Hij was zwaar gehandicapt, had slechts één hand, en is geruime tijd een van de snelste coureurs in Groot-Brittannië geweest. Zijn wagenbeheersing was fantastisch, hij kon driften als de beste, en werd alom bewonderd. Ik heb het over Archie Scott Brown, ik moest aan hem denken toen ik op het web warempel op een Lister Jaguar stuitte, bij Dick Bloemendaal Classics, waar hij op een nieuwe eigenaar wacht.

‘ Zijn licentie werd onmiddellijk ingetrokken, wat een hartbrekende dreun moet zijn geweest ’
Archie, geboren in 1927 uit Schotse ouders, was zwaar gehandicapt, een gevolg van het feit dat zijn moeder tijdens de zwangerschap rodehond had opgelopen. Hij had extreem korte benen, met voeten die niet de juiste richting op wezen, en zijn rechterarm reikte niet verder dan zijn elleboog, met daaraan een handpalm en slechts één vinger – een duim. Hij heeft extreem veel operaties moeten ondergaan aan zijn benen om goed te kunnen lopen. Archie was als rechtshandige geboren, maar bij gebrek aan een rechterhand heeft hij zichzelf volledig weten om te programmeren naar linkshandig.
Hij was een moedig en wilskrachtig mens, vastbesloten om zo veel mogelijk uit het leven te halen en te bewijzen dat hij niet gehandicapt was, maar ‘slechts’ misvormd. Hij speelde tennis en golf, kon goed biljarten en ging een partijtje voetbal niet uit de weg. Dansen kon hij ook als de beste. Toen Archie zeven jaar oud was crashte hij met zijn trapauto tegen een hek en zijn vader heeft die toen van hem afgenomen om hem terug te geven met een 125cc motortje en een drietraps versnellingsbak. Daarmee kon de jonge Scott Brown zich vermaken en is het zaadje voor zijn latere passie gezaaid. De eerste beginselen van het autorijden zijn hem door zijn vader op Brooklands in een Lagonda V12 bijgebracht en daarna heeft hij zonder enig probleem zijn rijbewijs gehaald.

Uiteraard wilde hij de autosport in en in 1951 reed hij zijn eerste race, met zijn eigen MG Roadster. Toen hij twee races op Snetterton had gewonnen, merkte iemand op dat hij geen rechterhand had en vond het – ondanks Archie’s capaciteiten – nodig om dat aan de stewards te melden. Zijn licentie werd onmiddellijk ingetrokken, wat een hartbrekende dreun voor hem moet zijn geweest. Hij is echter in beroep gegaan en mede dankzij vrienden van een aanzienlijk hoger niveau – onder wie Earl Howe, voorzitter van de British Racing Drivers’ Club – heeft de Royal Automobile Club hem zijn licentie teruggegeven.
Tot zijn vrienden behoorde ook de constructeur Brian Lister, die hem onder zijn vleugels had genomen. Eerst was Scott Brown succesvol in Brian’s Tojeiro special en later in andere auto’s die door hem waren gebouwd, waarvan de Knobbly Lister Jaguar de bekendste is. Archie was ook daar bloedsnel mee, hij was volledig in staat het beest met zijn linkerhand en rechterstomp onder controle te houden, met virtuoze drifts, tot groot genoegen van de toeschouwers. Hij had een extreem goed gevoel voor balans, wat hij volgens de overlevering als kind al demonstreerde door op school wedstrijdjes te winnen wie – op zijn fiets zittend – het langst kon stilstaan zonder om te vallen.
Tijdens races moest zijn pitcrew geregeld het bordje ‘slow’ tonen, waardoor hij netter ging rijden en nóg sneller was. Meer dan eens is hij mannen als Stirling Moss de baas geweest en hij heeft enkele jaren een dominante rol in de Britse racescene gespeeld. Archie Scott Brown won de British Empire Trophy in 1955 en ’57 en won niet minder dan 71 races, waarvan 15 internationale.
Helaas is er op 18 mei 1958 een abrupt einde gekomen aan zijn veelbelovende carrière, op Spa-Francorchamps, tijdens een furieus maar vriendschappelijk gevecht met Masten Gregory, die net als hij in een Knobbly Lister Jaguar reed. Ze wisselden geregeld van positie en raceten slechts centimeters van elkaar. In de zesde ronde, toen hij de leiding had, verloor Archie even de controle op een nat stuk asfalt voorbij Blanchimont, een gevolg van een lokaal buitje. Hij raakte een muur en een verkeersbord dat niet was weggehaald, ondanks een verzoek van Paul Frère aan de organisatie. De Lister rolde om, de benzine stroomde eruit en vatte vlam, evenals de magnesium carrosserie. De dag erna is Archie aan zijn verwondingen bezweken. Volgens de overlevering heeft hij in het medisch centrum van het circuit nog ‘I made a right bloody mess of that, didn’t I?’ gemompeld.
Aan Brian Lister liet hij de boodschap achter zichzelf het ongeluk niet aan te rekenen. Wat een kanjer van een man – met veel grotere overwinningen op zijn naam dan die 71 races. Inmiddels hebben we met de Knobbly Lister die Dick Bloemendaal onder zijn hoede heeft gereden – met die moedige eenarmige Schot steeds in gedachten. In een volgende Octane onze ervaringen met die geweldige auto.
Ton Roks
HOOFDREDACTEUR
tonroks@octanemagazine.nl
