De Beta is voor Lancia in de jaren ’70 een belangrijke auto gebleken en de belangstelling voor de modelserie, met maar liefst vijf carrosserievarianten, is nog steeds groot. De spider die Jan-Peter van der Moer al 35 jaar in bezit heeft, is beter dan best.

Tekst Frank Goedhart // Foto’s Koen Kuypers

Of de Beta werkelijk Lancia van de ondergang gered heeft zal op termijn nog moeten blijken, want samen met Alfa Romeo, DS en Maserati balanceert het merk anno 2026 nog steeds op dezelfde rand van de afgrond als toen, in 1969. Dat was het jaar dat Fiat had voorkomen dat het Amerikaanse Ford controle over het erfgoed van Vincenzo Lancia zou krijgen, door 100% van de aandelen te verwerven.

Met een gedemotiveerd team, maar onder de inspirerende leiding van de van Fiat afkomstige Sergio Camuffo, werd er begin 1970 begonnen aan het ontwerp van een nieuwe modelserie, de Beta. In een recordtijd van iets meer dan twee jaar stond de Beta Berlina, het eerste eindresultaat van dat project, op de beurs van Turijn. In tegenstelling tot wat het uiterlijk doet vermoeden was dit niet een hatchback, maar een sedan met een kleine achterklep. De V4- en boxermotoren uit vorige modellen waren vervangen door viercilinders met dubbele nokkenassen, ontworpen door Aurelio Lampredi. Het interieur van de auto was stijlvol en modern en de reacties van het publiek en de pers waren dan ook positief. Hoewel er veel onderdelen van het nieuwe moederbedrijf Fiat waren toegepast was er toch sprake van een echte nieuwe Lancia.

Piero Castagnero, de ontwerper die eerder ook de Fulvia coupé had getekend, kreeg de taak om een coupe-versie van de Beta te bedenken en, op een 20 cm kortere wielbasis, stond zijn creatie in juni van 1973 in Frankfurt op de beurs. De coupé zou het merendeel van de Beta-verkopen voor zijn rekening gaan nemen.

De HPE (High Performance Estate) werd als shooting brake in 1975 in Geneve geïntroduceerd, een jaar nadat Pininfarina al een 2+2 targa spider versie van de Beta had getoond. Beide varianten gingen in productie, maar waar de HPE door Lancia zelf gefabriceerd werd, had men de productie van de spider grotendeels overgelaten aan Carrozzeria Zagato, dat productiecapaciteit te over had. Alsof de complexe Beta modelserie nog niet genoeg varianten kende, voegde Lancia ook nog de Trevi toe, een conservatieve 3-box sedan en kreeg in eerste instantie ook de Montecarlo de Beta modelnaam mee, hoewel die auto weinig met de rest van de serie gemeen had.

Terugkijkend kan de Beta ook gezien worden als een kantelpunt op het gebied van de kwaliteit van Lancia. Hoewel er nooit veel geld verdiend werd met de, bijna Duitse kwaliteit van voorgangers als de Fulvia, Flavia en oudere modellen, waren het gebruikte staal, het lakproces en de kostenbesparende ontwerpen vanuit Fiat de oorzaken van het dubieuze kwaliteitsimago van de Beta. De auto was niet alleen minder geraffineerd dan zijn voorgangers, maar met roest als belangrijkste vijand bereikte de verkoop nooit de gedroomde aantallen van de oorspronkelijke ‘business case’. De Beta serie heeft Lancia tien jaar gediend en inderdaad voor tijdelijke overleving gezorgd, een taak waarvan de opvolgers, de Prisma en Thema, zich nog iets beter zouden kwijten.

‘De term eindresultaat is niet valide, want hij heeft alweer een paar wensen op een lijstje staan om de auto nog meer naar zijn zin te krijgen’

De spider van Zagato
Het ontwerp van de spider werd gehinderd door een (te) beperkt budget, waardoor Pininfarina zich moest inhouden en uiteindelijk genoegen nam met een gewijzigde achterzijde en een dakconstructie met targabeugel, uitneembaar dakpaneel en een stoffen kap met achterruit. De productie van de spider was niet heel efficiënt opgezet, want min of meer kale coupés werden door Lancia bij Zagato afgeleverd, alwaar het dak werd verwijderd, verstevigingen en de targa-beugel werden aangebracht, alvorens de auto via nog een paar stappen af te monteren bij Lancia zelf. In totaal zijn er bijna 10.000 spiders op de weg gekomen.
Nadat bij de eerste serie spiders bleek dat de torsiestijfheid te wensen over liet, kwamen er in de tweede serie verstevigingsbalken tussen de A-stijlen en de targabeugel. Deze serie kenmerkte zich ook door een modernere grille met losse dubbele koplampunits en in het zwart kenmerkende chromen sierstrippen onder het driekantige Lancia-logo in het centrum van de grille.

35 jaar trouw
Als Jan-Peter van der Moer met zijn helderrode Beta spider 2000 uit 1980 aan komt rijden is meteen duidelijk wat hij bedoelde met ‘ik ben wel een Pietje Precies’. De spider is glimmend gepoetst en ziet eruit alsof hij net nieuw uit de Lancia fabriek is komen rijden. Misschien nog wel beter dan dat. Er is dan ook wel het een en ander voorafgegaan aan dit eindresultaat. En ook de term eindresultaat is niet valide, want hij heeft alweer een paar wensen op een lijstje staan om de auto nog meer naar zijn zin te krijgen, zoals elektronische stuurbekrachtiging.

Frank Goedhart (l) en Jan-Peter van der Moer (r): ‘Lifelong friends’ én beide Lancia-liefhebbers

Het is een spider uit de tweede serie met de dubbele, losse koplampen en de markante rechtopstaande spiegels. De dikke zwarte rubberen spoiler, ooit door de vorige eigenaar op de achterklep gemonteerd, is bij de restauratie verwijderd, waarmee het weer een ranke en stijlvolle verschijning is geworden. De kenmerkende lichtmetalen wielen zijn ontworpen door Castagnero, die zich daarbij liet inspireren door de spaakwielen van de Bugatti 35. Ze staan goed op deze rode spider.

‘ Toen ik de spider had gekocht kwam ik in contact met de Beta-specialist van de club, René de Graaf, die het onderhoud voor mij ging doen ‘

Beginnend bij het begin vertelt Jan-Peter zijn verleden met de auto: “De spider is sinds begin 1992 in mijn bezit, dus bijna 35 jaar. Mijn eerste confrontatie met een Beta spider was toen ik met jou op vakantie was en we in Annecy voor het eerst die auto tegenkwamen. Thuis ben ik me gaan verdiepen en wist ik dat er ooit een moest komen. Mijn eerste auto was echter een gele Kever. Die werd opgevolgd door een Lancia Prisma die ik kocht bij een dubieus bedrijf in Woerden dat ‘Lansia’ schreef op de factuur en een maand daarna niet meer bestond. Naast de spider heb ik nog een Delta Integrale EVO2 en een Thesis gehad, die ik beide voor woon-werk verkeer heb gebruikt. Toen ik de spider had gekocht kwam ik, na aanbeveling, in contact met de Beta-specialist van de Lancia Club, René de Graaf uit Waspik, die het onderhoud voor mij ging doen.

Mijn eerste ervaringen met de auto waren positief en na een roadtrip door Engeland was ook mijn vrouw verliefd op de Lancia en dat is natuurlijk fijn, gedeelde vreugd. En gedeelde smart, want tijdens die rit kregen we vanaf een passerende vrachtwagen een baksteen door de voorruit en moesten we plaatselijk op zoek naar een nieuw exemplaar.”

‘…maar tijdens het proces ging het van kwaad tot erger ‘

Toen het leven drukker werd met kinderen en werk, belandde de spider bij René in een schuur, in gezelschap van HPE’s en ander moois, en was het opeens zes jaar later dat Jan-Peter en René besloten de auto op een aantal punten te gaan aanpakken. Carrosserie, remmen en elektronica behoefden wat aandacht. Het doel was om op het moment dat de kinderen ‘de deur uit waren’ de Lancia klaar zou zijn voor mooie vakanties naar het zuiden.

Jan-Peter: “Achteraf is het natuurlijk wat naïef geweest dat ik dacht dat als we wat slechte punten zouden aanpakken het allemaal wel mee zou vallen, maar tijdens het proces ging het van kwaad tot erger. Dat heeft geresulteerd in een complete restauratie die in totaal 12 jaar in beslag genomen heeft. Twee jaar geleden was hij ‘af’, en zijn we er met z’n tweeën mee naar Toscane gereden en heeft de auto met 5000 kilometers in totaal een goede ‘shake-down’ gekregen. Daar kwamen nog wel een paar dingen uit naar voren.”

Niet alleen Jan-Peter bleek een perfectionist te zijn, maar ook René de Graaf wilde alles gewoon beter dan goed doen en de zwakke punten van het originele ontwerp verbeteren. De carrosserie is kaal geweest en overgespoten met meer laklagen dan Lancia ooit bij de productie gebruikt heeft. Remleidingen (dubbel uitgevoerd) werden compleet nieuw gemaakt, het skai van de bekleding is vervangen door echt leer, de motor heeft een volledige revisie ondergaan en alles ziet eruit als nieuw. Ook dingen die niemand ziet maar die wel beter konden zijn aangepakt, zoals een extra setje zekeringen bij de koplampen om een bekend euvel, doorbranden van zwakke zekeringen, te voorkomen. Het zoeken naar, en wachten op, onderdelen heeft veel tijd gekost, met als grootste uitdaging het vinden van een nieuwe voorruit, die uiteindelijk via Engeland en Italië in Waspik is aangekomen.

‘ Het is ook een feit dat als je twee perfectionisten hun gang laat gaan, dat de snelheid van het proces niet ten goede komt ‘

Over het proces zegt Jan-Peter: “Natuurlijk heeft het allemaal veel te lang geduurd en wil je niet weten hoeveel geld ik in deze auto gestopt heb, maar het is allemaal de moeite waard geweest. Het is ook een feit dat als je twee perfectionisten hun gang laat gaan, dat de snelheid van het proces niet ten goede komt. Als René zei dat hij het ook nog net iets beter kon doen, gaf ik hem graag opdracht om dat dan ook maar te doen. En dat kost tijd. Dit is een auto die ik al van voor mijn huwelijk heb en waar we nu enorm van genieten. Dit jaar zijn we ermee naar het Lago di Como gereden en hoewel je met mijn lengte na twee uur rijden gebroken uitstapt, zou ik het voor geen goud willen missen. Ook de reacties onderweg en in het land van herkomst zijn erg leuk.”

Het onderhoud en het afwerken van de wensenlijst is nu in handen van Dick Haag uit Mookhoek, wederom een Lancia-tovenaar (en perfectionist). Jan-Peter: “Na onze eerste grote rit vorig jaar bleken er toch nog wat olie- en koelvloeistoflekkages te zijn ontstaan. Dick is zo iemand die niet opgeeft totdat hij het gevonden en opgelost heeft en dan meldt hij terloops dat hij nog een beter klemmetje heeft gemonteerd; beter dan misschien nodig, maar daar hou ik van. De afstelling van de carburateur zou voor veel mensen al goed geweest zijn, maar na mijn vraag aan Dick of hij het nog iets fijner kon afstellen, rijdt de Lancia echt zoveel beter.”

Hoewel René vindt dat Lancia de Beta heeft ‘overengineered’, is het toch raadzaam om er met enige zorg mee om te gaan. De 2-liter Lampredi-motor is wat lawaaierig en moet goed warmgedraaid worden voordat je veel gas gaat geven. Jan-Peter houdt hem graag onder de 4000 toeren: “Met open dak en de stoffen kap neergeklapt heb je veel snelheidsbeleving, ook als je nog maar 80 km/h rijdt.”

Hij heeft de spider onlangs laten taxeren op de herbouwwaarde, waarmee in ieder geval zijn investeringen beschermd zijn, hoewel dat niet het belangrijkste is. Hij glimlacht als hij zegt: “Ik ben zo blij dat de Lancia nu in deze prachtige staat klaar is voor gebruik en genieten. Natuurlijk blijf ik er mee bezig om dingetjes aan te passen en nog beter te maken, maar dat is een groot onderdeel van het plezier. Dankzij mannen als René en Dick, die dezelfde intentie hebben, namelijk ‘als het beter kan, het ook beter doen’, blijft de spider een vast lid van de familie.”