De beroemde broers uit Bologna bouwden het liefst pure racewagens, maar samen met Fissore hebben ze ook een prachtige coupé het licht laten zien.

Tekst Frank Goedhart // Fotografie Luuk van Kaathoven

DEZE COMPACTE en bijzonder gelijnde coupé uit 1963 is een zeldzaamheid en een schoonheid, met zijn diepzwarte lak, vele verchroomde details, rode interieur en stijlvolle Borrani spaakwielen. Oorspronkelijk was de auto lichtblauw met een zwart interieur. Die combinatie is door vorige eigenaren ingeruild voor dit zwart met rood, een ingreep die een beroemd precedent kent. Ralph Lauren heeft zijn, nog veel zeldzamere, Bugatti 57 SC Atlantic ooit zwart laten spuiten met het simpele argument ‘het is mijn auto en ik vind zwart mooier’. Hier is uiteindelijk hetzelfde het geval: historie is belangrijk, maar de voorkeur van de eigenaar is dat ook – bovendien staat het zwart de OSCA opvallend goed. In totaal zijn er 24 exemplaren van de 1600 GT Fissore gebouwd, te weten drie spiders en 21 stuks die zoals dit exemplaar als coupé zijn uitgevoerd. Daarnaast heeft Zagato de eer gekregen om een sportievere coupévariant op hetzelfde chassis te creëren, daarvan heeft het in totaal 98 stuks afgeleverd. Er zijn ook nog drie coupés door Boneschi gemaakt, twee door Touring en een enkele berlinetta door Morelli.

‘Het is een auto waaraan minstens vier grote Italiaanse namen kleven, die van OSCA, Maserati, Fissore en Fiat’

Deze 1600 GT met chassisnummer 00106 is een auto waaraan minstens vier grote Italiaanse namen kleven, namelijk die van OSCA, Maserati, Fissore en Fiat. Dat maakt hem fascinerend. Fissore heeft deze 1600 GT mogen creëren in de vroege jaren ’60, de tijd waarin koetswerkbouwers nog volop hun gang mochten gaan en op een technische basis van een gekende autofabrikant met veel vrijheid en creativiteit de mooiste coupés en GT’s hebben gebouwd.


De naam Fissore is wellicht niet zo rijkelijk met roem besprenkeld als die van Pininfarina, Bertone of Zagato, maar juist daarin schuilt een deel van de charme. Fissore was een bedrijf dat bekend stond om zijn vakmensen die in korte tijd iets bijzonders konden ontwerpen en bouwen. Carrozzeria Fissore werd in 1919 opgericht in Savigliano in Cuneo, ten zuiden van Turijn, door de broers Antonio, Bernardo, Giovanni en Costanzo Fissore. Het bedrijf was begonnen met paardenkoetsen en is via autoreparaties, de bouw van bedrijfswagens en speciale carrosserieën uitgegroeid tot een veelzijdige Italiaanse koetswerkbouwer.
Na de oorlogsjaren, waarin het bedrijf was ingezet voor het produceren van gevechtsmaterieel, kwamen de broers als eersten met een functioneel ontwerp van wat we nu kennen als de stationwagen. Een creatie van Fissore op basis van een Fiat 1100 stond in september 1948 op de eerste naoorlogse autoshow in Turijn. Het succes daarvan bracht een verdere groei in de jaren ’50 met zich mee en de omzet is gestaag blijven stijgen dankzij de rol van het bedrijf in een nieuw ontstaan marktsegment, dat van de productie van speciale en vaak spectaculaire reclameauto’s.


Met inmiddels honderden mensen in dienst heeft Fissore naam gemaakt met onder meer specials op basis van Fiats, zoals stationwagens, coupés, taxi’s en ambulances, en met kleine series voor merken als DKW, TVR, OSCA, De Tomaso en later Monteverdi. Nadat een in 1969 gesloten contract met het Zwitserse Monteverdi een gezonde toekomst voor Fissore had moeten bezegelen, bleek alleen de productie van de Safari terreinwagen in 1976 nog enigszins lucratief. Maar niet voldoende om te voorkomen dat zowel Monteverdi als Fissore in 1984 de deuren voorgoed moesten sluiten. Zonder verder in de interessante en uitgebreide geschiedenis te duiken, bevat de ontwerpportfolio van Fissore ook auto’s als de TVR Trident, De Tomaso Vallelunga, een concept voor de Alpine A310 én een bijzondere Alfa Romeo 75 Sportwagon.

Van de gebroeders Maserati – Carlo, Bindo, Alfieri, Mario, Ettore en Ernesto – was Carlo in 1911 overleden en Alfieri had in 1914 zijn eigen bedrijf gestart in Bologna. Zijn broers Ettore en Ernesto assisteerden hem. Tot 1926 voerden de drie broers reparaties uit aan auto’s, die ze waar nodig ook aanpasten. Daarna maakten ze onder de merknaam Maserati eigen creaties. In die beginperiode waren er geen twee auto’s hetzelfde. Deze uit zijn krachten gegroeide hobby had negatieve effecten op de winstgevendheid. Maar Signor Adolfo Orsi, een vermogende Modenese industrieel, erkende het potentieel van de gebroeders en kocht Maserati in 1937, met de verplichting dat de broers nog tien jaar voor hem zouden werken. In 1947 waren ze eindelijk vrij en Bindo, Ettore en Ernesto richtten meteen het ‘Officine Specializzate Costruzioni Automobili’ op, oftewel ‘OSCA Fratelli Maserati Bologna’.


Met OSCA keerden de broers terug naar hun eigenlijke liefde: de bouw van lichte, kleine, technisch verfijnde raceauto’s. De meeste OSCA’s waren dan ook geen mondaine GT’s voor landwegen en boulevards, maar pure competitieauto’s. OSCA’s zoals de eerste MT4 en de latere Tipo G en Tipo S zijn in diverse raceklassen ingezet en in 1958 won een ‘S’ met Alejandro de Tomaso en Colin Davis aan het stuur zijn klasse in de 24 Uren van Le Mans. In het gehele bestaan van OSCA, van 1947 tot 1967, hebben de broers niet meer dan een paar honderd auto’s gebouwd. Niet verrassend dat deze vandaag de dag zeldzaam en wereldwijd heel gewild zijn bij verzamelaars.

‘Het is geen Ferrari, geen Maserati en geen Alfa Romeo, hij heeft een geheel eigen persoonlijkheid’

De samenwerking met Fiat in de jaren ’50 was een winwin situatie voor beide bedrijven. Fiat wilde een hoogwaardige sportieve motor voor zijn topmodellen en ontwikkelde een 1,6-liter viercilinder met twee bovenliggende nokkenassen. De gebroeders Maserati maakten echter alleen gebruik van het onderblok en prefereerden een aluminium twin-cam kop uit eigen koker. Ook voor andere motoronderdelen maakten ze eigen keuzes. Hoe dan ook, door de samenwerking met Fiat vermeden ze hoge investeringen voor de bouw van eigen motoren. Als uitvloeisel van die samenwerking is de OSCA 1600 GT ontstaan die begin jaren ’60 werd voorgesteld aan het publiek met een carrosserie van Boneschi.

De gebroeders Maserati vervingen het oorspronkelijke ontwerp door koetswerken van Zagato en Fissore. Waar de Zagato met een lichte koets en de kenmerkende double bubble sportiever en duurder was, was de Fissore bedoeld als ‘comfortabel met een sportief karakter’.


De OSCA 1600 GT Fissore die op deze pagina’s de hoofdrol heeft is een plaatje en bovendien een heel bijzonder exemplaar. De auto is gebouwd op een stalen buizenchassis, voor competitiedoeleinden ontwikkeld door Gilco, de chassisspecialist die ook voor Ferrari werkte. De OSCA viercilinder met twee bovenliggende nokkenassen is ook geïnspireerd op een racemotor, waarvan bijvoorbeeld de vijfvoudig gelagerde krukas een bewijs is. Dit specifieke exemplaar is uitgerust met onafhankelijke voor- en achterwielophanging, wat maar bij drie chassisnummers het geval was – de andere hadden een starre achteras.

De motor is vanzelfsprekend het hart van de auto en de naam OSCA prijkt trots in kapitale letters op een kleppendeksel. De viercilinder heeft een slagvolume van 1568 cm3, de boring meet 80 millimeter en de slag 78. Die overvierkante bouw draagt bij aan het levendige, soepele en bereidwillige gedrag van de dubbelnokker. Het gietijzeren onderblok is van Fiat, maar OSCA koos voor eigen gesmede zuigers, eigen nokkenasprofielen en een hogere compressie plus een zorgvuldige eigen assemblage. Afhankelijk van uitvoering en carburatie varieerde het vermogen van de viercilinder van ongeveer 95 pk met één Weber tot 105 pk en hoger met twee carburateurs; competitieversies haalden volgens opgave ongeveer 140 pk. Bij deze Fissore is er een vermoeden dat het vermogen tussen de 120 en 140 pk ligt, mogelijk kan een test op een rollenbank in de toekomst zekerheid geven.

De aandrijving verloopt via een handgeschakelde vierbak naar uiteraard de achterwielen. Rondom zijn schijfremmen gemonteerd, onbekrachtigd, waardoor je als bestuurder zelf al het werk doet en direct voelt hoe de vertraging heel precies te doseren. De wielen zijn al even bijzonder: fraaie 14-inch spaakwielen van Ruote Borrani met rubber van Michelin in de maat 175-HR14. De Borrani’s vervangen de standaard lichtmetalen vijfspaaks wielen van Amadori, de gieterij naast OSCA die later Campagnolo Ruote zou gaan heten. Het interieur met het stuur van Nardi en in het bijzonder het instrumentenpaneel maakt het plaatje compleet: een toerenteller die tot 8000 reikt, een snelheidsmeter die bereid is 260 km/h aan te geven en vier kleinere klokken voor oliedruk, olie- en watertemperatuur en de tankinhoud, allemaal afkomstig van Jaeger.


De huidige eigenaar bezit de auto sinds 2018 en kijkt terug op een complete – en kostbare – restauratie. Enkele maanden na de aankoop was er motorschade doordat de cilinderkop niet goed gemonteerd bleek te zijn. Bovendien was later een vijfbak van een Alfa Romeo gemonteerd, een doorn in het oog voor iemand die technische originaliteit hoog in het vaandel heeft staan. Omdat ook het interieur voor die bak was aangepast, is niet voor alleen een snelle vervanging gekozen maar voor een grondige restauratie. Italauto in Achterveld is aan de slag gegaan om de OSCA helemaal op punt te zetten. De originele versnellingsbak, met vier versnellingen, is gevonden op een Italiaanse website, en vervolgens besteld, gereviseerd en gemonteerd. De motor is in 2020 volledig opnieuw opgebouwd, met aandacht voor alle speciale onderdelen en veel maatwerk.
Dat laatste is uiteraard een onontkoombare realiteit bij het werken aan een OSCA, onderdelen liggen nergens op de plank en moeten vaak opnieuw gemaakt worden. De gebroeders Maserati maakten veel zelf, en zestig jaar later betekent dat dat een specialist vooral moet kunnen denken, meten, reconstrueren en maken. In het midden van het originele stuur prijkt een prachtig embleem met ‘Fratelli Maserati Bologna O.S.C.A.’ erop, door een specialist in de Verenigde Staten met de hand geschilderd omdat het nergens meer te vinden was. De uitlaat is door Italauto opnieuw vervaardigd aan de hand van originele tekeningen – en de Fissore klinkt geweldig.

‘Hij wil toeren maken en bovenin leeft hij op, maar hij hoeft niet voortdurend opgejaagd te worden om rijplezier te geven’

Bij het omdraaien van de contactsleutel – het contactslot is ondergebracht in de middenconsole – komt de 1600 met een diepe brom tot leven. Het geluid komt van twee kanten: van voren, waar de twee Weber carburateurs diep inademen, en van achteren, waar de uitlaat de sound completeert. Het is geen grote motor, maar hij klinkt groter dan zijn inhoud doet vermoeden. De kilometerteller geeft aan dat er nog maar iets meer dan 23.000 kilometer met de Fissore is gereden.


De uitdaging om met een twee meter lang lijf in deze auto te rijden is niet gering; vooral het instappen vraagt inschikkelijkheid. Het past allemaal net, of eigenlijk net niet. Maar zodra voet, koppeling en gaspedaal elkaar hebben gevonden, blijkt de OSCA verrassend gemakkelijk te rijden. De met skai beklede stoelen zitten in ieder geval heel comfortabel en er is voldoende hoofdruimte.
De koppeling grijpt gretig en precies aan, de motor heeft onderin meer trekkracht dan verwacht en de vierbak laat zich heel precies bedienen. Het remmen lukt ondanks mijn lengte ook en ze laten zich zelfs prima doseren. Het meest verrassende is het karakter van de 1,6-liter twin-cam. Ik verwachtte een nerveuze, hoogtoerige kleine Italiaan met een dito weggedrag, maar de Fissore voelt eerder als een echte gran turismo. De motor heeft genoeg koppel om veel in de derde versnelling te kunnen doen en hij pakt mooi soepel op, met een gestage duw in de rug. Natuurlijk wil hij toeren maken en bovenin leeft hij op, maar hij hoeft niet voortdurend opgejaagd te worden om rijplezier te geven.
Vooral op secundaire wegen komt hij goed tot zijn recht. Rotondes, korte bochten en vloeiende provinciale wegen zijn een ideale habitat. Hij voelt verrassend volwassen aan: solide, precies sturend, niet keihard geveerd en gedempt, en de besturing is fijn direct. De eigenaar bevestigt dat lange afstanden op de snelweg niet heel fijn zijn met de OSCA, want bij 120 km/h draait de motor 4000 toeren, zoals met veel auto’s uit die tijd het geval is, en dan wordt de rit al snel saai en vermoeiend.
Afhankelijk van de uitvoering zou de coupé een top van rond de 190 tot 205 km/h kunnen bereiken, maar dat is nog niet getest en ik ben zeker niet degene die dat vandaag gaat doen. Met enige opluchting en verkrampte benen, maar toch ook met spijt vanwege het enorme rijplezier, stap ik na een half uur uit. Wat een unieke, pure en stijlvolle auto is deze OSCA!


Ook qua uiterlijk blijft hij intrigerend. Zijn onbekendheid leidt er bij veel mensen toe dat ze denken met een Lancia van doen te hebben, wat gezien de ingetogen elegantie en de uitgewogen proporties niet vreemd is. De koplampen doen denken aan die van een Lamborghini 400 GT en de achterlichten lijken uit de hoek van Fiat te komen. De bagageruimte is opvallend bruikbaar, opent van binnenuit en herbergt een reservewiel, een Borrani uiteraard.

De OSCA 1600 GT kwam te laat om het bedrijf van de broers te redden. De productie startte pas goed in 1962 en de beoogde 500 stuks zijn bij lange na niet gehaald. Homologatieproblemen en beperkte middelen brachten extra kosten met zich mee en vertraging van de planning. In 1963 verkochten de gebroeders Maserati hun bedrijf aan helikopterfabrikant MV Agusta. Ze zijn nog enige tijd betrokken gebleven vanwege hun technische kennis, maar OSCA was voor de nieuwe eigenaar geen prioriteit. Ook een nieuw, op verzoek gemaakt ontwerp van een coupé door Fissore heeft het niet verder gebracht dan een 1:10 schaaltekening. De 1600 GT verdween uit beeld en ook een MV Coupé en Spider hebben niet kunnen voorkomen dat het bedrijf in 1966 werd gesloten.
Daarom is deze Fissore meer dan een zeldzame coupé. Hij is een reflectie van een tijdperk waarin kleine Italiaanse ateliers, race-ingenieurs en ondernemende families samen auto’s maakten, auto’s waar geen marktonderzoek aan te pas kwam maar enkel en alleen de behoefte om iets moois te creëren en het vertrouwen dat voor iets fraais en unieks altijd kopers te vinden zijn. De 1600 GT is de laatste echte productieauto die door de gebroeders Maserati is ontwikkeld en gebouwd, een geslaagde samensmelting van autosportgenen en een stijlvol ontwerp voor op de weg. De Fissore is weliswaar klein, maar het verhaal achter hem is groot. Ik ben hem op het spoor gekomen toen de eigenaar zich in oktober vorig jaar bij Montagna d’Oro in Oosterwolde meldde om aan te sluiten bij de Octane Rumble. Het was toen meteen een onofficiële maar onbetwiste ‘Best of Show’.

Er zijn nog plannen met de auto. Hij lijkt weliswaar helemaal ‘af’ te zijn, maar de eigenaar ziet nog ruimte voor aanpassing en verbetering. De aluminium dorpels zouden mooier zijn met het logo van Fissore erop en er zijn ook foto’s van exemplaren waarbij datzelfde logo ook op de flanken achter de voorwielen is te zien. Nu is de naam Fissore nergens op de buitenkant te vinden. Wat de motor betreft adviseert Italauto om de huidige combinatie van luchtfilters en valstroomcarburateurs aan te houden, omdat de ademhaling daarmee optimaal is. Ook de inlaatspruitstukken zouden een indicatie zijn dat de huidige set-up de originele is. Eén ding staat niet ter discussie, en dat is dat deze zeldzame OSCA 1600 GT Fissore in de familie blijft.
Als de OSCA met zijn eigenaar weer richting het noorden van ons land vertrekt, valt opnieuw op wat een stijlvolle en aantrekkelijke auto het is. Het is ook een vergeten hoofdstuk uit de Italiaanse autogeschiedenis. Het is geen Ferrari, geen Maserati en geen Alfa Romeo, hij heeft een geheel eigen persoonlijkheid. Het is een auto voor kenners, gebouwd door mannen die niets meer hoefden te bewijzen en als slotakkoord nog één keer hebben laten zien wat ze konden.

Bestel Octane Magazine 084 in onze webwinkel