Laatste nieuws

The 12in12 Alpine Challenge

Reportages / 7 februari 2022
Twintig bergpassen in twaalf uur, snelle auto’s, dappere dames, bier dat je zelf hebt meegebracht en een kleine man met een grote schaduw. Verslag van The 12in12 Alpine Challenge.

Je hebt pas echt van je klassieker genoten, als je er een of meer grote roadtrips mee gedaan hebt of andere uitdagingen bent aangegaan, bij voorkeur in de bergen. Want daar zijn de beloningen het grootst. Schitterende vergezichten, na elke bocht ziet de wereld er anders uit, en er wordt het optimale van jezelf en je auto verlangd. Rempunten en lijnen kiezen, je motor in zijn beste werkgebied houden, zorgen dat het spul heel blijft, en zo voorts.
Toen ik van de The 12in12 Alpine Challenge hoorde, heb ik geen moment geaarzeld: mee doen. Wat het is? Een ongeveer 500 kilometer lange rally in het grensgebied van Italië en Frankrijk, waarin ooit 12 passen in 12 uur gereden moesten worden. Inmiddels is het aantal naar 21 gegroeid, maar de naam ‘12in12’ is gebleven.

Het evenement wordt georganiseerd door Antony Calo, een enthousiaste Brit die in de buurt van Bra woont, en die jaar in, jaar uit heel veel energie in zijn Alpine Challenge steekt. Hij organiseert de ‘12in12’ op zo simpel mogelijke wijze, hij richt zich eerst en vooral op petrol heads die vooral véél willen rijden en niets geven om de poeha die de bekende grote evenementen omringt.
Antony doet deze Challenge een aantal keren per jaar, kort na elkaar op zaterdagen, met maximaal een deelnemer of 20 per keer, bij voorkeur met klassiekers of youngtimers. Het is een rally zonder toeters en bellen, op een smart casual diner net voor de start na en een slotavond met prijsuitreiking, waarvoor iedere team geacht wordt uit eigen land bier mee te brengen.

Ze kwamen van verre, uit Zweden, Oostenrijk, België, Nederland en natuurlijk Groot-Brittannië. Sommigen met hun auto op een trailer, maar meerderen kozen voor een lange rit over de weg en draaiden onderweg al warm op een paar bergpassen. Göran Johansson reed zijn Triumph TR250 helemaal vanuit Zweden naar de start, maar degene die de grootste reis maakte was John Ganderton, een Brit die al heel wat in zijn leven heeft doorgemaakt, maar niet stuk te krijgen is, zo vertelde Antony Calo. Hij noemde hem heel treffend ‘a small man with a big shadow’. Ganderton, een 70-plusser, heeft dit jaar voor maar liefst alle edities van de The 12in12 Alpine Challenge ingeschreven, niet alleen die van 19 en 26 juni en die van 3 juli, maar ook die in september. Om vooral geen gedoe met Covid en quarantaines te hebben, zijn John en zijn Mini Cooper met de veerboot vanuit Engeland naar Spanje gevaren – een tocht van 32 uur – om van daaruit naar Italië te rijden.

Ik kan verklappen dat de stilletjes zeer competitieve John de editie van 19 juni niet heeft gewonnen, maar die van de 26ste wel, glansrijk zelfs.
Ik kende het evenement niet, het is kleinschalig en zoekt niet of nauwelijks de publiciteit, en dat moet misschien ook maar zo blijven, want het mag niet aan succes ten onder gaan. De voorpret was groot, bij iedereen. Er was natuurlijk een ‘The 12in12 Participants Group’ op WhatsApp en ook een op Facebook, waar de deelnemers goedmoedig de spot met elkaar dreven, vooral met ‘die Hollanders met steeds maar weer die Alfa’s’, en werden er over en weer tips uitgewisseld. Belangrijk: zorgen dat je remmen tiptop in orde zijn, evenals je koelsysteem, zeker zijn dat je reservewiel in blakende gezondheid verkeert en een setje extra bougies mee nemen. De 12in12 schuwt grote hoogten niet en het risico dat de bougies vet slaan, is zeker aanwezig. Aangenaam gevolg van deze ‘gespreksgroepen’ is dat iedereen elkaar lang voor de aankomst al een beetje kent.

We vertrokken al op de 16e naar Italië, mijn vrouw en ik, met de Giulia, gevolgd door vrienden met een MGB Roadster. Vanaf Nancy reden we voornamelijk binnendoor – over de N57 – om na een overnachting in Pontarlier via de Tunnel de Fréjus naar Bra te rijden. Onderweg bleek een van de achterbanden van de B – hij stond op 185’s – langs de binnenzijde van het spatscherm te schrapen, het linker overigens, dat is altijd zo bij een B of C. Dat viel onderweg niet zomaar op te lossen, maar we konden het probleem wel verminderen door bagage uit de MG over te laden naar de Giulia, zodat de B minder diep inveerde. De dag vóór de Challenge hebben we het smallere reservewiel (165) gemonteerd. Dat had weliswaar een grotere omtrek, maar niet meer dan 2%, wat net buiten de grenzen ligt van dat wat de gezondheid van het differentieel zou kunnen schaden. Voor de Challenge, met zijn vooral veel bochten, leek ons dat een goede oplossing – en dat is het ook gebleken te zijn.

Op donderdagavond genoten we bij Antony thuis een heerlijke, door zijn vrouw Maria Angela bereide, Italiaanse maaltijd en ontmoetten we een aantal andere deelnemers, onder andere Stuart Ward met zijn fraaie replica van een Aston Martin DBR1 en de Oostenrijker Robert Novak met zijn tot in de puntjes geprepareerde Lancia Fulvia 1600 HF. Die DBR1 zou je al eens gezien kunnen hebben, althans de polyester carrosserie ervan: die heeft namelijk hoog in de lucht als ‘kunstwerk’ gefigureerd, pal voor Goodwood House, toen de 70ste verjaardag van Aston Martin een hoofdthema van het Festival of Speed was. De door Andrew Soar gebouwde DBR1 was veruit de meest opvallende auto van het startveld.

Vrijdagavond verzamelde het hele circus zich in hotel Castello Rosso in Costigliole Saluzzo, met in de verte de lokkende contouren van de Alpen. In het kasteel wachtten een diner en kennismaking met drie gelegenheids-navigatoren. Als je geen kaartlezer hebt, regelt Antony er een voor je, geen berg is hem te hoog. Bij drie rijders bleek dat het geval te zijn en voor hen had hij drie charmante – en vooral dappere – dames uit zijn kennissenkring opgetrommeld, die het stuk voor stuk aandurfden een dagje de bergen in te gaan met een onbekende man in een snelle auto. Na afloop waren ze allemaal blij, en ja, ze wilden nog een keer.

We moesten vroeg starten de volgende morgen, dat om de paswegen zo min mogelijk te hoeven delen met de ongetwijfeld talrijke sportfietsers en motorrijders. Onze vrienden Eric en Yvonne hadden de oudste auto en dus ook de vroegste starttijd, wij werden om 6:33 afgevlagd. Antony bepaalt die tijden op basis van de leeftijd van de auto, het motorvermogen en de ervaring van de equipe. Op basis daarvan berekent hij ook een soort van ‘handicap’, zodat niet alleen het aantal passen en de rijtijd de doorslag geven en iedereen min of meer gelijke kansen heeft om te winnen.
Calo heeft een relatief eenvoudig maar aantrekkelijk concept ontwikkeld voor zijn Alpine Challenge. Hij benadrukt dat het zeker geen snelheidsevenement is. “Ik wil jullie Hollanders in één dag op net zoveel bochten trakteren als jullie thuis in een heel jaar meemaken”, grapte hij. “Er is geen enkele tijdsdruk, maar we zien iedereen graag twaalf uur na de start terug, dan gaan we namelijk bier drinken met z’n allen. In die twaalf uur kun je gemakkelijk twaalf passen rijden, en als je je tijd niet verdoet met koffiedrinken en sightseeing, is het prima mogelijk 21 cols aan te doen. Het gaat erom dat je goed rijdt en op de slimste manier de cols met elkaar verbindt, en dat je niet vergeet op tijd te tanken.”

Routeboeken kent Calo niet. Precies vijf minuten voor de start krijg je een oude landkaart aangereikt waar 21 cols staan aangegeven, en je ziet maar hoe je die aan elkaar knoopt. We kunnen er overigens maar 20 doen, omdat er een door aardverschuivingen nog niet toegankelijk is. Verrassing: op de achterkant van de kaart heeft Antony de route verstopt in een Monopoly spelbord.
Iedereen heeft de app Life360 op zijn telefoon moeten installeren en daarop kan Antony precies volgen welke route je gereden hebt. Van een behoorlijk aantal passen en controlepunten moet overigens een foto gemaakt worden – van een bord dat er staat of een gebouw of monument – om te bewijzen dat je er daadwerkelijk geweest bent.

Calo kent het gebied op zijn duimpje, hij woont er al járen, en dat viel meteen te merken. De eerste cols die we voor de kiezen kregen, waren totaal onbekend (voor ons) en bevonden zich min of meer tussen Cuneo en de Franse grens. De eerste was een kleine opwarmer, de Montemale tussen Dronero en Valgrana. Daarna leidde de ideale route westwaarts, naar een keten van onbekende passen, die ik hier op verzoek van Antony niet allemaal noem, omdat The 12in12 Alpine Challenge op 18 september nog een keer gereden wordt en voor die deelnemers moeten de passen een verrassing blijven – en een puzzel.

De Giulia had er zin in, alle 132 pk’s van zijn tweeliter motor waren helemaal bij de les. Het was heerlijk het romige geroffel van de viercilinder dubbelnokker tegen de bergwanden te horen weerkaatsen, en het aanzuiggeluid van de dubbele Dell’Orto’s. En dankzij zijn sperdifferentieel was er nooit tractieverlies als we uit haarspeldbochten weg accelereerden. De tank was tot de nok toe gevuld met Ecomaxx Classic Car Fuel, voor het maximale octaangetal en de grootst mogelijke bestendigheid tegen vapour lock. Dat risico daarop was zeker aanwezig, want de buitentemperatuur ging richting 30 graden en de meter zou die dag meerdere malen vervaarlijk dicht naar de 100 graden Celsius klimmen. Er waren meerdere Alfa’s in de race, allemaal Sprints en GTV’s – coupé’s dus – stuk voor stuk ook van tweeliter motoren voorzien.

Geen een daarvan was verlaagd. Daar hadden ze enorm voordeel van, zo bleek toen we via aantal kleinere maar spectaculaire passen naar de 2284 meter Colle Sampèyre reden. Die passen waren buitengewoon fraai, dat zeker, maar ook buitengewoon smal met een af en toe een wegdek dat naar het erbarmelijke neigde, het waren geregeld meer geasfalteerde geitenpaden dan wegen. De grondspeling van mijn Giulia is klein – hij is verlaagd met een verenset van Alfaholics en meer afgestemd op fast road gebruik dan op rally’s. De carterbescherming liet dan ook zeer geregeld pijnlijke en soms zelfs hartstokkende schaafgeluiden horen. Van mooie lijnen op snelheid rijden was geen sprake, alle ogen waren op de eerste passen continue op het wegdek gericht en op het vermijden van kuilen, gaten en pronte richels. Dat haalde het tempo er flink uit, dat zagen we niet alleen aan de positie van de andere deelnemers op de Life360 app, maar ook aan de snelheid waarmee we in een ruime bocht gepasseerd werden door Frank Vink en zijn maatje Joost Karstens. Hun GTV 2000 was niet verlaagd en kon een stuk sneller over het pokdalige wegdek gejaagd dan de onze, dat deden de heren dan ook, zonder veel compassie voor de fraaie Alfa. Het was duidelijk dat Vink, die verleden jaar de overwinning aan zijn neus voorbij had zien gaan, dat niet opnieuw wilde laten gebeuren.

Er waren ook al pechvogels. De op en top geprepareerde Lancia Fulvia moest het kalm aandoen vanwege koelproblemen en de goedlachse Brit Graeme Whiting moest een rechtstreekse route naar de finish kiezen nadat hij de radiateurdop van zijn mooi gerestaureerde Daimler SP250 – ofwel ‘Dart’ – had verloren. Van de ijlings opsnorde vervangende exemplaren bleek er geen een afdoende af te sluiten.
Op weg naar Frankrijk, via de heel mooie en 2748 meter hoge Colle dell’Agnello, stond voor mij al min of meer vast dat de carterbescherming van mijn Alfa verwijderd zou gaan worden, om zo een centimeter of anderhalf à twee meer grondspeling te hebben – maar later zou ik daarover van gedachten veranderen. De wegen in Frankrijk – inclusief die naar de Agnello – waren een stuk beter en eindelijk konden we een flink tempo rijden.

Wat is dat in de bergen rijden toch heerlijk. Het is een constant spel: lijnen, rempunten, instuurmomenten en de juiste versnelling kiezen, en al die handelingen tot een vloeiend geheel aan elkaar knopen. Als je het maximale aan rijplezier uit je klassieker wilt halen, gaat er niets boven rijden op dergelijke wegen. Overigens haalden we niet het maximale uit de techniek, want constant hing in het achterhoofd dat de auto ons ook nog terug naar Nederland moest brengen. Diegenen die met trailer queens naar Italië waren gekomen, hoefden zich daar niet om te bekommeren, en dat deden ze dan ook niet, zo was aan hun snelheid op de slechtere wegdekken te zien.

Na een verplichte lunchstop van precies 60 minuten leidde Calo’s kaart ons naar letterlijk het hoogtepunt, de 2860 meter hoge Col de la Bonette, een van de hoogste geplaveide wegen in Europa. De klim naar de top is schitterend, en de afdaling doet er niet voor onder. De Giulia had geen enkele moeite met de hoogte – er was zelfs geen vermogensverlies merkbaar. De MGB van onze vrienden kampte daar wel mee, zij moesten af en toe zelfs terug naar de eerste versnelling. Op de Cime de la Bonette, het rondje rondom de top van de berg, was het bijna gebeurd met onze Alfa Romeo. Er lagen na een scherpe bocht drie keien op de weg, de grootste in het midden, ontwijken was niet mogelijk vanwege de peilloze diepten, afdoende remmen lukt ook niet meer, en de Alfa raakte de grootste kei vol – met de carterbescherming. Na inspectie bleek hij die forse oplawaai goed doorstaan te hebben. Hij was wel krom, maar het aluminium carter was nog heel, en dat was het allerbelangrijkste. Ik ben stante pede van gedachten veranderd over het stalen beschermrek onder de auto – dat blijft erop, althans: er komt een nieuwe op. Zonder die protectie was er ongetwijfeld een gat in de oliepan geslagen en was de rit ten einde geweest.

Terug naar Italië via de Colle delle Lombarda, 2360 meter hoog, met schitterend asfalt, breed aan de Franse kant, smal aan de Italiaanse, en met eindeloze uitzichten. Daarna hadden we nog zeven passen te gaan. We hebben ze niet allemaal kunnen doen, we hadden op de Italiaanse passen te veel achterstand opgelopen door het gebrek aan grondspeling, en we hadden ook nog tijd moeten besteden aan fotografie. Na twaalf uur rijden waren we bovendien zo dorstig dat we het slotpartijtje absoluut niet wilden missen, en ook de prijsuitreiking niet.

De felbevochten overwinning is uiteindelijk gegaan naar Frank Vink en Joost Karstens die in hun Alfa Romeo GTV twintig passen hadden geknipt en geschoren – het maximale aantal van deze editie. Daar hadden ze slechts 10 uur en 21 minuten voor nodig gehad, wat enkele tientallen minuten sneller was dan de nummers 2 en 3.

Joost Karstens en Frank Vink mochten zich na afloop winnaars noemen met hun blauwe Alfa Romeo 2000 GTV.

Antony Calo benadrukt dat zijn ‘12in12’ geen race is, dat goed navigeren en volharding het belangrijkste zijn. Dat neemt niet weg dat voor diegenen die met een goede auto, een goede navigator en een flinke dosis energie aan de start komen, hun gelijk geëquipeerde concurrenten alleen kunnen verslaan door simpelweg sneller te zijn. Wat overigens niet betekent dat er ongeoorloofde snelheden gereden worden, op de passen die Antony Calo uit weet te kiezen is het zelfs nauwelijks mogelijk gemiddelden te rijden die de wettelijke limieten benaderen, laat staan overschrijden.

Een mooi evenement, dat is The 12in12 Alpine Challenge zeker, en een verademing ook. Hij is low key en ontspannen en leidt je over mooie en uitdagende passen, fikse hoogten worden niet geschuwd, maar juist opgezocht. Antony Calo serveerde ons passen waarvan we het bestaan niet wisten en gaat grote bekenden als de Stelvio uit de weg. Dat is sowieso een overgewaardeerde pas, hij is weliswaar spectaculair mooi, maar als het je om fijn autorijden gaat heeft hij niet bar veel te bieden, tenzij je het nemen van zo’n 40 haarspeldbochten in de eerste en tweede versnelling een Nirvana vindt.

Het aantrekkelijke van de ‘12in12’ is ook dat hij zeer betaalbaar is, waardoor je heel andere mensen en auto’s tegenkomt dan bij grote klassiekers als de Mille Miglia. Het kaartlees-systeem is supereenvoudig, waardoor je vooral heel fijn kunt rijden. Weet dat je navigator er zeker niet voor spek en bonen bij zit, hij hoeft echter niet urenlang over de kaart gebogen te zitten en met tripmasters en stopwatches in de weer te zijn, zoals bij menige andere rally. Antony is vastbesloten zijn evenement niet verder ‘aan te kleden’ met allerlei toeters, bellen, grote diners, cadeau-horloges en andere overbodigheden, hij wil het kleinschalig en betaalbaar houden en last but not least: no-nonsens. Gezien het lage inschrijfgeld moet het vooral enthousiasme zijn dat de man drijft. Ik hoop dat zijn toewijding nog lang stand houdt.

Volgend jaar weer? Als de agenda het toelaat: zeker! Niet met een ‘trailer queen’, maar wel met meer grondspeling.

TEKST Ton Roks / FOTO’S Ton Roks, Antony Calo

Voor meer info over de The 12in12 Alpine Challenge, zie de website 12in12.mystrikingly.com


Tags: , ,



Ton Roks
Na 25 jaar in de autojournalistiek vervulde Ton Roks in november 2012 een lang gekoesterde wens, hij begon een eigen autoblad: Octane, met een hoofdrol voor de klassieke auto – en een gezonde belangstelling voor interessante nieuwe auto’s.




Vorig bericht

Porsche 911 GT3 Touring: géén vleugel, tóch een hoogvlieger

Volgend bericht

Jonge Britten met buitenlandse invloeden





Bezoekers lazen ook


Meer historie

Porsche 911 GT3 Touring: géén vleugel, tóch een hoogvlieger

Er zijn twee fundamentele vragen die je moet beantwoorden voordat je met bravoure bij een dealer binnenstapt en zegt ‘doe...

7 February 2022