Deze sportwagen met middenmotor, van Pininfarina, biedt exotisch rijplezier voor een redelijke prijs.

HIJ IS GELIEFD, maar ook enigszins verkeerd begrepen, want de Lancia Beta Montecarlo heeft veel te bieden. Hij is klein, licht, leuk om te rijden en vormgegeven door Pininfarina – en zolang je er een aanschaft die geen ingrijpende restauratie nodig heeft (sterk aanbevolen!), is hij niet moeilijk of duur om te onderhouden.
De verdienste voor deze auto ligt eigenlijk bij Pininfarina, dat hem niet alleen ontwierp, maar ook ontwikkelde en bouwde. Het was het eerste grote project van dit type voor het bedrijf, al was het resultaat oorspronkelijk helemaal niet bedoeld om het embleem van Lancia te dragen. Hij is ontwikkeld als grotere broer van de Fiat X1/9, onder de naam X1/20, en was bestemd voor een 3,0-liter V6. De oliecrisis van de jaren ’70 heeft echter voor dat laatste een stokje gestoken.
Bij de lancering in 1975 was hij onderdeel geworden van Lancia’s Beta-familie, hoewel hij daar vrijwel niets mee deelde, en werd hij aangeboden als coupé of spider. De aandrijving kwam van Fiat’s uiterst veelzijdige 2-liter twin-cam viercilinder, goed voor een gezonde 120 pk. Met een gewicht van 1040 kg suggereerden de eerste rij-indrukken dat het een zeer vermakelijke auto was, al werd de te gevoelige rembekrachtiger op de voorste schijfremmen als zeer hinderlijk ervaren.

Dat remprobleem werd bij de Series 2 in 1980 opgelost door grotere voorste schijven en remklauwen te monteren – en de bekrachtiger werd zelfs verwijderd. Andere wijzigingen waren onder meer glas in de achterste ‘steunberen’, grotere wielen en het weglaten van ‘Beta’ uit de typeaanduiding.
Gedurende zijn hele levensduur is de Montecarlo uitsluitend geleverd met de 2,0-liter Fiat dubbelnokker, op één uitzondering na: de Scorpion voor de Amerikaanse markt. Deze uitsluitend als Spider verkochte versie kreeg een minder krachtige 1,8-liter motor en was slechts twee jaar leverbaar, in 1976 en 1977. Uiterlijk week hij af van de Europese auto’s door aangepaste verlichting en bumpers en uiteindelijk is het geen groot succes geworden.


Een andere vermeldenswaardige variant is de Groep B Lancia Rally 037, die dezelfde centrale structuur deelt met de Montecarlo Spider, aangevuld met forse buizenframes aan voor- en achterzijde. In de rallysport was de auto in 1983 de laatste wereldkampioen voordat de vierwielaangedreven kanonnen zouden gaan heersen. Ook de Rally 037 van Maturo Competition Cars, die we in editie 068 van Octane reden, had als basis de structuur van de Montecarlo.

Lancia’s hadden in die tijd een vreselijke reputatie wat roest betreft, maar algemeen wordt aangenomen dat de Montecarlo niet wezenlijk slechter is dan de meeste auto’s uit die periode. Elk gekoesterd exemplaar dat het al zo lang heeft overleefd, is waarschijnlijk in orde. Doe je huiswerk en geniet van deze boeiende, compacte en lichte Italiaanse sportwagen.
Matthew Hayward

PRIJZEN
De allerbeste Montecarlo’s worden door hun eigenaren gekoesterd, maar komen af en toe toch te koop. Gebeurt dat, reken dan op prijzen van ongeveer € 25.000 tot € 35.000 voor een exemplaar in concoursstaat, vooral in Europa. Eerlijke, solide en representatieve exemplaren beginnen echter eerder rond € 14.000, en voor circa € 18.000 kun je iets heel nets vinden. Projectauto’s met verbeterpotentieel zijn te vinden vanaf ongeveer € 5000, vooral in Italië.


OPLETTEN
Structurele corrosie kan een auto fataal worden, dus inspecteer zorgvuldig het schutbord, de wielkasten, de bodemplaat en de achterste dwarsbalk. Let extra goed op blaasvorming rond de voorste veerpoten, want daar kan terminale roest verborgen zitten. De kokers waaraan de deuren scharnieren kunnen onderin vuil vasthouden en corroderen.
Inspecteer ook de binnenste en buitenste wielranden op corrosie en eerdere reparaties. Vervangende reparatiepanelen zijn bovendien bijzonder moeilijk te vinden en zelfs de opschroefbare panelen kunnen irritant duur zijn.
De twin-cam van Fiat heeft een uitstekende reputatie en het is niet ongebruikelijk dat hij licht getuned is, bijvoorbeeld met dubbele carburateurs. De versie in de Montecarlo is op meerdere punten uniek, waaronder de bevestigingspunten. Vaag schakelen wordt meestal veroorzaakt door een van de zes schakelstangrubbers, die voor weinig geld vervangen kunnen worden.