Laatste nieuws

‘Uit Oostenrijks onderzoek bleek dat agressieve auto’s veel succesvoller zijn dan niet-agressieve’

Alle columns / Matthijs van Dijk / 8 oktober 2019

‘Matthijs, kijk, ik werd gespot met m’n nieuwe aanwinst’. Ik zag hem op het beeldscherm van zijn telefoon, opgevouwen in een klein rood autootje. Het toverde een enorme glimlach op mijn gezicht. Een Lancia Appia Zagato is zo ontwapenend: de stance, hij staat wat onbehulpzaam op z’n pootjes, de proporties, onvolgroeid, een beetje onhandig, en met de facial expression van Bambi.
Het interesseert mij als een auto zo een reactie teweeg brengt. Hoe komt dat? Is het schattigheid? Of gaat het een stap verder? Gaat het over onschuld? En wat is onschuld dan? Ik ben er even ingedoken. Het wordt er niet lichter op. Onschuld refereert naar een ‘staat van zijn zonder zonde’. In zijn onwetendheid vindt de mens zijn onschuld, hij doet geen kwaad, ‘ontwapend’ dus letterlijk. En de mens verliest zijn onschuld door hoogmoed. Verliest dan ook zijn nederigheid en bescheidenheid. Hij wordt onverschillig en gulzig, een agressor. Deze christelijke waarden zijn de basis van onze Europese cultuur. Dat de macht nog steeds in dezelfde handen is bleek wel uit de achterkamertjesbenoeming van CDU politicus Ursula von der Leyen tot nieuwe voorzitter van de Europese Commissie. De vrouw (en met als hoogtepunt natuurlijk de maagd), het kind, het lam, naaktheid en de kleur wit werden gezien als symbolen voor de onschuld. In het 19e eeuwse schilderij L’innocence van Bouguereau staat een jonge vrouw, in een wit gewaad, in de ene arm draagt ze een naakt kind, in de andere een lam.
De onschuldige Appia Zagato staat niet op zichzelf, maar is één van velen lammeren. In de jaren ’50 en ’60 hadden bijna alle auto’s deze eigenschap. Of het nu Frans, Duits, Italiaans of Brits was. Personenauto’s, sportauto’s en raceauto’s. Alfa Romeo 1900, Jaguar XK120 en DB5 (Deutsch-Bonnet). Waren ze ook niet vaak wit? De Amerikaanse auto’s vormden een uitzondering, ze oogden zwaar en log, hadden tanden. Wat was eigenlijk de eerste agressieve auto? Ik vroeg het aan Lowie (ex-design director Pininfarina en nu Gran Studio). Hij kwam met de Phantom Corsair uit 1938 – uit Amerika. In de opbloeiperiode na de Great Depression zag deze bombshell het levenslicht.
Waarom was het in Europa anders? Zelfs de snelste auto’s uit die periode waren wolven in schaapskleren. Een reactie op de tweede wereldoorlog? Waren we ons er bewust van geworden dat we dát nooit meer wilden? En dat dát werd vertaald naar een non-agressief idioom? Deze hel heeft zich niet letterlijk op Amerikaans grondgebied afgespeeld, is daardoor deze nieuwe nederigheid daar nooit geland, waardoor de kapitalistische weg van de gulzigheid zich daar verder kon ontvouwen?
Bijna alle auto’s zien er nu agressief uit. Uit Amerika, Azië en Europa. Klaarblijkelijk heeft de hoogmoed zich stapje voor stapje in Europa hervonden. De nu onterecht ondergewaardeerde MGB uit ’62 bleek één van de laatste van een bloedlijn. Ik vond de eerste agressieve signalen in de shark-nose van de Ferrari 156 uit ’61, in de negatieve ‘overbeet’ neus van de BMW 1500 uit ’62, in de eyebrow van de Rover P6 uit ’63, in de Alfa Montreal Concept uit ’67 en in de koplamp van de Peugeot 504 en de eerste XJ, beide uit 68’. Met als hoogtepunt van hoogmoed natuurlijk, 40 jaar later, de kredietcrisis van 2008. Geef ruimte aan de agressor. Geef ruimte aan de agressieve auto. Uit Oostenrijks onderzoek uit 2008 bleek dat agressieve auto’s commercieel veel succesvoller zijn dan niet-agressieve. Ik reed op 1 juli op de snelweg en werd ingehaald door een enorme Amerikaanse truck. Een Chevrolet K3500 Dually, met dubbellucht achter. Uit 2008 ook. Een monster. Achterop, net boven de bumper zat een stikker met de tekst: I am fat but I am still hungry.

‘Matthijs, weet je wat Paulien gekocht heeft?’ ‘Geen idee’, zei ik tegen mijn compagnon.’ Een nieuwe Tesla!’ Ik ben er eens beter naar gaan kijken. Vorig jaar had ik er een paar gespot in Californië. Ik had de nieuwe 3 nog niet gedeconstrueerd. Maar de Model 3 is ontwapend, niet zo ontwapenend als een Appia Zagato, maar toch. De proporties zijn net wat anders dan anders: een iets hoger greenhouse, een kortere motorkap, minder overhang. De stance is lichtvoeterig dan die van de S, en hij heeft een vriendelijker gezicht. De 3 opent voor mij een tijdlijn naar het verleden: van de Pininfarina Ethos 2, CD SP66, Panhard CT 24 naar de Alpine M63. Een beweging naar minder agressie, naar minder ‘hoogmoed’. Hij is ook het begin van iets nieuws, met een nieuwe symboliek. Naar iets positiefs in de toekomst, want we weten nu ook wel beter. De kleur wit is bezoedeld door racistische bewegingen. De vrouw en zelfs het kind zijn net zo schuldig als ieder ander. Lang leve de emancipatie. Presumed Innocent, een hedendaagse kunst tentoonstelling uit 2000 over het thema kindertijd en adolescentie in Bordeaux, ging daarover. Deze tentoonstelling werd beroemd omdat ze moest sluiten vanwege heftige protesten, sommige werken werden door het publiek als kinderporno betiteld. De samenleving durft haar ogen nog niet echt te openen. Als ik een tentoonstelling zou organiseren met dezelfde titel over Porsche dan zou ik met pek en veren worden afgevoerd. Misschien gebeurt dat ook wel later met de Tesla. Ik vertrouw Elon Musk niet.
Met de lichte Lightyear One, de Nederlandse zonnecelauto die op 25 juni ’s ochtends vroeg om 5:22 uur bij zonsopgang aan een groot publiek werd gepresenteerd, lijkt dat uitgesloten. Met de ‘One’ zijn we echt op weg naar een nieuwe onschuld, in hoe wij onderzoeken hoe wij deel kunnen gaan uitmaken van het hele ecosysteem, op weg naar wetendheid, verschilligheid en levenszin. Ik zie Bernouilli, Descartes en Newton al in een cirkel dansen onder een prachtige zomerzon, als in het schilderij ‘Les Danseuses’ van Henri Matisse.

MATTHIJS VAN DIJK
Matthijs van Dijk is professor Mobility Design aan de TU Delft, professor Strategic Design aan de NTNU in Noorwegen en is directeur van het consultancybureau Reframing Studio in Amsterdam, zusterbedrijf van Gran Studio in Turijn. Hij heeft ondermeer een Rover P6 en een 3500 Vitesse, een Alpine Renault A310 V6 en een Voxan Café Racer.


Print Friendly, PDF & Email




Ton Roks
Na 25 jaar in de autojournalistiek vervulde Ton Roks in november 2012 een lang gekoesterde wens, hij begon een eigen autoblad: Octane, met een hoofdrol voor de klassieke auto – en een gezonde belangstelling voor interessante nieuwe auto’s.




Vorig bericht

‘Je zou denken dat hij een afgetrapt hok kreeg, maar zijn lesauto was het splinternieuwe prototype van de Shelby Cobra!’

Volgend bericht

Mercedes E 220 Coupé (1994)




Uitgelicht

‘Je zou denken dat hij een afgetrapt hok kreeg, maar zijn lesauto was het splinternieuwe prototype van de Shelby Cobra!’

Wie leest er nou nog een boek? Bijna niemand meer, maar als u deze column leest, dan is er nog hoop. Ik mag graag een half...

8 October 2019

Webdevelopment Passionate Bastards