De snelweg mijden, de blik op oneindig en het mechanische ritme van een 1290 cm3 vierpitter als soundtrack. Fotograaf Berend Groeneveld en zijn vrouw Ellen pakten de landkaarten, lieten de navigatiesystemen thuis en stuurden hun Peugeot 203 ‘Dirk’ uit 1949 richting de zon. Een roadtrip van 1700 analoge kilometers naar de druivenoogst in Meursault, waar hard werken en puur rijplezier samensmelten.
Tekst en beeld: Berend Groeneveld (bbothphotograpy)

“De meest gestelde vraag tijdens ons vierdaagse verblijf in het hart van de Franse wijnstreek is: ‘Ben je helemaal vanuit Rotterdam naar de Bourgogne gereden met deze auto?’ Voor de gemiddelde moderne automobilist klinkt het als een hachelijke onderneming, maar voor ons is het de ultieme vorm van onthaasten. Onze metgezel is Dirk, een Peugeot 203 uit 1949. Vlak voor vertrek eiste het Franse mechaniek nog even de aandacht op: de koppelingsplaat was versleten. Gelukkig bleek de achterban van de merkenclub goud waard. Via de website werd er razendsnel een nieuw exemplaar uit het clubmagazijn opgevist en opgestuurd. Een herinnering aan hoe mooi de klassiekerwereld kan zijn nog vóór de eerste kilometer is gereden.
Met een frisse koppeling en een gezonde dosis optimisme zetten we koers naar het zuiden. Geen snelwegen, geen tolpoorten, maar louter routes nationales en glooiend asfalt. Vooral in een lekkere flow de Ardennen op en af, met het schuifdak en de ramen wijd open, is puur genieten. Dirk pruttelt, ademt en leeft. De 203 is volledig standaard gebleven, op één functionele modificatie na: een vijftonige luchthoorn. Telkens wanneer een voorbijganger enthousiast zijn duim opsteekt, antwoorden we met een vrolijk weerwoord van de hoorn. Het resultaat? Louter blije gezichten langs de Franse wegen.


Deze reis is een werkvakantie. Als fotograaf, geflankeerd door Ellen als onmisbare assistent, jagen we op het perfecte licht. Dat betekent de wekker zetten ruim voor de zonsopgang en de camera pas wegpakken als de zon allang achter de heuvels is verdwenen. De uren die volgen achter de laptop voor de selectie en nabewerking horen er onlosmakelijk bij.
Onze bestemming is Château de Meursault. De natuur trekt zich weinig aan van de kalender; de druivenoogst begint vroeg dit jaar, al op 17 augustus. We documenteren het complete, ambachtelijke proces. Van de handmatige pluk tussen de zonovergoten ranken tot de start van het vergistingsproces in de imposante, houten wijnvaten. Het is onmogelijk om Dirk niet regelmatig in de zoeker te vangen. Deze Franse volksauto, met zijn vloeiende vooroorlogse lijnen, versmelt naadloos met het historische landschap. Hij hoort hier. Dit is zijn thuisgrond.

Tijdens de oogst regeert de klok. Binnen tien dagen moet de volledige opbrengst binnen en verwerkt zijn. Alleen al op dit château werken 120 plukkers met man en macht samen. Het is fysiek zwaar werk voor een loon van 13 euro per uur, maar de moraal is ongekend hoog. De Franse joie de vivre laat zich niet zomaar aan de kant zetten. Tijdens de gezamenlijke lunch wordt het stokbrood gul gebroken en gaat er traditiegetrouw een goed glas wijn rond. Dat is het Frankrijk waar we zo van houden.



Wanneer de werkvakantie erop zit, ruilen we de lege ruimte in de Peugeot in voor vloeibaar goud: zes dozen lokale wijn verdwijnen in de kofferruimte. Samen met de zware fotoapparatuur is de 203 nu tot de nok toe gevuld. En dat is te merken zodra het asfalt begint te stijgen. De 1.3-liter motor moet nu serieus aan de bak. Zonder toerenteller of moderne toerenbegrenzer ben je volledig aangewezen op je gevoel en het gehoor.



Wanneer je onder de 85 km/u aan een serieuze klim begint, voel je het koppel wegzakken. De auto valt direct terug en dwingt je te switchen naar de derde versnelling. Met dit extra gewicht aan boord is het de kunst van het anticiperen: waar mogelijk een aanloop nemen en met minimaal 90 km/u op de teller de helling bestormen. Heuvelafwaarts tikken we een paar keer de magische grens van 100 km/u aan. Het vierpittertje schreeuwt het dan uit van de mechanische inspanning, maar geeft geen krimp.
Het grootste deel van de reis rijden we met open dak om de warme Franse buitenlucht op te snuiven. Als de hemelsluizen even opengaan en de ramen omhoog moeten, merkt Ellen droogjes op: “Hmm, ik hoor nog net zoveel windgeruis als met de ramen open.” Het typeert het karakter van de auto. Dirk communiceert met zijn inzittenden. Hij laat van zich horen, sist en sputtert wat tegen in de uitlaat wanneer je het gas loslaat, maar juist dat maakt de rit een zintuiglijke ervaring.

Nu we weer thuis zijn en de dagelijkse kilometers moeten slijten in een moderne, steriele auto vol injectie, rijassistenten en beeldschermen, missen we dat karakteristieke gepruttel nu al. Het rijden met deze Franse klassieker pur sang was een groot feest. Voor iedereen die het échte rijden nog eens wil ervaren, is het advies simpel: mijd de snelweg, vergeet de haast en geniet op z’n Frans.”