Laatste nieuws

Siata Daina Sport Coupé: voor connaisseurs

Reportages / 15 juli 2020

Op het Concours d’Elegance Paleis Soestdijk had ik hem al ontwaard, deze heel mooi gerestaureerde Siata Daina. Hij bleek eigendom te zijn van Mark Geessink, niet alleen een liefhebber van Alpine’s, maar ook van Italiaanse sportwagens. En dan vooral de kleinere en lichtere kunstwerkjes van Abarth en Siata, de gestroomlijnde specials op basis van Fiats en de juweeltjes van andere kleine Italiaanse fabrikanten. Mark is een geregelde deelnemer van de Mille Miglia en andere evenementen, hij houdt er van dat er met zijn auto’s gereden wordt en van de uitnodiging om dat te doen met deze Siata hebben we natuurlijk gebruik gemaakt.

Mark had ooit al eens een Siata gehad en wilde meer van het merk weten – en meemaken. Siata’s zijn bovendien graag gezien bij zijn favoriete evenement, de Mille Miglia. Dat mag geen verrassing zijn, Siata bouwde immers vooral auto’s voor de sport. Mark schuimde het web af en vond op een gegeven moment deze Coupé met een carrosserie van Stabilimente Farina, dat veel Siata Roadsters van een koets heeft voorzien, maar slecht weinig Coupés. Alle nummers klopten, de historie was bekend en het was vrijwel zeker de enig overlevende Daina Coupé – van de zes stuks die gebouwd zijn. Mark greep zijn kans en heeft de auto laten restaureren door Mike Kastrop en zijn Classic Mike, geportretteerd in editie 41 van Octane.

Het is een prachtige auto geworden, dat zonder meer, er straalt vanaf dat hij met liefde en kennis is gerestaureerd. Hij dateert van 1951, en is ooit nieuw gekocht door een Italiaan in Rome, voor 800.000 Lire, die hem overigens nauwelijks vier maanden later doorverkocht aan een Mexicaan voor het dubbele bedrag. Geessink heeft hem gekocht van de derde eigenaar. Het is een merkwaardige auto, deze Siata. Niet alleen vanwege zijn formele uitstraling, door die diepzwarte kleur, maar ook door de uitbundige radiateurgrille. Italiaanse sportauto’s uit de jaren vijftig blinken doorgaans uit door hun subtiele en geraffineerde vormen en de afwezigheid van overvloedige decoratie. Zoals deze Siata dus, op die knallende grille na.

Hoe goed ze de middelen verstaan om met weinig iets heel moois te maken, zie je terug in het interieur, prachtig dat instrumentarium en die amberkleurige knoppen. Heel typisch is het zijwaarts openende kofferdeksel. De naam en het merk Siata hebben enige introductie nodig. De naam is een afkorting van Societa Italiana Trasformazione Accessori. Het in Turijn gevestigde bedrijf maakte accessoires voor Fiats en andere auto’s die geschikt waren om sneller te maken. Siata produceerde bijvoorbeeld een set om een zijklepper van Fiat om te bouwen tot een kopklepper. Toen Fiat zelf kopkleppers ging maken, is Siata met gebruik van die motoren zelf complete auto’s gaan bouwen met waar maar mogelijk onderdelen uit de rekken van Fiat. Dat heeft bijzonder mooie en aantrekkelijke auto’s opgeleverd en heeft Siata tot een merk voor connaisseurs gemaakt. Het maakt vooral gebruik van Fiat’s viercilinders, maar ook van de Otto Vu. De Siata’s met deze tweeliter V8 zijn het zeldzaamste en het meest gezocht – en daardoor kostbaar.

Voor auto’s als de Daina gebruikte Siata het platformchassis van de Fiat 1400. Daarvan korte het de aandrijfas in en bracht verstevigingen aan om het chassis stijver te maken. Stabilimente Farina maakte ondertussen een elegante aluminium carrosserie met een eigen frame klaar, dat vervolgens op het chassis werd gemonteerd. Fiat leverde een 1,4-liter vierpitter aan, zonder kop, want Siata zette er zijn eigen gepatenteerde kop op met grotere kleppen. Daaraan monteerde het een dubbel spruitstuk met een twee Webers. Daardoor, en door de beter gevormde verbrandingsruimte en hogere compressie, steeg het vermogen van 60 naar 72 pk. Uiteraard werden ook de wielophangingen aangepast en als extra kon Siata een eigen transmissie leveren met vijf versnellingen in plaats van de standaard vier. De motoren van Fiat konden dat hogere vermogen prima aan – nog meer dan die 72 pk zelfs – want ze waren van huis uit goed bewapend tegen de loden gasvoeten van de gemiddelde Italiaan.

Aan het stuur van de Siata verraadt weinig zijn sportieve inborst. Hij heeft een kanjer van een stuurwiel – met dat heel mooie logo van Siata erop – en nota bene stuurschakeling. Je zit bovendien op stoelen die zo vlak zijn als een gemiddeld bankstel. Maar zodra de viercilinder loopt en je de enthousiaste reacties op het gas voelt en zijn kernachtige geluid hoort, weet je dat onder de motorkap wel goed zit.

De pook beweegt aan de stuurkolom in een minimaal vlak, waardoor nauwkeurig schakelen vereist is – je moet sensitieve vingers hebben. Daar komt nog bij dat het schakelpatroon zelf zeer merkwaardig is met versnellingen die zich op plekken bevinden die de hedendaagse logica te boven gaan. Het goede nieuws is echter dat je de I nauwelijks nodig hebt – de Siata is zo licht en de 1,4-liter zo kranig dat je gemakkelijk in II kunt wegrijden. En de V heb je alleen op hoge snelheid nodig – hoger dan we vandaag op de beschikbare binnenwegen zullen rijden.

Het is zo’n auto die je op een weg met mooie open bochten steeds in je spiegel blijft zien en achter je aan hoort snerpen

Je moet echt aan het werk om er een hoog tempo uit te halen. Als je veel gas geeft, neemt het volume van het motorgeluid aanzienlijk sneller toe dan het tempo. Je moet vrij ver in toeren doortrekken om in de volgende versnelling een goede aansluiting te hebben, maar dan accelereert hij goed door, althans voor een auto uit die tijd en met die cilinderinhoud.

Je komt er al gauw achter dat de kwaliteiten van de Siata niet liggen in het rap bereiken van hoge snelheden, maar wel in het vasthouden ervan. Doordat hij niet veel meer dan 800 á 900 kilo weegt, kun je relatief laat remmen en veel snelheid mee een bocht in nemen, waardoor je er ook op een zeer bemoedigd tempo uitkomt. Het is zo’n auto die je er bij een verkeerslicht heel gemakkelijk uitsprint, maar die je op een weg met mooie open bochten steeds in je spiegel blijft zien en achter je aan hoort snerpen. Een tempo van 130 á 140 km/h is zeker haalbaar als hij de kans krijgt door te draven.

Er is veel met Siata’s geracet en het waren niet te onderschatten tegenstanders, als ze eenmaal op snelheid waren en in een mooie ‘flow’ zaten. Met een Daina hebben Dick Irish en Bob Fergus in de 12 Hours of Sebring van 1952 hun klasse gewonnen en nog beter: ze finishten als derde algemeen, vele auto’s met grotere en sterkere motoren achter zich latend. De Siata’s werden dus niet voor niets ‘Poor Man’s Ferrari’ genoemd. Als je een of meer van s’ werelds mooiste evenementen op je verlanglijst hebt staan, zoals de Mille Miglia, Targa Florio of Pebble Beach, kun je er zeker van zijn dat je met een Siata welkom bent, zeker met deze.

TEKST TON ROKS // FOTO’S LILLA LEOPOLD

Met dank aan markgeessink-classiccars.com

 

 

 

 

 


Tags: ,



redactie Octane
Octane is een licentie van de gelijknamige Britse titel, maar streeft naar zo veel mogelijk eigen inhoud, met Nederlandse en Belgische liefhebbers en hun auto’s in de hoofdrol. Van de redactie maken deel uit Wil van Lierop (eindredactie), Carl de Vaal (art-director) en Ton Roks (hoofdredacteur).




Vorig bericht

Alfa Romeo 156 GTA Sportwagon

Volgend bericht

Colin Chapman's Cortina





Bezoekers lazen ook


Meer historie

Alfa Romeo 156 GTA Sportwagon

De vrienden Jan Dijkstra en Yvo Schooltink delen een interessant wagenpark. Naast een Alfa Romeo 156 GTA Sportwagon bestaat...

9 July 2020