OP ZOEK NAAR een breed inzetbare auto naast de Porsches en de motorfietsen van BMW, kwam de Algemene Verkeers Dienst (AVD) van de Rijkspolitie in de jaren ’70 uit bij de eerste generatie van de Range Rover. De vier taakgebieden waarin deze zijn waarde moest bewijzen waren ongevalsafhandeling en berging, controle op zwaar vervoer, technische ondersteuning en basissurveillance. Bij het afscheid eind jaren ’80 kon worden teruggekeken op een uitstekende staat van dienst.

TEKST Frank Goedhart // FOTO’S Luuk van Kaathoven
De Britse SUV’s ‘avant la lettre’ vervingen de trage en onhandige Hanomag Henschel-busjes die niet tegen de gestelde taken opgewassen bleken. De voorgangers van de Hanomag, de als ‘patatwagen’ bekendstaande Citroën HY TPW’s (Technische Patrouille Wagens), hadden bij de Ongevallendienst Auto Snelwegen evenmin een diepe indruk achtergelaten. Om toch aan het brede eisenpakket te voldoen was er niet veel keuze in die jaren en na het uitvoerig testen van de weinige alternatieven zoals de Chevrolet Suburban die bij de Rotterdamse Politie dienstdeed, werd besloten om voor de Range Rover te gaan.
De luchtgekoelde Porsches waren eerder geselecteerd omdat er lang en snel mee achteruit gereden kon worden en omdat via het open dak – het waren Targa’s – contact met het verkeer en hoog zittende vrachtwagenchauffeurs mogelijk was. De argumenten die voor de driedeurs Range Rovers pleitten waren anders, zoals de krachtige, lichtmetalen V8 bijvoorbeeld waarmee ze snel ter plekke konden zijn en waarmee ze in staat waren vrachtwagens uit de berm te trekken. Ook de permanente vierwielaandrijving, de hoge en comfortabele zit en de ruimte voor de benodigde apparatuur hebben aan deze keuze bijgedragen, evenals het maximumtrekgewicht van 3500 kilogram. Het waren stuk voor stuk argumenten die, net zoals bij de 911’s, hout sneden en de relatief dure smaak van AVD’s commandant Kees Vogel valideerden.



In totaal zijn er zo’n zestig Range Rovers door de AVD aangeschaft waarvan er nu naar schatting nog maar vier in originele staat rondrijden. Een van die vier is sinds enige tijd eigendom van Brooks Classics in Utrecht en het is die auto, een Range Rover Suffix D uit 1975, met roepnummer Alex 264 en kenteken 46-17-BB, waarmee we de A2 op zijn gegaan om te ervaren of hij nog steeds hetzelfde gezag inboezemt als in zijn actieve jaren. Alle auto’s van de Rijkspolitie hadden een eigen call sign waarbij de eerste vier letters ‘Alex’ een verwijzing waren naar de Alexander Kazerne in Den Haag, de uitvalbasis van de Sectie Bijzondere Verkeerstaken in de jaren ’60.

Geert-Jan Tax van Brooks Classics heeft een bijzondere band met deze Range Rover omdat het zijn vader Geert was, destijds directeur bij British Leyland Nederland, die de sleutels heeft overhandigd bij de aflevering aan de AVD. Hij vertelt dat er een foto bij hem in de showroom hangt waarop hij als jongetje van drie op de motorkap van een politie Range Rover zit terwijl zijn vader ernaast staat. De auto is drie jaar geleden aangeschaft, maar pas vorig jaar heeft het team van Brooks Classics de techniek aan kunnen pakken en de Range Rover veilig rijdend gemaakt. De carrosserie behoefde nauwelijks aandacht en ook de uitrusting was nog redelijk compleet. Het vermoeden is dat de auto door de AVD in reserve is gehouden voor mogelijke inzetbaarheid.


In technisch opzicht moest er wel veel werk verricht worden, bijna alle onderdelen zijn door de handen van de monteurs van Brooks gegaan en er is meer dan 120 uur aan deze Range Rover besteed. Ophanging, motor, differentieel en aandrijfassen, versnellingsbak, elektrische installatie en de ‘remmerij’ zijn gereviseerd en waar nodig zijn onderdelen vervangen.
Als de Range Rover de werkplaats uit wordt gereden, valt meteen op hoe goed hij er nog uitziet. De V8 produceert een heerlijk diepe roffel en hoewel hij bijna in het niet valt naast zijn moderne soortgenoten, is het toch een auto die ontzag inboezemt. Geert-Jan demonstreert met veel plezier de oorverdovende sirene én de megafoon en dan is het moment daar om te gaan rijden.
Het niet te missen nummer op de motorkap maakte een snelle identificatie vanuit de lucht mogelijk, in die situaties waar samenwerking met de ‘Dienst Luchtvaart’ van de Rijkspolitie nodig was. Op het dak van deze Range Rover is de laatste versie zwaailichten gemonteerd, van het Amerikaanse Twinsonic, die minder stroom verbruikten en meer lichtopbrengst hadden ten opzichte van de eerdere losse zwaailichten die op een imperiaal waren bevestigd. In de voorspatborden zijn twee gaten afgedopt waar voorheen de zijspiegels waren gemonteerd, die hebben nu een plek op de portieren. Boven de wielen is op de spatborden met stukjes tape de gewenste bandenspanning aangegeven.

De uitrusting is netjes ondergebracht in het gecompartimenteerde interieur; een mobiele remmeter, brandblusser, waarschuwingslampen, pylonen, jerrycan, een stop-lollypop, elektrische slijptol, zwarte regenjassen en een set met een schop, kniptang en bijl, ook wel bekend als ‘Valentina bijl’; met het laatstgenoemde instrument kan volgens de omschrijving ‘het verwijderen van een autodak worden vergeleken met het openen van een sardineblik’.




Een kaapstanderlier van het merk Fairey, ook wel capstan winch genoemd, is achter de zwartstalen grille gemonteerd. Deze is mechanisch aangedreven en direct gekoppeld aan de krukaspoelie, dus niet op het differentieel. De lier mocht alleen met een stationair draaiende motor gebruikt worden, bij meer gasgeven zou hij anders de lier aan flarden trekken. Door twee parkers in de grille los te draaien verschaf je jezelf toegang tot de lier en als de grote hendel wordt overgehaald, komt de kracht meteen op de kabel. Of dat erg veilig is voor de gebruiker valt te betwijfelen. Het dashboard is behoorlijk standaard, afgezien van de politieradio, de bediening van de zwaailichten, sirene en megafoon én een afwijkende ampèremeter.
De Range Rovers werden bemand door een chauffeur (wachtmeester) – in wit uniform met blauwe epauletten en blauwe band op de pet – en een Technisch Controleur met gele accenten op zijn witte uniform. Op de pet prijkte het logo van de Rijkspolitie met de ontploffende granaat in het midden.


Ook te gast bij Brooks Classics vandaag is Dolf Dekking, wiens vader vroeger als wachtmeester 1e klas daadwerkelijk specifiek deze Range Rover tot zijn beschikking had. Een artikel in het magazine Politie Signaal (#7) laat Dekking senior zien aan het stuur van zijn ‘264’.
Achter het stuur blijkt al snel hoe comfortabel deze toch al 51 jaar oude auto rijdt. Het grote stuur vergt bij wegrijden flink wat spierkracht, maar verder is het een heerlijke auto. De zit is hoog en door de grote glasoppervlakken heb je, meer dan in moderne SUV’s, het gevoel boven het verkeer te zitten, met veel zicht op dat wat er om je heen gebeurt. De titel ‘baas van de snelweg’ die de Porsche’s en Range Rovers in die tijd meekregen lijkt terecht.
Op de snelweg doet de vierversnellingsbak verlangen naar een vijfde verzet of een overdrive, maar de lichtmetalen Rover 3,5-liter V8, een oorspronkelijk ontwerp van General Motors, doet zijn werk moeiteloos. Een kruissnelheid van net iets onder de 100 km/h is het aangenaamst. Bij de geclaimde topsnelheid van 160 km/h zal de geluidsbeleving minder prettig zijn. Niet alle medeweggebruikers lijken onder de indruk van het gezag dat de Range Rover uitstraalt, maar vele steken bemoedigend een duimpje omhoog.
Rond 1988 zijn de Range Rovers afgezwaaid en in 1990 kwam de ‘neusbeer’ Volkswagen Passat B3 Variant in dienst, waarna de opdeling en uitbesteding van de politietaken is begonnen.
