Laatste nieuws

Triumph Vitesse, de ‘Two Seater Beater’

Reportages / Slider / 4 december 2019

Triumph maakte naam en faam als bouwer van stoere, open tweezitters. De Vitesse is minder bekend, maar met zijn een zescilinder-in-lijn is deze compacte Triumph niet te versmaden.

Toen het Britse Standard-Triumph eind jaren vijftig de krijtlijnen voor een nieuwe gezinswagen uitzette, wilde het voor eens en altijd korte metten maken met de oubollige reputatie van het concern. Triumph ging daarom in zee met de flamboyante Italiaanse ontwerper Giovanni Michelotti, welke ervaring had opgedaan bij zowat alle grote Italiaanse ontwerphuizen als Bertone, Pininfarina, Vignale en Ghia. Michelotti, in 1959 voor zichzelf begonnen, voorzag de Herald, zoals de nieuwe Triumph zou gaan heten, van een fris en eigentijds koetswerk dat gekenmerkt werd door een cockpit met veel glas, een fiere grille, stijlvolle vinnen en ranke, rechtopstaande achterlichten.

Opvallend was dat de Herald een separaat chassis had, wat nogal ouderwets was, daar onder de concurrentie de zelfdragende carrosserie gemeengoed aan het worden was. Ook zijn achterwielophanging, met pendelassen (waardoor de spoorbreedte bij in- en uitveren varieerde) was niet echt vooruitstrevend.
Het separate chassis had echter het grote voordeel dat Triumph de Herald zonder al te veel moeite van verschillende koetswerken voorzien. Na de Herald Saloon volgen dan ook een Coupé, een Van, Estate en Convertible. De veelzijdige en bovenal charmante Triumph Herald viel internationaal in de smaak en verkocht als zoete broodjes.
Triumph profileerde zich als bouwer van sportieve wagens. Jonge koppels die Spartaanse sportwagens ontgroeid waren, gingen op zoek naar een waardig alternatief. Speciaal voor hen stelde Triumph in 1962 de Vitesse voor. Deze was nauw verwant met de Herald, maar hij was uitgerust met een zescilinder-in-lijn met een vermogen van 70 pk. Dit was een 1596 cm3 versie van de zescilinder die Standard-Triumph ook gebruikte in de Standard Vanguard Six, maar met een boring die van 74,7 naar van 66,75 millimeter was verkleind. De eerste hadden twee Solex B32PIH carburateurs, die echter snel vervangen werden door type B321H, vanwege problemen met de acceleratiepomp.

De versnellingsbak – met synchromesh op de II, III en IV – werd versterkt vanwege het grotere vermogen en de overbrengingsverhoudingen werden sportiever gemaakt. Optioneel was een Laycock De Normanville ‘D-type’ overdrive met een toerenval van ongeveer 20%, waarmee kalmer ‘cruisen’ mogelijk werd gemaakt.
Vóór had de Vitesse schijfremmen en achter trommels, maar grotere dan die van de Herald. Triumph gaf hem ook een grotere brandstoftank dan zijn oudere broeder. De voorwielophanging was van zwaardere veren voorzien vanwege het grotere gewicht van de motor, maar de achterwielophanging was in de basis hetzelfde als die van de Herald, met pendelassen dus, die al gauw problemen gaven. Het chassis lijkt in de eerste oogopslag op dat van de Herald, maar het was helemaal opnieuw doorgerekend en versterkt – zodanig dat er voor de Vitesse Convertible geen extra verstevigingen nodig waren.

De Vitesse haalde met zijn 70 pk en 152 Nm aan koppel een top van ongeveer 150 km/h. Dat was 1962 ongezien voor een ‘compacte’ gezinswagen. Om de aanzienlijke meerprijs tegenover de Herald uiterlijk te verantwoorden en de hogere ‘klasse’ van de Vitesse te benadrukken, kreeg het voorfront vier koplampen mee, iets wat je toen alleen nog maar bij veel duurdere automobielen zag. Het zorgde er in elk geval voor dat de Vitesse door niemand onopgemerkt bleef. Bovendien was hij in two tone verkrijgbaar, wat hem uitzonderlijk goed stond. Met een carrosserie in twee kleuren zette de Vitesse zijn sportieve karakter letterlijk in de verf. Binnenin werd de Vitesse met houtaccenten en een uitgebreider instrumentenbord opgewaardeerd.
Sportieve bestuurders waren onder de indruk van de prestaties, het voorkomen en de uitrusting van de Vitesse. Ze waren echter veel minder te spreken over zijn onrustig weggedrag op de limiet, een gevolg van de achterwielophanging met pendelassen, een ouderwetse constructie die bij snel bochtenwerk tot gevolg heeft dat de spoorbreedte van de achterwielen varieert, wat niet bepaald bevorderlijk is voor het weggedrag.

Bij Triumph erkende men dit probleem en vanaf 1967 kreeg de opgefriste Vitesse 2-Litre samen met een nieuwe tweeliter motor van 95 pk een aangepaste achterwielophanging aangemeten. Deze verbeteringen werden door het grotere motorvermogen enigszins teniet gedaan. Het heeft uiteindelijk tot de voorstelling van de Vitesse 2-Litre Mk2 in 1969 geduurd eer men het probleem echt onder de knie had. Hiervoor kreeg hij een onafhankelijke achterwielophanging met driehoekige draagarmen – gelijk aan die van de GT6 MkIII, waarmee hij ook zijn sterkere motor deelde.
De aangepaste achteras in combinatie met tal van verstevigingen in het chassis bezorgden de Vitesse een aanzienlijk beter weggedrag. De wielvlucht kon met de pendelassen 15 graden variëren, met de nieuwe ophanging was dat nog maar vijf! Met zijn vermogen van inmiddels 104 pk had de Vitesse 2-Litre Mk2 een top van 160 km/h en sprintte in circa 10 seconden van 0 naar 100 km/h.
In tegenstelling tot de Herald was de Vitesse enkel als Saloon en Convertible leverbaar, hoewel er ook een handjevol stationwagens (Estates) op speciale bestelling is gebouwd is door Standard-Triumph’s Service Depot in West London.

Tussen 1962 en 1971 heeft Triumph 51.212 Vitesse’s verkocht. Hiervan werden 15.421 stuks de open Convertible. Ons exemplaar uit 1970 is er daar één van. Voluit heet onze testwagen Triumph Vitesse 2-Litre Mk2 Convertible ‘Overdrive’, een hele mond vol voor zo’n compacte wagen. Met zijn totale lengte van 3.88,6 centimeter is de Vitesse zowat even lang als een hedendaagse Ford Ka of vergelijkbare Toyota Yaris.
Hoewel de afmetingen van de Triumph Vitesse bescheiden uitvallen, heeft hij een onovertroffen stoer voorkomen. Daar zijn om te beginnen die vier koplampen voor verantwoordelijk. Wie deze karakterkop destijds in de achteruitkijkspiegel van zijn Opel Kadett, Volkswagen Kever of Fiat 124 te zien kreeg, wist meteen dat hij maar beter opzij kon gaan. De motorkap kan net zoals bij de Herald als één groot geheel worden geopend, inclusief de spatschermen. Daardoor zijn de mechanische componenten uitzonderlijk goed bereikbaar; een zegen voor wie aan de motor en voorwielophanging moet werken.

Aan de achterzijde geven de ranke verticale vinnen met de daarin verwerkte achterlichten hem een tijdloze klasse. Om een extra vleugje luxe toe te voegen, monteerde Triumph een aluminium paneel tegen de achterzijde van de Vitesse. Dat ons testexemplaar is uitgevoerd met de optionele overdrive valt daarop luid en duidelijk te lezen.
De kersen op de taart vormen de subtiel verlaagde ophanging samen met de lichtmetalen wielen – die maken deze Triumph Vitesse bijna onweerstaanbaar.
De restauratie van deze Vitesse is met perfectie in het achterhoofd uitgevoerd. Dit exemplaar ziet er veel beter uit dan bij zijn eerste aflevering in 1970. De diepe donkerblauwe kleur is niet origineel maar een persoonlijke keuze van de eigenaar. Tijdens de restauratie is bijzonder veel aandacht besteed aan de afwerking van het toebehoren. Zo is het stoffen dak geïsoleerd en in mohair uitgevoerd en daardoor niet te vergelijken met het origineel. Het is in elk geval een vooruitgang, tijdens het rijden met gesloten dak blijft het binnenin aangenaam stil. Ook de zeer verzorgde uitvoering van het interieur met zijn diepe wollen tapijten, leder stoelen, houten instrumentenbord en houtaccenten aan de binnenkant van de portieren getuigen van de toewijding waarmee deze Triumph is gerestaureerd.

Met het dak open, is vlot in- en uitstappen kinderspel. Door de lage opstelling van de stuurkolom dien je je benen echter onder het stuurwiel door te wurmen. In deze Vitesse is het standaard stuurwiel daarom vervangen door een exemplaar met kleinere diameter.
Je zit met quasi rechte rug in de Vitesse, waarvan overigens alleen de bestuurdersstoel verstelbaar is. Het houten instrumentenpaneel geeft als geen ander weer hoe de Engelse ontwerpers op hun eigen onovertroffen wijze, klasse en stijl hebben weten toe te voegen. Het is een plezier naar de keurig gegroepeerde meters te kijken.
De licht dreigende grom van de 2,0-liter zescilinder is minsten zo’n plezier om naar de luisteren. Door fijnafstelling en gebruik van hoogwaardige materialen is de motorenbouwer er in geslaagd behoorlijk wat extra pk’s en een meer dan gezond koppel uit de nauwkeurig gebalanceerde zespitter te toveren. Je zou denken met een veel grotere motor onderweg te zijn. Door zijn onderliggende nokkenas reageert deze zescilinder niet zo nerveus als zijn uitlaatgeluid je zou doen geloven. Maar daar tegenover staat het forse koppel bij zeer lage toerentallen. Hoog in toeren klimmen heeft geen enkele zin. Laat je betoveren door het forse koppel van deze zes-in-lijn en geniet van een schakelluie manier van rijden. Wanneer het echt vooruit moet, hoef je enkel een versnelling moet terug te schakelen om deze charmante en compacte opdonder te laten vliegen.

De Triumph Vitesse 2-Litre Mk2 is een verrassend sportieve open vierzitter die als geen ander zijn eigenwijze Britse karakter met een ontwapenende lichtheid en behoorlijke prestaties weet te combineren. In tests van Britse automagazines slaagde de laatste versie van de Vitesse erin zowel de MG B als de Sunbeam Alpine qua acceleratie en topsnelheid te verslaan. Triumph prees de 2-Litre in advertenties dan ook aan als ‘The Two Seater Beater’. Daarmee is geen woord te veel gezegd, de Vitesse is een meer dan waardig alternatief voor een Engelse sportwagen.

TEKST Jan Bové / FOTOGRAFIE David Noels

PRODUKTIE-AANTALLEN
Triumph Vitesse 6 (1600)
Mei 1962 – september 1966
Saloon 22.814
Convertible 8.447
Totaal 31.261
Triumph Vitesse 2-Litre
September 1966 – september 1968
Saloon 7.328
Convertible 3.502
Totaal 10.830
Triumph Vitesse Mk2
Juli 1968 – juli 1971
Saloon 5.649
Convertible 3.472
Totaal 9.121


Tags: ,
Print Friendly, PDF & Email




Ton Roks
Na 25 jaar in de autojournalistiek vervulde Ton Roks in november 2012 een lang gekoesterde wens, hij begon een eigen autoblad: Octane, met een hoofdrol voor de klassieke auto – en een gezonde belangstelling voor interessante nieuwe auto’s.




Vorig bericht

Tweemaal molto bene

Volgend bericht

Ferrari 166MM Barchetta




Uitgelicht

Tweemaal molto bene

Ontmoeting van twee schitterende Alfa’s, de 8C Competizione en de Giulia Quadrifoglio. Het zijn mijlpalen zelfs, want...

4 December 2019

Webdevelopment Passionate Bastards