benut, en dan past er serieus veel in. Een kofferrekje is een absolute ‘no go’, want ik verafschuw die dingen.

Winterswijk – Forst

Na maandenlang de dagen op mijn kalender afgestreept te hebben, brak eindelijk de eerste vakantiedag aan. Nog even tanken, in Duitsland uiteraard, en dan via zoveel mogelijk provinciale ‘Landstraßen’ richting de Möhnesee, waar in de tweede wereldoorlog de dam met de beroemde ‘bouncing bombs’ opgeblazen is. Met als gevolg veel menselijk leed, maar helaas een minimale stagnatie van de oorlogsindustrie. De dam werd al snel door de Duitsers hersteld, en is daardoor nog steeds in volle glorie te bewonderen in de vorm zoals de architect het bedoeld had. Kort na het parkeren aan de rand van het stuwmeer kwam een in Duitsland wonende Italiaanse parkeerbeheerder enthousiast naar ons toe en vroeg bewonderend naar de herkomst van de MG: “Italienisch?”. Nein, British. Desondanks uitte hij zijn bewondering voor de mooie auto, en of we € 4,- af wilden rekenen voor het parkeren. Aangezien we dat eigenlijk liever niet wilden voor die paar minuten pauze, vervolgden we onze reis. Via vele kronkelwegen, door een heuvelachtiger wordend landschap, bereikten we Winterberg in het Sauerland. Vanaf daar reden we langs de daar nog heel natuurlijk ogende Ruhr en uiteindelijk zelfs de bron van de rivier die de naam gaf aan het grote industriegebied in Nordrhein-Westfalen. In het prachtige Odenwald toverden de eerste haarspeldbochten een grijns op mijn gezicht, en niet heel veel later kwamen we in Forst, na toch nog een stukje Autobahn gereden te hebben. Soms is dat onvermijdelijk, maar de MG heeft er geen enkele moeite mee om meer dan vlot genoeg met het verkeer mee te komen. In Forst zette ik de traditie voort mezelf te belonen met een groot glas Weizen na een lange dag autorijden.

Forst – Seefeld

Na een heerlijke nachtrust en dito ontbijt stapten we weer in de MG. Het dak had ik die nacht niet dicht gedaan, omdat de auto een volledige tonneau cover heeft, waarmee het hele interieur afgedekt kan worden. Alle bagage werd weer in de kofferruimte ‘ge-Tetris-t’, waarbij het helpt dat we geen koffers maar alleen tassen bij ons hadden. Deze dag bestond de route uit meer Autobahnkilometers, maar ook uit een stop in de stad Memmingen. Dat is relevant omdat ik na aanschaf van de B enkele Polaroid-foto’s vond met daarop de MG met een Duits kenteken dat met ‘MM’ begon. We waren wel regelmatig langs Memmingen gereden, maar nog nooit door die stad. Dat moest nu, tijdens de ‘farewell tour’, echt gedaan worden. Het oude centrum van Memmingen is overigens erg mooi, en in een van de vele cafe’s stond een gebaksvitrine van een paar meter lang. Ga daar niet heen als je last hebt van keuzestress.

Plansee

Na de ‘Kaffee mit Kuchen’ werd koers gezet naar Seefeld. Niet via de kortste weg, want dat zou waarschijnlijk de vreselijk saaie Fernpass geweest zijn, maar via de Plansee en Leutasch. De zon scheen in Seefeld nog steeds, maar de weersverwachtingen voor dag 3 waren minder fraai. Gelukkig had ons appartement een eigen parkeergarage, waar de MG kon overnachten. Nu ging het dak er alvast wél op.

Seefeld

Seefeld – Brescia

Helaas werd geheel aan de weersverwachting voldaan: het regende. Voor het eerst sinds jaren zou ik met de Brit door de regen rijden. Daar ben ik niet allergisch voor. Bij het wassen van de auto wordt deze immers ook nat. Bovendien is het knus onder het vinyldakje. Door de flappen die over de zijruiten vallen, is het zicht opzij dankzij mijn lengte van 1 meter 90 wel wat beperkter: ik moet bukken om goed opzij te kunnen kijken. Vandaag stond de beroemdste aller alpenpassen op het programma: de Stelvio.

Stelvio

En bij het nemen van haarspeldbochten kijk je veel door de… Juist. Dat betekent veel bukken. Gelukkig mocht dat de pret niet bederven en de bochten werden zo vlot genomen als ik verantwoord achtte. Achter me reed een Lotus Elise S2. De MGB was natuurlijk geen match voor zo’n lichte en krachtige sportwagen, maar ik nam me voor hem niet al te veel in de weg te rijden. Gas erop dus. En oh, wat ging dat heerlijk! Op een wat langer recht stuk vloog de Eliserijder me uiteraard met twee vingers in de neus voorbij.

Halverwege de beklimming, bij Berghotel Franzenshöhe, dacht ik heel optimistisch dat het dak wel open zou kunnen. Dat leverde me een natte rug op, en een oefening in het zo snel mogelijk sluiten van het dak. Op het hoogste punt van de pas trof ik de eigenaar van de Elise. Hij gaf aan flink wat lol gehad te hebben aan de achtervolging, en dat hij onder de indruk was van hoe de B van zijn plek kwam. Met enige trots vervuld, zetten we onze reis voort.

Passo Mortirolo

Op de Passo Mortirolo scheen de zon volop. Deze pas vonden wij mooier dan de Stelvio, en de hellingen van soms zelfs 18% waren een feestje. Helaas zorgde een Giro nog even voor wat oponthoud, maar al snel konden we verder rijden, weer naar beneden, via een weggetje dat zó steil was dat we af en toe het gevoel hadden bijna rechtop in de auto te staan. Ik vond dat overigens leuker dan mijn vrouw.

Na op de autostrada in een bui beland te zijn die ook met 100 km/h niet over je hoofd waaide, reden we na een stop bij een tankstation met gesloten dak verder langs Lago d’Iseo. Als je om dit meer heen wilt rijden, rij dan altijd met de klok mee, anders kom je dankzij een aantal eenrichtingswegen in vreselijke tunnels terecht. Niet veel later kwam Brescia in zicht. Net als meer grote steden in Italië sporen de buitenwijken niet aan om verder tot de kern van de stad door te dringen, maar we hadden een doel: De Mille Miglia. En een hotel dat ik bij aankomst plotseling herkende: hier was ik in 2011 al eens geweest, als gast van het State of Art Mille Miglia team!

Mille Miglia

De dagen tot aan de start van de Mille Miglia kwam de B alleen in actie om naar een pizzeria en het Brixia Forum te rijden, waar de auto’s van de deelnemers gekeurd en bestickerd werden. Dankzij een kennis, deelnemer in het Vredestein team en ‘leverancier’ van maar liefst vijf auto’s, hadden we toegang tot de parkeerplaats en de paddock, waar we alles van dichtbij konden bekijken. Ook had ik even het plezier om voor diezelfde kennis een Fiat 1100 TV van de autotransporter naar binnen te mogen rijden. Eenmaal binnen moeten de auto’s overigens geduwd worden, waarschijnlijk om ophoping van uitlaatgassen in de hal te voorkomen. Na alle plichtplegingen in de bloedhete stad bekeken te hebben, zochten we een mooi plekje bij het kasteel in Brescia, om de deelnemers op de daar aanwezige haarspeldbochten te fotograferen. De volgende dag zouden we vertrekken naar een agriturismo in de buurt van Bagnone, in de Apennijnen.

“Doordat de pook direct op de bak staat, voel je als het ware de beweging van alle hevels die de verzetten bewegen.”

Brescia – Bagnone

Een vreselijk saaie rit over de Po-vlakte biedt de gelegenheid om het even te hebben over het rijden in de MGB. Wat je misschien niet verwacht is dat zowel mijn vrouw als ik het een veel leukere ‘vakantieauto’ vinden dan onze veel modernere MGF. Sterker nog: We vinden allebei dat de B fijner zit dan de F. En waar de F sneller en zuiniger is, biedt de B veel meer beleving. Dat is het verschil tussen youngtimer en klassieker, denk ik. In de B heb je meer dan voldoende beenruimte. Het enige dat wat krap is, is de ruimte voor mijn rechterbeen. Bij geanimeerd stuurwerk zit mijn been klem tussen middentunnel en stuur/hand. Dat resulteert bij lichter gekleurde broeken in een rechter broekspijp met grauwe vlekken. Verder heb ik geen klagen. Zo staat de versnellingspook op een prima plaats en schakelt de B ‘als boter’. Doordat de pook direct op de bak staat, voel je als het ware de beweging van alle hevels die de verzetten bewegen. Dat gaat gepaard met een ‘klik-klak’ gevoel dat veel prettiger aanvoelt dan de via de kabels bediende versnellingsbak van de F. Bij bepaalde toerentallen begint de uitlaat wat te resoneren. Dat klinkt eigenlijk best lekker, en bewust of onbewust probeer je toch enigszins in dat toerenbereik te rijden. De uitlaat is een standaard uitlaat, maar wel van RVS, wat een iets ‘scheller’ geluid oplevert dan een gewone uitlaat. Maar gelukkig wordt dat geluid nooit opdringerig.

Defecte snelheidsmeter, ‘opgelost’ met TomTom

Inmiddels waren we aangekomen aan de voet van de Apennijnen en hebben we koers gezet naar de Passo della Cisa. Dit is een van de passen die de deelnemers van de Mille Miglia op de terugweg van Rome naar Brescia zouden rijden. Helaas was de pas tijdens die etappe afgesloten voor het ‘gewone volk’, en zelfs met de door ons bemachtigde set stickers die ons tot ‘serviceteam’ van Vredestein bombardeert kregen we geen toegang. Die stickers hebben we dus maar in de bijbehorende tas met routeboeken laten zitten.

De Passo della Cisa is niet bijzonder hoog of uitdagend, maar het is wel een mooie route die ons heel dicht bij ons doel van die dag bracht. Helaas begaf de snelheidsmeter het halverwege en plakten we als oplossing de TomTom op de snelheidsmeter. Dankzij de uitbundig schijnende zon was het meestal gokken hoe snel we reden. De beste oplossing in Italië? Gewoon met de rest van het verkeer mee rijden, dan loop je weinig risico op bekeuringen. Maar dan moet er natuurlijk wel verkeer zijn…

De Alfa van René

Eenmaal aangekomen bij agriturismo Giunasco (aanrader!) maakte mijn autohart een sprongetje, want er stond een mooie Alfa Romeo 2000 GTV geparkeerd. Deze bleek eigendom te zijn van een Nederlands echtpaar. Uiteraard raakte ik snel in gesprek met eigenaar René, die me uitgebreid vertelde over de getunede motor van zijn Bertone. Op een gegeven moment was interventie van zijn vrouw Christina noodzakelijk want tijd bestaat niet meer als mannen over hun auto’s praten. Agriturismo-eigenaar Giulio restaureert overigens buiten het seizoen om een Fiat 1100 pickup en een Alfa Romeo Matta. En binnen in de hal van het agriturismo stond een Moto Guzzi. Samen met zijn uit Nederland afkomstige vrouw Monique kookt hij bovendien de sterren van de hemel. Hier wilden we niet meer weg…

Eigenlijk wilden we ook niet meer weg uit Italië. Het land waar iedereen geïnfecteerd is met het (klassieke) autovirus. Waar menigeen ‘bella macchina!’ roept, of zowat achterstevoren op de scooter zijn of haar waardering uit. Ik schreef het al: reizen met een klassieker bied je zoveel meer beleving dan met een youngtimer of moderne auto. Na ons bezoekje aan de marmergroeven van Carrara, trof René de MG de volgende ochtend met een lekke band aan, hetgeen hij opgewekt aan ons meldde. Maar hij zou ons helpen de band te verwisselen. Zo gezegd zo gedaan, en de rest van de vakantie reed de B op drie 72-spaaks velgen en 1 64-spaaks reservewiel. Niemand die de spaken telt, dus de enige die zich eraan stoorde was ik zelf.

Bagnone – Vicenza

Op een opnieuw bloedhete dag vertrokken we richting Vicenza. Via de prachtige Apuaanse Alpen reden we Toscane uit en Emilia-Romagna in, op weg naar het Ferrarimuseum in Modena. De temperatuur liep op tot ver boven de 30 graden, en eenmaal aangekomen in Modena waren we blij dat het museum voorzien was van airconditioning. Overigens viel het museum bij Enzo’s geboortehuis ons nogal tegen. Het Alfa Romeo-museum in Arese, bijvoorbeeld, is echt heel veel interessanter en mooier opgezet. De hitte deed ons besluiten om het Lamborghinimuseum dan ook maar over te slaan en zo rechtstreeks mogelijk naar Vicenza te rijden. Wederom de saaie Po-vlakte over. En dit keer ook via snelwegen, waaronder een stukje Brenner. Ik liet de B hetzelfde tempo aanhouden als de Italiaanse weggebruikers. Zo hoefde ik niet op de TomTom te gluren of de snelheid wel legaal was. Dat dit prima werkt, is bewezen door het volledig ontbreken van bekeuringen.

Via buitenwijken die ons deden twijfelen of we wel de juiste afslag hadden genomen, bereikten we het centrum van Vicenza. Waarschijnlijk door de combinatie van hoge gebouwen en smalle straten raakte zelfs de TomTom de weg kwijt. Het centrum van Vicenza bestaat ook nog eens vooral uit voetgangerszones en eenrichtingsverkeer. Met de auto het hotel bereiken was ons daardoor deze avond niet gegund, dus we parkeerden waar het eigenlijk niet mag en wandelden naar het hotel. Tot overmaat van ramp had het hotel zelf ook geen eigen parkeergelegenheid, waardoor de B in een parkeergarage op 7 minuten wandelafstand achtergelaten moest worden. Gelukkig stond de Brit daar veilig, zodat we twee overnachtingen later konden vertrekken naar de Dolomieten.

Vicenza – Ratschings

De locaties van de hotels waren gekozen op basis van de steden, evenementen en gebieden die we wilden zien. Waar mogelijk knoopte ik die locaties door middel van bergpassen aan elkaar, waarbij ik rekening moest houden met mijn vrouw. Bergpassen zijn leuk, maar het moeten er niet te veel worden, zeg maar. Ook moeten ze niet te smal zijn, met diepe afgronden zonder vangrail, zoals de geweldige Gaviapas. Die mag ik nooit meer samen met haar rijden.

Passo Xon is niet zo spannend, hoog of bekend, maar wel mooi. Deze pas is in de route gekomen omdat ik gekeken heb naar de kronkels in de wegen op de Google kaart. En altijd zorgden die kronkels in de weg voor een groeiende grijns op mijn gezicht. Ook de ‘stroefheid’ die de besturing van de B in het begin nog had werd met elke bocht minder. Waarschijnlijk sleten de nieuwe bussen, waarvan ik sommige in brons had laten draaien in plaats van in kunststof, mooi in op de as die er doorheen liep. Zo’n roadtrip is de mooiste manier om een auto in te rijden, dat kan ik je garanderen! Het hotel waar we de MG de komende twee nachten mocht uitrusten lag precies tussen de Penser Joch en de Timmelsjoch in. Waar we vanuit Vicenza per trein naar Venetië reden, daar fietsten we in Ratschings op een e-mountainbike naar een prachtige alm.  De zon zou ook hier weer plaats maken voor wisselvallig weer, net als op de heenweg in Seefeld. Maar gelukkig mocht de B ook hier weer in de parkeergarage staan, waardoor we in elk geval de bagage droog in de auto konden krijgen.

Ratschings – Doren

Na een heerlijk ontbijt en het opnieuw zorgvuldig inpakken van de bagage staat in alle vroegte een volgende pas op de planning. De Jaufenpas, die bijna letterlijk ‘om de hoek’ van het hotel ligt, wordt niet veel later gevolgd door de in dichte mist gehulde Timmelsjoch. Bij in fel zonlicht ‘badende’ tolpoorten besloten we even te stoppen. Het daar gevestigde Top Mountain Motorcycle Museum brandde begin 2021 tot op de fundering af, waarbij zo goed als de gehele collectie verloren ging. Ondanks dat ik niet per se een motorliefhebber ben, wilde ik dit museum toch graag bekijken. Naast motorfietsen staan er onder andere ook auto’s die aan bizarre expedities deel hebben genomen. Het is indrukwekkend om te zien hoe dit museum in zo’n korte tijd weer opgebouwd is, en opnieuw gevuld met vele honderden vaak zeer bijzondere motorfietsen uit alle decennia.

De etappe naar Imst, waar we gewaarschuwd werden dat de Hahntenjoch afgesloten was, was niet echt spectaculair. Die melding over de afsluiting sloeg ik overigens in de wind, waardoor we niet veel later in het bos achter een aantal auto’s stil kwamen te staan. Het schijnt nog wel eens voor te komen dat onweer gesteente op de weg laat vallen, en dat leek hier ook even het geval. Overigens waren de weersomstandigheden helemaal niet slecht, en de melding over vallend gesteente bleek ook mee te vallen, zodat we volop konden genieten van het landschap. Sommige stukken doen me denken aan Wales. Daarom vind ik deze pas ook zo mooi, denk ik.

Via plaatsjes met soms toepasselijke namen als ‘Bach’ en ‘Au’, waar de regen met bakken uit de lucht kwam en via het dashboard op onze scheenbenen stroomde (ik moet nog wat afkitten), belandden we in Doren, waar we in een plattelandspensionnetje de nacht door zouden brengen.

Hochtannbergpass

Doren – Winterswijk

De volgende dag scheen opnieuw de zon. We konden zelfs buiten ontbijten, waarbij we uitkeken over een dal waar een wolkenband langzaam doorheen trok. Prachtig!

Oorspronkelijk stonden de Elzas en Luxemburg nu op de planning, maar de weersverwachting voor de komende dagen was niet gunstig. Dankzij het naar binnen stromende regenwater besloegen gisteren de ramen. Het rijden was daardoor niet meer ontspannen en zelfs ronduit gevaarlijk. Aangezien we er al een mooie vakantie op hadden zitten, besloten we dus in een dag terug te rijden naar Winterswijk. Maar wél via het Schwarzwald, zoals gepland. Want daar wilden we ons even vergapen aan de grootste koekoeksklok ter wereld. Tip: zorg dat je er voor 12:00 uur bent, en niet net voor 13:00 uur, zoals wij. We waren getuige van een bijzonder indrukwekkend ‘koe… koek’, maar hebben wel smakelijk gelachen… Na een heerlijke lunch met flammkuchen en Schwarzwälder kirschtorte zochten we de autobahn op om vervolgens zo snel mogelijk de laatste etappe af te leggen.

Onderweg kwamen we nog wat Alfisti uit onder andere Ermelo tegen. “Winterswijk? Dat kennen we wel, daar zit Wim, nee, Henk Prins (Alfa onderdelenleverancier)!”. Grappig waar je woonplaats om bekend staat bij verschillende mensen. De snelweg zorgt voor een efficiënte route van A naar B, maar het is ook dodelijk saai. Ik merkte dat ik daarom steeds sneller ging rijden. Tegen het oranje gebied van de toerenteller gaf de TomTom aan dat de B 160 km/h reed. Mijn haren transformeerden tot honderden zweepjes die mijn hoofdhuid geselden. De pet had ik bij 120 km/h al afgezet, omdat ik bang was deze kwijt te raken. Toch maar weer van het gas af, terug naar 120 à 130 km/h met uitschieters naar 140… De B vond het allemaal prima. Geen spoortje van oververhitting, geen rare geluiden. Eigenlijk zoals het de hele reis al ging. Zo bereikten we ’s avonds ons huis, waar ik moe maar voldaan de bagage uitpakte en nog even een laatste foto maakte. De afscheidsreis zat er op.

Het afscheid?

Hoe geweldig de afgelopen twee weken ook waren, het moeilijke afscheid van de B was nu onvermijdelijk. De gedachte om deze auto uit te moeten zwaaien was lastig te verteren. In een klap een realistisch aankoopbedrag op tafel leggen zat er voor ons helaas niet in. Maar er moest toch iets te regelen zijn… Enkele weken spookte die gedachte door mijn hoofd. Dankzij een paar kleine reparaties en opnieuw twee lekke banden, door nieuwe maar verouderde binnenbanden, kon ik de verkoop nog wat voor me uit schuiven. Tijdens een gesprek met mijn ouders kwam de ware reden van de zin ‘verkoop de B maar’ naar boven. Geld speelde in die besluitvorming geen rol. Dat was een pak van mijn hart! De B hoeft niet weg! Hij blijft dus in de familie. Hebben we mooi tijd om hem langzaam over te nemen, en ondertussen te genieten van de eerste en waarschijnlijk laatste auto die ik compleet eigenhandig restaureerde.


Tags: , , , , ,



Frank Goedhart
Frank's interesse in klassieke auto's en autosport komt ruimschoots aan bod: samen met lezers zorgt hij voor nieuws op Instagram, Facebook, LinkedIn en de website van Octane.




Vorig bericht

Een beste show

Volgend bericht

Een Alpine zonder de naam





Bezoekers lazen ook


Meer historie

Een beste show

Na twee jaar afwezigheid heeft ‘Soestdijk’ een comeback gemaakt met een tweede editie die stond als een huis. De vooruitzichten...

21 September 2022