Op de vraag hoeveel auto’s hij in bezit had, antwoordde de komiek en verzamelaar Jerry Seinfeld dat het een aantal was waarvan je, als hij het zou vertellen, niet zou zeggen: ‘dat klinkt logisch’. Jankees Landweer denkt te weten dat hij 46 auto’s in zijn twee hallen in Oss heeft staan en zijn collectie is het best samen te vatten als ‘gewoon bijzonder’.



Zijn autoliefde richt zich op auto’s uit de periode tussen 1970 en 1985 en gezien zijn leeftijd van 62 jaar zal ‘jeugdsentiment’ de motivator achter deze liefde zijn. Het gaat hem dan ook niet om Porsche’s, Lamborghini’s of andere sportieve exoten, maar om auto’s als de Peugeot 504, Renault 20, Audi 80, Simca 1308 en Volkswagen Golf. Of, zoals hij het zelf verwoordt ‘auto’s in perfecte, liefst originele staat, met een zo laag mogelijke kilometerstand, en het liefst Frans, Duits en af en toe een verloren Italiaan’.



Het valt op dat hij ook waarde hecht aan passende decoratie, daarvan getuigen de vele persfoto’s en grote dealerposters die de wanden van de hallen en de spreekkamer sieren. ‘Gewoon netjes’ is ook daarvoor als leidraad gehanteerd, waar veel verzamelaars hun stalling tot een man cave met Chesterfields en een bar hebben getransformeerd, speelt bij Jankees de auto duidelijk de hoofdrol.
“Het komt weinig voor dat auto’s mij vinden, ik moet echt speuren en zelf op zoek, maar dat is natuurlijk alleen maar leuk”
Op de vraag waarom mensen verzamelen zijn vele antwoorden mogelijk, van ‘op zoek naar status’ tot ‘behoefte aan sociale verbinding’ en ‘controle over een chaotische wereld’. Bij Jankees spelen ‘nostalgie en herinneringen’ een grote rol. Zijn vader reed Peugeot en toen hij zelf tot zijn achttiende jaar niet gerookt had, kreeg hij als beloning een Audi 80 LS uit 1973, op gas.
De huidige verzameling is over een periode van 35 jaar opgebouwd en auto’s vindt hij op het internet, beurzen en via relaties en tips. “Het komt weinig voor dat auto’s mij vinden, ik moet echt speuren en zelf op zoek, maar dat is natuurlijk alleen maar leuk”, aldus de man zelf. Zijn grens voor de aanschaf van een auto ligt nu rond de 15.000 euro, daarboven vindt hij het niet leuk meer. Toch schuift die grens op, want een paar jaar geleden was het nog 10.000 euro, wat laat zien dat ook gewone auto’s stijgen in waarde.
“De 604 vertegenwoordigt, net als de Tagora, de ambitie van Franse merken om succesvol te worden in het topsegment.”
Tijdens de rondleiding bewijst hij de stelling dat elke auto een verhaal heeft. De eerste die hij laat zien is een witte Peugeot 505 GL met nog geen 10.000 kilometer op de teller, die hij van Alphons Ruyl in Elsloo heeft gekocht. “Ik kocht bij Henk Visscher deze beige Peugeot 504 TI, vertelt hij en wijst op de auto ernaast. Het bleek dat hij die bij Ruyl had gekocht en toen ik in contact kwam met Alphons bleken we dezelfde smaak te hebben. Er stond in zijn showroom een Toyota Corolla KE30 stationwagen naast een Porsche, en we vonden allebei de Toyota veel leuker. Hij had ook een mooie witte 505 gevonden en zei dat die auto meeging naar Interclassics om op zijn stand te staan. Als ik hem wilde hebben, moest ik snel zijn, dus die heb ik meteen gekocht. Hij is zo mooi origineel, de enige slijtage zit op de stang om de motorkap omhoog te houden, dus dat zegt wel iets.”



Naast de 505 staat de 504 TI, met stoffen bekleding, handgeschakeld en met de kenmerkende ‘knik in de kont’. Aan de muur hangt een grote foto van de Peugeot 504 Break, een auto die nog hoog op zijn verlanglijstje staat. Hij kocht de poster via Marktplaats en de man die hem verkocht wist nog exact zo’n 504 Break te koop. Jankees: “Ook nog bij iemand die ik ken, maar helaas…niet te koop. Dus, ooit moet de poster naar de auto of andersom.”
De rij vervolgt met een witte Peugeot 404, een latere versie met ronde klokken in het dashboard en een rood interieur. Dan een 304 S, origineel Nederlands uit 1975. Herinneringen komen boven: “Mijn vader kocht in 1973 bij de lokale dealer een splinternieuwe 304 S. De dealer kwam ’s avonds bij ons thuis om de koop te sluiten en wij zaten als kinderen op de trap stiekem af te luisteren of het wel doorging. Met die auto zijn we als gezin heel wat buitenlandse reizen gemaakt.”



Twee Renault’s 16 en een Renault 20 zijn de vertegenwoordigers van de Régie. De 16TX stond te koop in Groningen, maar Jankees kon het niet eens worden met de verkoper over de prijs. Natuurlijk had hij spijt toen hij de auto liet staan, maar jaren later kwam er een tweede kans en kocht hij dezelfde 16 alsnog. De eigenaar was er zeer aan gehecht en had bij de verkoop tranen in zijn ogen. De Renault 20 is een automaat, wat jammer maar niet onoverkomelijk is.
Een Citroën CX Athene uit 1981 komt uit de stal van Garage de L’est in Vlaardingen en in de hoek staat een hele mooie Peugeot 604, ‘met straf’. Jankees zucht: “Het is een geweldige auto maar hij loopt niet goed. Het is gevoelige techniek en hij lekt bij het spruitstuk. Ik kreeg het niet goed voor elkaar en nu heb ik hem uit frustratie weggezet. Als ik zin en tijd heb haal ik hem weer tevoorschijn.”



De 604 vertegenwoordigt, net als de twee Talbot Tagora’s die in de buurt staan, de ambitie van Franse merken om succesvol te worden in het topsegment. Jankees: “Het ging in de aankondigingen altijd over het verslaan van Mercedes en BMW, maar dat is hen nooit gelukt. Nog steeds niet. Naar een Tagora ben ik heel lang op zoek geweest en dit is een origineel Nederlandse auto, met de PRV-zescilinder. Een totaal mislukte auto want hij kwam veel te laat op de markt en was veel te duur. Kijk naar de Peugeot 505, die was toen al veel moderner en stak ook beter in elkaar. Maar toch hebben mensen een Tagora gekocht. Met drie dubbele carburateurs en 165 pk was het even de snelste Franse limousine en dat vonden Renault en Peugeot natuurlijk niet zo leuk.” Ook snel was de Peugeot 505 GTD, uit de tijd dat er een wedloop was welk merk de snelste Turbo Diesel had.
Bij twee Chrysler Simca’s staat hij even stil: “Mijn opa had eerst een Simca 1501 en toen twee Chrysler Simca 2-litre’s. Dat was een hele mooi auto toen, zeer indrukwekkend met skai dak en standaard een automaat. De 2-litre is een vergeten auto en terugkijkend is het jammer dat Simca onder Chrysler teloor is gegaan. Ze hebben een heel groot en goed merk kapotgemaakt.






De Franse sectie wordt gecompleteerd door een rijtje Simca’s: een 1100 Tourist, twee 1000’s, een Horizon (wat nog steeds een modern uitziende auto is), een 1308 GT met bijzondere koplampwissers met borstels en een 1307S. De Horizon en de 1307 waren ooit Auto van het Jaar. De ‘verloren Italianen’ waar hij het eerder over had zijn een Lancia Beta Berlina en een Alfa Romeo Spider, waarvan de laatste de favoriete auto van zijn vrouw is.
De overgang naar ‘Duits’ wordt gemaakt door een Mercedes W115 240D en een zachtgele W123 200 D. Jankees rijdt dagelijks in een moderne Mercedes en is helemaal weg van de kwaliteit en betrouwbaarheid. Natuurlijk laat hij de deur van de W123 in het slot vallen om de ‘kluisdeur’ te demonstreren.




De rij met Audi en Volkswagen wordt aangevoerd door een rode Audi 100 L van de eerste serie. Het is wel de facelift met de strakkere vierkante koplampen. Daarachter twee VW Passat’s die hij heeft gekocht op de veiling van Mark Wegh (Porsche Gelderland) waar de Belgische fabriekscollectie werd aangeboden. Bij de metalliek groene Passat staat de kilometerteller op 29 en er moest best wat aan de auto gebeuren. De remmen zaten vast, de koppeling ook en de motor sloeg niet aan. Maar natuurlijk zijn het beide echt nieuwe auto’s. De andere is een Passat 1.6 Diesel Variant uit 1983 met 31 kilometer op de klok. Jankees is dol op beide auto’s, maar of ze ooit op kenteken komen weet hij niet. De Engelse term ‘chocolate tea pot’ is van toepassing op deze unieke auto’s; ze gebruiken maakt ze minder uniek.
Een felgroene Audi 80 GTE, met zwarte motorkap en dubbele ronde koplampen trekt de aandacht. Hier zit de 110 pk sterke 1600 injectiemotor in. Jankees is lid van de 80GT/GTE club en kwam deze auto op het spoor via een tip van Hessel Terpstra uit Sexbierum, die zelf ook nog wel wat bijzondere Audi’s in bezit heeft. Jankees: “Hessel heeft de auto later opnieuw afgesteld en goed schakelend gemaakt. Bij hem werken monteurs met passie en verstand van oudere auto’s. De motor in deze auto is de aanleiding geweest voor de eerste Golf GTI.”

Een tweede serie (C2) Audi 100 5E in lichtgroen metalliek heeft 70.000 kilometer gereden. Uitgevoerd met de eerste vijfcilinder injectiemotor. Vorige maand werd in Ingolstadt de 50e verjaardag van de Audi vijfcilinder gevierd en ook het museum staat geheel in het teken van de vijfcilinder motor.
‘ In de rij met Golfjes staat ook nog een eerste GTI, met kleine achterlichten, aangeschaft door een mevrouw uit Blaricum, op 65-jarige leeftijd ‘
In de tweede hal staat een hele rij Golfjes, met vooraan een knalgele ‘oer’-Golf. Stalen bumpertjes, kleine achterlichten, een knik in de carrosserie tussen de achterlichten die bij latere versies verdween en het is zeker een auto met een verhaal: “Hij werd aangeboden door iemand die bij de Volkswagenfabriek in Wolfsburg werkte. Alle boekjes zijn erbij, de Kundenpas met de eerste eigenaar Herr Neumann erin, de onderhoudsstempels, het bewijs van de tectyl-behandeling en zelfs de boekjes waarin de eigenaar zijn tankbeurten en kilometerstanden bijhield. Tot aan 70.340 kilometer is alles compleet en nu staat de teller op 70.840. De auto is wel gerestaureerd, maar met veel oog voor detail, zelfs het plastic kapje voor de optionele rechterbuitenspiegel zit erop. De benzinetank is leeg en om te laten zien dat hij wel liep had de man een flesje benzine waar hij de aanzuigleiding in stak. Zijn advies was om hem leeg te laten als ik er niet in zou gaan rijden. Heel bijzonder.”









In de rij met Golfjes staat ook nog een eerste GTI, met kleine achterlichten, aangeschaft door een mevrouw uit Blaricum, op 65-jarige leeftijd. En ook een vierdeurs Mk1 GTI met de kunststof bumpers, een rode Golf D met 7000 (of 107.000?) kilometer ervaring, en twee Mk2 GTI’s, een achtklepper en een 16V.
Verder nog twee Audi 80’s en dan toch nog twee, wat meer exotische auto’s; een Porsche 911 Carrera en een 911 (964) Carrera 4S. Jankees moet lachen als ik hem naar deze uitzonderingen vraag. “Die Carrera heb ik al heel lang, het was een beetje het begin van mijn verzameling en de 964 heb ik er later bij gekocht. Heel eerlijk gezegd mogen ze van mij wel weg, maar mijn vrouw en zoon hebben hun veto erover uitgesproken, dus ze blijven. Het zijn wel erg mooie auto’s en de waardevermeerdering, zeker die van de 964, zijn natuurlijk interessant. Maar als ik er een verkoop, zou ik toch weer een stuk of vier ‘bijzonder gewone’ auto’s kunnen kopen.”





