In de bijna 60 jaar dat Wim Takken zijn rijbewijs heeft, hebben er veel auto’s zijn pad gekruist; voor dagelijks gebruik, maar er waren ook leuke uitzonderingen. Zijn Innocenti Mini Cooper 1300 Export is een blijvertje.

“Mijn wagenpark bestond achtereenvolgens uit een Eend, Renault 4, Mini, Volkswagen Kever, Skoda, Ford Escort, Ford Sierra en Ford Mondeo. Vaak ging het bij deze doorsnee auto’s wel om speciale uitvoeringen, zoals twee Sierra’s GT en mijn huidige Mondeo is een speciale dealeruitvoering uit 2001 met afwijkende bumpers, skirts, subtiele spoilertjes aan de voorste wielkasten, een spoilerrand op de achterklep en mooie 17 inch wielen.
Na twee Ford Escorts heb ik drie Ford Sierra’s op rij gehad. De tweede Sierra was een Ferrari-rode tweedeurs 2.0 GT hatchback. De vorige eigenaar was er duidelijk heel zuinig op geweest en had bovendien geïnvesteerd in een setje Cosworth lichtmetalen wielen. Helaas heb ik die auto niet heel lang gehad, want een onoplettende chauffeur van een Mercedes busje knalde in volle vaart achterop mijn stilstaande auto.

De ‘daily’s’ van Wim

Vanzelfsprekend zaten er ook miskopen bij, dat is onvermijdelijk. Bijvoorbeeld een Skoda 120 die niet vooruit te branden was, met bovendien een gaskabel die nog wel eens wilde breken. Eind jaren zeventig heb ik een Mini gehad, een citroengele 1000. Een stoer geluid in de uitlaat bleek te komen van een gat dat precies bij de rubbercone van de vering van het linker achterwiel te zitten. Het resultaat was gesmolten rubber waardoor de Mini letterlijk door zijn hoeven zakte. De Renault’s 4 waren fijne auto’s, maar ik heb er veel polyester aan moeten toevoegen om de carrosserie op peil te houden. Een Kever 1303 S, die met de bolle voorruit, bleek een rottend chassis te hebben. En de Eend was eigenlijk van mijn toenmalige vriendin, nu al meer dan vijftig jaar mijn echtgenote. Toen haar oudste broer in 1971 naar Zuid-Afrika emigreerde, liet bij die Eend, een oranje 2CV Azam op de kade in Rotterdam voor haar achter.

Mijn calvinistische opvoeding heeft ervoor gezorgd dat ik niet de Alfa Romeo Giulia Sprint GT Veloce uit midden jaren zestig en ook niet een Alpine Renault A110 heb gekocht. Maar begin jaren tachtig kwam ik in de Speurdertjes een Mini Pickup tegen. Een bijzonder model en ik had er in elk geval nog nooit één gezien. Samen met een vriend ben ik gaan kijken en hoewel de auto er slecht bij stond, was hij wel rijd- en betaalbaar, dus heb ik hem gekocht. De verkoper vertelde dat de auto bij de plantsoenendienst van de gemeente Leeuwarden had dienstgedaan, wat de hydraulisch bedienbare polyester kiepbak in de laadruimte verklaarde. Van de chef van die dienst heb ik toen het werkplaatshandboek toegestuurd gekregen.

De Brandweer Mini van Bartimeushage

Met hulp van vrienden heb ik die auto helemaal gestript en naar een straalbedrijf gebracht. Dat was wel schrikken want de koets bleek nogal wat geleden te hebben, wat vooral in de laadbak tot veel roestgaten had geleid. Maar, met de hulp van een cv-monteur en zijn broer is de koets weer in nieuwstaat gebracht. Omdat de achterklep van de laadbak ontbrak ben ik op zoek gegaan naar een exemplaar en bij het instituut Bartimeushage in Driebergen, waar ze een Mini Pickup als brandweerauto hadden staan vond ik op zolder een nagelnieuwe klep. De Mini is daarna in het originele ‘Rijkswaterstaat geel’ gespoten en voor het dakje koos ik ‘Old English White’. Met mijn lengte van 1,90 meter was de cabine eigenlijk te klein en na vier jaar heb ik de pickup geruild tegen een Innocenti Mini Cooper 1300 Export uit 1974.

In 1959 tekende Sir Leonard Lord, de toenmalige voorzitter van de British Motor Corporation, een overeenkomst met Innocenti, de Italiaanse producent van de legendarische Lambretta scooters, om de Mini in licentie te produceren. De Innocenti Mini Cooper 1300 werd gebouwd in 1972 en ‘73 met een 1275 cm3 motor, met een vermogen van 71 pk, en een maximale snelheid van 160 km/h. Hierna werd de Mini Cooper 1300 Export uitgebracht en maakte de grote vraag het noodzakelijk om de productiecapaciteit uit te breiden naar een nieuwe fabriek in België.

De ‘Inno’ is nu al dertig jaar in mijn bezit en ik denk dat hij nooit meer weggaat. Het is elke keer weer een feest om erin te rijden. Hij wijkt op veel punten af van een Engelse Mini, want de Italianen gebruikten veel ‘eigen’ onderdelen, zoals de verlichting van Carello, een dashboard met Veglia instrumenten, een kofferklep met een vierkante uitsparing voor de kentekenplaat, tochtraampjes in de portieren, een andere radiateur en zelfs het rem- en koppelingspedaal zijn van eigen makelij.

Daar kwamen we achter nadat ik eind 2014 besloot om ‘wat aandachtspunten’ aan te pakken. Met heel veel werk en met hulp van William Burgers van E&W Ministyling uit Buren konden alle specifieke onderdelen gevonden worden. Uiteindelijk zijn letterlijk alle onderdelen van de Innocenti door onze handen gegaan en heeft de auto een complete restauratie ondergaan. Het dashboard waar we alle lampjes hebben vervangen, alle contacten, zekeringkast, de stuurkolom, voorwielophanging, de remmen en zo kan ik nog wel even doorgaan. De bodemplaat voor de stoelen bleek niet best meer te zijn en is deels vervangen, net als delen van de binnen- en buitendorpels. Zo vervielen wij van het één in het ander.

Bij de opbouw van de Innocenti zijn veel verbeteringen doorgevoerd, waaronder montage van nieuwe roestvaststalen deurraamlijsten, raamrubbers en -pezen en het vernieuwen van de stuurkolom en kabelboom. We hebben een nieuwe fan gemonteerd en de carburateurs gereviseerd en toen bij de montage bleek dat het koellichaam van de Ipra-radiateur lekte, is die ook vervangen.

De kleurstelling, bordeauxrood met ‘Old English White’ voor het dak heb ik gehandhaafd, terwijl origineel de auto felrood met een zwart dak was geweest. Het originele stuur vond ik veel te groot dus kozen we kleiner, leren stuur van Raid. Nadat ook alle motorproblemen ook door William Burgers waren opgelost, met via een omweg als resultaat dat de motor in mijn Innocenti nu helemaal origineel is op de nokkenas na, is de Innocenti Mini Cooper 1300 Export een heerlijk rijdende auto is geworden. Ik kan me niet voorstellen dat er nog iets aan de auto is dat niet door onze handen is gegaan, dus voorlopig is het rijden en genieten!”