Laatste nieuws

Vriendschap, familie en plezier: meer dan 32 jaar rallyrijden

Reportages / 23 oktober 2021

Een opmerkelijke autoverzameling in een Zwitsers dorpje, met als eigenaar de bijna tachtig jaar oude Manoël Jolly. Hij is een actieve rallyrijder, dagelijks restaureert en verbetert hij zijn Amilcar’s en samen met zijn kleindochter probeert hij nog altijd rally’s te winnen.

Op een oude tekentafel, in een kamertje boven zijn werkplaats, rolt Manoël een grote rol papier uit waarop een set bladveren voor zijn Amilcar CGSs gedetailleerd is getekend. “Als iets niet meer te krijgen is, dan maak ik het zelf, of ik teken het en dan laat ik het maken”, legt hij rustig uit. Beneden hebben we zojuist zijn rode Amilcar CGSs bewonderd die onder handen wordt genomen voor de Gran Premio Nuvolari in Mantova.

Daarnaast staat de blauwe CGSs van zijn zoon Philippe, in de racekleur van Frankrijk. Op de werkbank een motorblok, omringd door de netjes geordende onderdelen; het kleppendeksel, de zuigerbussen en -ringen, bouten en moertjes. In de ruimte ernaast staat een chassis met minimale opbouw. “Dat is een Amilcar bestelauto, die ik samen met mijn kleinzoon Lucien voor hem aan het bouwen ben”. Op de vraag of hij wel eens niets doet, lacht hij bescheiden en bevestigt dat hij eigenlijk altijd wel bezig is met zijn passie: restaureren, repareren, verbeteren en veel en hard rijden met zijn auto’s.

De blauwe CGSs van Philippe en de Amilcar bestelauto in opbouw

 

Toen ik tijdens een vakantie door het mooie dorpje Weesen liep, aan de Zwitserse Walensee, belandde ik in een verlaten straatje achter de hotels aan het meer. Tot mijn verbazing stuitte ik daar op een pand met in de etalage een vijftal klassieke auto’s, een prijzenkast vol bokalen, muren met oude rallyposters en op de voorgrond nog drie oude trapauto’s. Ik herkende een Lotus Europa, een Lotus Seven en een Amilcar (vooral door het logo op de neus), maar had vraagtekens bij een donkerblauwe Lotus racewagen en iets dat op een Formule auto leek Na plaatsing van de etalagefoto’s op Instagram, werd  al snel bevestigd dat het om een Lotus Eleven en een Martini Formule France ging. Zoeken op internet leverde niet veel op, maar na een e-mail aan het lokale Turismusburo werd ik benaderd door Philippe Jolly die mij uitnodigde om de volgende dag te komen kijken. Hij en zijn vader Manoël zouden  mij graag rondleiden.

Bij aankomst werd ik verwelkomd door Manoël Jolly, een bijna tachtigjarige Belg die sinds 1972 in Weesen woont, en zijn zoon Philippe en diens vrouw. Het Vlaams van Manoël is roestig dus we spraken in het Duits over zijn auto’s en zijn leven. Hij wees zijn huis aan, dat vanuit de ‘showroom’ zichtbaar is, hoger op de berg. “We hadden onze auto’s verspreid staan over veel locaties hier in de omgeving en vanuit mijn huis keek ik neer op dit leegstaande pand. Dit gebouw is een oude melkcentrale waar vroeger boeren kwamen om melk, fruit en groente te verhandelen. Toen die functie ophield te bestaan, stond het pand lang leeg en de gemeente had moeite om een huurder te vinden. Toen hebben mijn zoon en ik het gehuurd, voor een zeer schappelijk bedrag. Het loste drie problemen op: de gemeente kreeg een invulling van het pand waardoor het straatje weer wat leven kreeg, ik had een ruimte om zes tot acht van mijn auto’s te plaatsen en mijn zoon kon er zijn kantoor vestigen.”

Amilcar CGSs

De oude, maar zeer vitale Manoël, voormalig tuinarchitect van beroep, leidt me langs de auto’s die er staan. “Dit is een Amilcar CGSs. Het is een Franse auto van voor de oorlog, van een fabrikant die begonnen is als producent van trapauto’s. Mijn vader racete met een Amilcar en van jongs af aan ben ik besmet met het virus. De aanduiding CGSs staat voor Cyclecar Grand Sport Surbaissé en de auto is een doorontwikkeling van de CGS, geproduceerd van 1926 tot 1929. Er zijn nog ongeveer 300 Amilcar’s bekend in de wereld, en wij hebben er vijf. Deze heb ik een paar jaar geleden gekocht van een verzamelaar uit Nederland. We hebben er nog wel veel aan moeten doen om hem in deze staat te krijgen, maar nu is hij helemaal in orde en kan ermee gereden worden. Auto’s hoeven van mij zeker niet in concoursstaat te zijn; wij houden van vieze handen en veel en hard rijden, dus concoursen zijn niet aan ons besteed.”“Ongeveer 32 jaar geleden heb ik mijn eerste Amilcar gekocht en die heb ik al ‘lerende en doende’ gerestaureerd om er meteen rally’s en ‘Bergrennen’ mee te rijden.” Inmiddels is de lijst rally’s oneindig; van de 1000 Millas Sport in Argentinië, de Klausen Rennen, de Gran Premio Nuvolari tot en met de Grand Prix Historique de Cologny. De posters op de muren zijn bewijs van gereden evenementen.

Opvallend is hoe klein zo’n Amilcar eigenlijk is. De navigator zit schuin achter de rijder in wat een erg krap kuipje lijkt te zijn. Het standaard vermogen van de 1.037 cm3 viercilinder is 37 pk, maar door het plaatsen van een compressor van het merk Cozette leveren de auto’s van Manoël en Philippe nu 55 pk en wordt een topsnelheid van ongeveer 120 km/h bereikt. En dat in een auto van 95 jaar oud. Met deze configuratie was het merk in 1927 al in staat de Rally van Monte Carlo te winnen met een equipe die vertrokken was uit het Russische Kaliningrad (toen nog Königsberg). Later in de werkplaats zal blijken dat Manoël dankzij de ervaringen uit de rally’s de auto op nog veel meer onderdelen heeft verbeterd.

Hij wijst naar een grote foto aan de muur die midden tussen alle bokalen hangt. “Dat is mijn vrouw Yvette, waarmee ik, tot aan een fataal ongeluk, alle rally’s heb gereden. Zij was al meer dan 14 jaar en 50.000 kilometer mijn co-piloot toen in 2008 tijdens een rally in de Dolomieten (Le Mitiche Sport a Bassano) een wielrenner hard bergafwaarts kwam en frontaal op onze auto botste. Ik wist de auto nog voor de afgrond te stoppen, maar Yvette werd hard door de fietser geraakt en is ter plaatse overleden. Een groot drama in mijn leven en in dat van mijn kinderen, maar helaas kan je het leven niet naar je hand zetten. Na drie maanden reed ik mijn volgende rally, alleen, zonder navigator, als eerbetoon aan Yvette. Deze ruimte is nu een mooie herinnering aan mijn vrouw.”

Manoël met kleindochter Aurélie, actief in rally’s

Manoël heeft een grote hoeveelheid rally’s gereden; de Mille Miglia zelfs meer dan zeventien keer en met de kleine rode Amilcar, ‘The Spirit of Yvette’, kwam hij meer dan eens in de top 20 over de finish. Op zijn auto staan de logootjes van de rally’s en heuvelklimmen die hij heeft gereden. Na het overlijden van Yvette, is kleindochter Aurélie zijn navigator geworden en toen hij een jaar geleden ongelukkig ten val kwam in zijn werkplaats was een gecompliceerde armbreuk er oorzaak van dat ze nu van plek gewisseld zijn; Aurélie aan het stuur en opa ernaast. De trofeeënkast  is het bewijs van zijn en haar stuurmanskunst. Manoël wijst op de bekers: “De donkergekleurde bekers, vooral die van de Mille Miglia, zijn van echt zilver. Dat kan je zien omdat ik mijn bekers nooit poets, dus de echte zilveren bekers verweren, de glimmende bekers zijn dus zeker niet van zilver.”

De Lotus Seven heeft hij hij gekocht in de Verenigde Staten. Achter elke auto schuilt een motief; hij wilde de auto altijd al graag hebben of een bekende uit zijn grote rally- en verzamelnetwerk bood de auto aan. “Deze is origineel en heeft de Cortina motor met de zijwaartse carburateurs. We hebben alleen de bekleding van de stoelen opnieuw gedaan, die was in erg slechte staat. Het is een erg fijne auto.”

De auto ernaast is de Lotus Eleven, die in de jaren ’50 hoge ogen gooide in de 1100 cm3-klasse. Hij is ontworpen door Colin Chapman met een carrosserie van  Frank Costin, Het verhaal erachter is wederom bijzonder: “Philippe en ik gingen in 1994 naar Rétromobile in Parijs, omdat daar de collectie van Serge Pozzoli werd geveild. Deze bekende Franse verzamelaar had meer dan 300 auto’s in zijn verzameling, maar toen hij in 1992 overleed, moesten er auto’s verkocht worden om aan de belachelijke Franse erfbelastingregels te voldoen. In die collectie bevond zich een prachtige blauwe Amilcar racer die wij graag wilden kopen. Doordat we te laat op de veiling aankwamen zijn we die auto misgelopen. Later kregen we een aanbod om de Lotus Eleven uit de verzameling te kopen. De auto in het boek van Serge had echter open wielkasten voor en bij het ons aangeboden exemplaar waren ze dicht.”

Hij opent de motorkap en wijst op de lasnaden: “Kijk, daar zie je de lasnaden op de rondingen van de oorspronkelijke wielkasten. En ook het motornummer van de Coventry Climax FWA 1.100 cm3 klopt helemaal. Een prachtige auto om erbij te hebben, ook al vind ik hem alleen geschikt voor korte heuvelklims want lange afstanden zijn met deze hoogtoerige motor geen pretje.”

De Lotus Europa, in Gold Leaf kleuren, met Renault Gordini motor, is in perfecte staat. Het is een superlage auto die bij mij ongeveer tot aan mijn knie komt. Volgens Manoël was het ontwerp met de hoge achterkant heel bijzonder in zijn tijd en daardoor was de auto zeker niet bij iedereen geliefd. Nog interessanter is de Martini Mk 17 Formule France (Formule Renault) auto, ook met Renault Gordini aandrijving. “Dit is eenzelfde auto als die waarmee Alain Prost in 1976 een overwinning behaalde. De auto werd mij aangeboden door de ACO, de Automobile Club de l’Ouest, uit Le Mans.”

Op naar zijn werkplaats verderop in het dorp. Onderweg vertelt hij dat ze ook nog een Engelse Mini Cooper en een Renault Alpine A110 in hebben. En, oh ja, ook nog twee Amilcar’s die in Frankrijk gerestaureerd worden. “De Alpine is een originele auto, in licentie gebouwd door het Spaanse Fabricacion de Automoviles S.A. (FASA). Het  is een gewilde uitvoering met de kenmerkende vier ronde koplampen.”

De werkplaats van de familie Jolly is een goed geordend paradijs voor sleutelaars. Overal wanden met gereedschappen, laden vol met alle soorten boutjes, moertjes en ringetjes, slimme hangbanen en hijswerktuigen voor het verplaatsen van motoren en onderdelen en een centraal geplaatste brug waarop de rode Amilcar staat. “Het racen en rallyrijden heeft me veel over de mogelijkheden van deze auto geleerd. De basistechniek is erg eenvoudig maar er zijn veel punten die nog verbeterd kunnen worden. In deze werkplaats leer ik het vak nu aan Philippe en aan mijn kleinzoon Lucien want op mijn leeftijd moet je ervoor zorgen dat je kennis overdraagt op een volgende generatie, omdat vakmanschap nodig is om auto’s als deze te restaureren en onderhouden. Deze auto is al 95 jaar oud en alles werkt nog!”

Hij laat alle details van de aanpassingen zien. De Cozette compressor , maar ook de zelf berekende cilinderbussen die hij in het motorblok heeft geplaatst. “Het oorspronkelijk motorontwerp heeft een paar zwakheden, zoals de kleine onderlinge afstand tussen de cilinders. Maar ook de koppeling kon beter en ik heb kogellagers gemonteerd en een special nokkenas laten ontwerpen. Een waterpomp lost het probleem dat het oude koelsysteem had op; dat vertrouwde op de ‘ natuurlijke’ stroming door de temperatuurverschillen in de vloeistof en werkte in de bergen niet altijd even goed.” Veel van zijn aanpassingen zijn het beroemde ‘geheim van de chef’, daarom wil Manoël liever niet dat er foto’s van die onderdelen worden gemaakt.

Mijn ontmoeting met Manoël had twee weken voor de Gran Premio Nuvolari plaats, dus de druk was groot om beide Amilcar’s geprepareerd te krijgen. “Mijn auto is bijna klaar, maar dan moeten we nog aan die van Philippe beginnen. Maar dat zal zeker weer lukken.” Bij het afscheid vertelt Manoël nog hoe de autosport en zijn verzameling hem in contact hebben gebracht met leuke mensen over de hele wereld: “Autosport brengt je in contact met gelijkgestemden en dat zijn mensen die net als ik houden van de techniek en van het rijden. Zonder ‘poeha’ maar met liefde voor de auto. En dat ik dit allemaal met mijn familie kan delen en dat we er samen heel veel plezier mee hebben, dat is het allerbelangrijkste. Het is een droom om met mijn kleindochter tegen mijn zoon te racen en om met mijn kleinzoon een auto te bouwen. Dat houdt me jong.”

Hij wijst naar zijn huis tegen de berg en zegt: “En ook de vijftig treden die ik naar mijn huis op moet houden me in conditie.”

Tekst & Foto’s: Frank Goedhart

 


Tags: , , , , , , ,



Frank Goedhart
Frank's interesse in klassieke auto's en autosport komt ruimschoots aan bod: samen met lezers zorgt hij voor nieuws op Instagram, Facebook, LinkedIn en de website van Octane.




Vorig bericht

Keveritis!

Volgend bericht

Bugatti Type 35, Ettore's meesterwerk





Bezoekers lazen ook


Meer historie

Keveritis!

Al sinds zijn jeugd spoken Kevers door het hoofd van Steije Tadema. Na een eerste miskoop lang geleden, lijkt hij nu met zijn...

22 October 2021