Laatste nieuws

The World’s Fastest Gull Wing

Alle columns / Ton Roks / 9 april 2019

Tijdens het jureren op InterClassics is het woord ‘origineel’ weer tientallen keren gevallen. Nu valt er op de waarde van originaliteit weinig tot niets af te dingen, maar daar staat tegenover dat het naar hartenlust modificeren van auto’s ook buitengewoon aantrekkelijk automobielen kan opleveren. Denk aan bijvoorbeeld de Giulia’s en Junior’s van de firma Alfaholics.

Tussen al het gejureer door, moest ik geregeld aan zout denken, niet aan het zout van ‘met een korrel zout nemen’, maar aan het zout van de Bonneville Salt Flats – en aan Bob Sirna. Dat is een Amerikaan die ik daar, op het meest waanzinnige circuit ter wereld, jaren geleden tegenkwam met zijn Mercedes 300 SL. Er is geen streep asfalt op de Salt Flats te bekennen maar je kunt er de meest bizarre voertuigen zien, en ze hebben allemaal nog een naam ook: Lakesters, Belly Tankers, Hot Rods, Rat Cars, Streamliners, en nog véél meer. Ik moet bekennen dat ik het op Bonneville eigenlijk veel meer naar mijn zin had dan op Pebble Beach.

Ik ben erheen gereden met een Cadillac CTS V, door de woestijnen van Californië en Nevada, net zoals de Nieuw-Zeelander Burt Munro in ‘67. Het verhaal van zijn tocht naar het zout, met zijn Indian motorfiets van 1920 en zijn recordrit aldaar, is door Anthony Hopkins prachtig uitgebeeld in de film ‘The World’s Fastest Indian’. Die moet je gezien hebben. Toen ik de CD thuis in de speler deed, wendde mijn vrouw zich licht geïrriteerd af. Ga je nu weer naar zo’n stomme western zitten kijken? Even later zat ze toch naast me en heeft geboeid tot het einde meegekeken.

Op een gegeven moment zag ik daar op die onmetelijke zoutvlakte – je kunt de ronding van de aarde zien! – tussen de Vintage Roadsters en Highboys een soort van partytent met daarin een Mercedes 300 SL. Hij hing met zijn buik luttele centimeters boven de zoutkorst en de verplichte remparachute was als een bunny-staartje op zijn charmante achterste geplakt. Een legendarische sportauto, toen al dik zeven ton waard, zou het zo zijn dat iemand daarmee over het zout op een snelheidsrecord joeg? Ja, dat was inderdaad.

De tot zoutracer omgebouwde 300 SL bleek dus van die Bob Sirna te zijn, hij was toen al jaren doende een nieuw record in zijn klasse te rijden, maar had nog geen succes gehad. Technische problemen hadden steeds roet in het eten gegooid. Bob kwam uiteindelijk tot de conclusie dat het met de originele 3,0-liter zes-in-lijn nimmer zou lukken en heeft rigoureuze maatregelen genomen. Met de hulp van de pk-tovenaars van Roush Competition Engines heeft hij een moderne M104 zescilinder van Mercedes ingebouwd, goed voor zo’n 430 pk. Eigenlijk is ‘monteren’ niet het juiste woord, het was meer ‘schoenlepelen’. Er kwam ook een immense luchthapper op de motorkap, om de machine frisse lucht te gunnen. Daarmee ging de 300 SL een stuk harder, tot over de 300 km/h zelfs, en toen gaf de motor er de brui aan door smeringsproblemen. Bob wilde echter van geen stoppen weten, hij moest en zou een officieel gecertificeerd record scoren.

Ik ben Bob via het web blijven volgen en heb met genoegen vastgesteld dat het hem in 2016 – na vijftien jaar proberen – gelukt is dat officieel gecertifieerde record te pakken te krijgen. In V doortrekkend tot 9.500 toeren heeft hij zijn 300 SL tot 306,9 km/h weten op te jagen. Zelfs van Mercedes-Benz heeft hij felicitaties ontvangen plus het bericht dat hij zich officieel de eigenaar, bouwer en bestuurder van The World’s Fastest Gull Wing mag noemen.

Bob heeft daarna de tijd genomen om een ronde te doen langs alle grote concoursen in de USA om daar zijn Snelste Vleugdeur Van De Wereld te laten zien. Het laatste nieuws is dat hij hem uit elkaar is gaan halen om hem te restaureren – in originele staat. Zoals hij ooit uit het doosje is gekomen. Eigenlijk vind ik dat verdraaid jammer, want perfecte 300 SL’s zijn er meer dan genoeg. Van mij mag die van Bob altijd een zoutracer blijven. Met vijftien jaar ervaring, een originele dus.

Ton Roks

 


Print Friendly, PDF & Email




Ton Roks
Na 25 jaar in de autojournalistiek vervulde Ton Roks in november 2012 een lang gekoesterde wens, hij begon een eigen autoblad: Octane, met een hoofdrol voor de klassieke auto – en een gezonde belangstelling voor interessante nieuwe auto’s.




Vorig bericht

Ford gaat elektrisch – de Mustang ook

Volgend bericht

M5 Competition: van zwaarder kaliber




Uitgelicht

Ford gaat elektrisch – de Mustang ook

Ford gaat vol gas voor elektrisch rijden. Tijdens een groot persevenement in Sugar City in Halfweg – onder het motto...

7 April 2019

Webdevelopment Passionate Bastards