In het Visscher Classique Museum in Buren wordt de ruimte in de tweede hal periodiek gevuld met interessante thematentoonstellingen. De klassieke Volkswagens en Porsche’s uit de collectie van AMES hebben in november vorig jaar het veld geruimd voor een veertigtal klassieke BMW’s, die nog tot 26 april te bewonderen zijn.


Tekst Frank Goedhart // Foto’s Luuk van Kaathoven
De samensteller van de tentoonstelling, Hans Koppelaar, bleek bij onze rondleiding een lopende encyclopedie te zijn met betrekking tot de geschiedenis van BMW. Bij de allereerste auto van het merk legt Hans de start van BMW als autofabrikant uit: “In 1928 nam BMW het bedrijf Eisenach A.G. over, waar in licentie de Austin Seven werd geproduceerd. Die auto werd als Dixi op de markt gebracht met toevoeging van het logo van BMW en de typenaam DA1, wat staat voor Deutsche Ausführung Eins. Lang daar daarvoor, al in 1916 was de productie van vliegtuigmotoren in München van start gegaan was. In 1933 kwam de eerste echte BMW op de markt, met een zescilinder-in-lijn en werd meteen de richting van sportief rijden gekozen.”

Naast de Dixi staat de eerste BMW waarop de beroemde ‘nieren’ te vinden zijn, op een carrosserie van de gebroeders Ihle, maar de basis van de auto is nog altijd de Austin 7. Daar weer naast is dan de eerste zelfontwikkelde BMW te zien, de in 1933 ontwikkelde 319 (Drauz Cabriolet) met 2,0-liter zescilinder, die met zijn 45 pk een top van 115 km/h kon bereiken.
We maken een sprong naar een auto waarop het blauw-witte logo heeft plaatsgemaakt voor een rood-witte variant. Hans licht toe: “Na de oorlog kwam de fabriek in Eisenach natuurlijk in Oost-Duitse handen en bleef de nieuwe eigenaar daar gewoon dezelfde auto’s bouwen maar dan onder de naam EMW, met de ‘E’ van Eisenach en een aangepast logo. Hierdoor kon BMW pas na de oorlog met de productie van auto’s in München beginnen.”
Bijzonder is dat bij die auto al een flauwe Hofmeister knik in de C-stijl te ontdekken is.
Hij vervolgt bij een groene 328: “Dit is een 328 met een carrosserie van Weinberger, zeer bijzonder omdat er van het standaardmodel ongeveer 426 stuks zijn gebouwd, maar slechts 59 chassis zijn geleverd aan een stuk of tien carrosseriebouwers. Weinberger was een klein bedrijf en terugrekenend zouden ze er volgens mij iets van drie gebouwd hebben. Zij bouwden ook de carrosserie voor de Bugatti Royale, dus ze konden wel wat.”

De tijdlijn in de expositie loopt door naar een witte BMW 3200 met een carrosserie van Bertone, maar getekend door Michelotti. Bijzonder is dat bij die auto al een flauwe Hofmeister knik in de C-stijl te ontdekken is. In latere auto’s heeft die een iets scherpere hoek gekregen én de naam van de ontwerper, Wilhelm Hofmeister. De kleine BMW 700 die er staat is ook van de hand van Michelotti en doet daardoor denken aan een Dafje uit die tijd. We kunnen de verleiding niet weerstaan om dwars door de geschiedenis naar enkele iconen te lopen, zoals de metalliek groene 3.0 CSL, de nu niet meer zo machtige 2002 Turbo en de E30 M3.



Nu de term ‘Neue Klasse’ bij BMW weer zeer actueel is, is het interessant om de 1800 te bekijken die werd gepositioneerd tussen de kleine en de grote klasse. Als ‘Neue Klasse’ heeft deze begin jaren ’60 BMW gered van de ondergang. Hans noemt nog het belang van de aandrijving: “Hierin is voor het eerst de M10 viercilinder gemonteerd die later in de 2002 en twee generaties 3-serie zijn terug te vinden én die ook in de F1 auto van Nelson Piquet met turbo-compressor bij heeft gedragen aan het behalen van de wereldtitel.”

Iedereen zal zijn favoriete tijdperk én model hebben, maar niemand kan het ‘koningstrio’ negeren dat aan het begin van de hal staat opgesteld. Een rode M1 met de typerende dubbele logo’s boven de achterlichten, een Z8 en de inmiddels onbetaalbare 507. Vergeet echter de charmante Isetta’s niet en bewonder de stijlvolle vormgeving én het prachtige dashboard van de BMW Glas 1700 GT. Naast de door Ercole Spada ontworpen M5 (E34) staat de M535i, eigenlijk na de M1 de eerste straatauto met het M-label. We lopen langs een rijtje ‘Z’s’, met een Z4, een Z3 en de door Harm Lagaaij ontworpen Z1. De Z-Lenker-Hinterachse zou aanleiding zijn geweest voor de ‘Z’ om de modelnaamgeving.

We kunnen nog lang doorgaan met het beschrijven van alle klassieke BMW’s die de hal vullen, maar we raden iedereen die nog niet geweest is aan om de komende twee maanden de kans te grijpen om alle auto’s zelf te gaan zien. Vrijwilligers vertellen graag het verhaal of beantwoorden met plezier – en kennis – de vragen. Als aanvulling op de tentoonstelling heeft directeur Henk Visscher ook nog eens de hand weten te leggen op een grote hoeveelheid originele folder en boeken van BMW die te koop worden aangeboden.






Ons advies is om na de BMW’s even bij te komen met koffie en appeltaart en niet naar huis te gaan zonder de Opel’s, Datsun Z’s en de Franse collectie van het museum bekeken te hebben. Tot 26 april kan het nog. www.visscherclassique.nl
Bekijk een korte ‘walk around’ door de collectie op deze video: BMW in Buren
